Lijkstijfheid en tijdstip moord?

 

Direct na de biologische dood begint de lichaamstemperatuur af te nemen. Dit wordt algor mortis genoemd. Tegelijk met de afname van de lichaamstemperatuur verslapt het lichaam.

Na tien minuten tot een paar uur volgt een tijdelijke verstijving van ongeveer 36 uur; de bekende ‘rigor mortis’. (tegenwoordig wordt die ruimer gesteld)

Hierbij worden de gezichtsspieren als eerste stijf. Ongeveer 12 tot 24 uur na het overlijden is de stijfheid maximaal? 

Hierboven een simpele uitleg van lijkstijfheid waaruit men kan opmaken dat er in de zaak Bolhaar bewust is toegewerkt naar een tijdstip van overlijden (die overigens niet deugt)

De slachtoffers zijn volgens de rechtbank op zondagochtend tussen 06.45u – 07.15u om het leven gebracht door Louis Hagemann.

Lees het onderstaande en geef je mening…….

Op maandagmiddag 5 maart 1984 rond 17.45u zijn de slachtoffers gevonden door de buurman.

SCHOUWARTS PLAATSDELICT Dr. Simmelink (18 jaar later ondersteund door Dr. S. Schieveld – Eikelenboom)

Op maandag 5 maart 1984, omstreeks 19.00u is een free-lance huisarts, (die feitelijk alleen ingezet mocht worden voor het schouwen van personen die aan een natuurlijke dood waren overleden) begonnen met het schouwen van de slachtoffers. Deze antwoordde de rechtbank als volgt:

– Dr. Simmelink, kunt u iets zeggen over de temperatuur van de lichamen?

Dr. Simmelink:
Ik herinner me dat de buik van de moeder koud aanvoelde.

– Zegt dat iets, want in het oude dossier ‘84 stond specifiek vermeld dat de lichamen volgens de lijkschouwer koud waren?

S. Schieveld:
Ja, de buik is het laatste gedeelte van het lichaam dat afkoelt. Als de buik inderdaad koud was, dan betekent dat voor mij dat de slachtoffers minimaal 24 uur daarvoor moeten zijn overleden.

Dr. Simmelink, had u toen, in 1984, een idee wanneer de slachtoffers overleden waren?

Dr. Simmelink:
Tussen de 24 uur en 48 uur voor het aantreffen.

noot: Jacqueline: (tussen 24 uur /48 uur voor de schouw is dus vanaf zaterdagavond omstreeks 19.00u en alle tussenliggende uren)

SECTIE PATHOLOOG

Dinsdagochtend 6 maart 1984, is begonnen met de sectie en het schouwen van de lichamen door patholoog Voortman. Exacte tijdstip is onbekend! Patholoog Voortman verklaard als volgt:

Op 6 maart 1984 heb ik de uit- en inwendige schouwing verricht van het lijk van:

[slachtoffer 1= Corina],

gewoond hebbende te Amsterdam, [adres] en dood aangetroffen te Amsterdam op 5 maart 1984 te omstreeks 17.56 uur, teneinde na te gaan de oorzaak van haar dood.

Er was enige lijkstijfheid aan de benen en overigens waren de spieren slap. Er waren sterk ontwikkelde, niet wegdrukbare blauwrode lijkvlekken aan de buikzijde van het lichaam. De maag was vrijwel leeg. Studenten leren dat niet wegdrukbare blauwrode lijkvlekken 2-3 dagen na overlijden voorkomt (even terug .. dinsdag sectie .. 2 dagen terug dan kom je op zondag, zonder concreet tijdstip, 3 dagen terug dan kom je op zaterdag, zonder concreet tijdstip. De enige conclusie die je kunt trekken is dat er zich iets vreselijks heeft afgespeeld in het weekend!

noot Jacqueline: (  Zoals eerder opgemerkt is het tijdstip van sectie onbekend dus kun je er feitelijk GEEN touw aan vast knopen.

Bij de sectie op het lijk van [slachtoffer 1] is het navolgende gebleken:

A. – Het gelaat was blauwrood.
– Er waren talrijke stipvormige bloedinkjes in de huid en de bindvliezen van de oogleden.

B. – Er was een circulair drukspoor aan de hals.

C. – Er waren bruinrode huidveranderingen met oppervlakkige ontvelling rechts zijwaarts van het strottenhoofd en links zijwaarts onder aan de hals.
– Er was enige onderhuidse bloeding aan de hals en er waren bloedingen op en in de halsspieren.
– Er was een breuk van de linker grote hoorn van het schildkraakbeen.
– Er waren bloedingen onder het kraakbeenvlies van het strottenhoofd en op en in de linker kwab van de schildklier.
– Er was een bloeding in de achterste keelwand.

De sub A, B en C samengevatte sectiebevindingen wezen op verstikking, veroorzaakt door inwerking van uitwendig, mechanisch, samendrukkend en omsnoerend geweld op de hals. Een andere doodsoorzaak werd niet gevonden.
Het sub B genoemde circulaire drukspoor past bij omsnoering met een koord of “touw”: strangulatie.
De sub C samengevatte bevindingen konden passen bij wurging.

Conclusie:

[slachtoffer 1] overleed door verstikking ten gevolge van inwerking van uitwendig, mechanisch, samendrukkend en omsnoerend geweld op de hals.
6. Een geschrift, zijnde een kopie van het verslag, nummer 84110/V022 van het Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium van het Ministerie van Justitie, d.d. 19 maart 1984, opgemaakt door de beëdigde deskundige M. Voortman, arts en patholoog-anatoom (doorgenummerde bladzijden 532 t/m 537 “dossier 1984″).

Dit verslag houdt als verklaring van voornoemde deskundige onder meer in, zakelijk weergegeven:

Op 6 maart 1984 heb ik de uit- en inwendige schouwing verricht van het lijk van:

[slachtoffer 2= Sharon],

geboren te [geboorteplaats] op [1977], gewoond hebbende te Amsterdam, [adres] en dood aangetroffen te Amsterdam op 5 maart 1984 te omstreeks 17.56 uur, teneinde na te gaan de oorzaak van diens dood.

Er was weinig ontwikkelde lijkstijfheid. Er waren bleek blauwrode niet wegdrukbare lijkvlekken aan de buikzijde van het lichaam, het sterkst links voor en aan de rechterheup en zijwaarts en voor aan het rechter boven- en onderbeen.

Bij de sectie op het lijk van [slachtoffer 2], oud zes jaren, is het navolgende gebleken:

A. – Om de hals was een springtouw en een riem aanwezig.
– Er was een circulair snoerspoor aan de hals.
– Er waren kneusplekjes aan de hals en de nek.
– De huid van het gezicht was blauwrood en er waren talrijke bloedinkjes in de huid van het gezicht (m.n. ook de oogleden).

B. – Er waren drie steekwonden aan de hals waarvan één de keelwand tweemaal had
geperforeerd (via de linker hoorn van het schildkraakbeen).

C. – Er waren tien steekwonden aan de rug waarvan acht tot in de linker long reikten.

De sub A samengevatte bevindingen wezen op inwerking van uitwendig, mechanisch, omsnoerend, samendrukkend geweld zoals door strangulatie kan worden opgeleverd en met name door strangulatie met het springtouw dat om de hals werd aangetroffen. Blijkens de blauwe kleur van het gelaat en de talrijke (stuwings-)bloedingen in de huid van het gelaat had deze geweldsinwerking tijdens het leven plaats gehad.
De sub B en C genoemde steekwonden hadden het uiterlijk van steekwonden zoals met een mes kunnen worden toegebracht. Deze wonden waren ernstig en hadden op zich zelve tot het intreden van de dood kunnen leiden. Gelet op de betrekkelijk geringe tekenen van inwendig bloedverlies waren deze verwondingen echter vermoedelijk opgelopen op een moment dat de bloedsomloop gering was geworden; dat wil zeggen na het oplopen van de samendrukkende geweldsinwerking op de hals.

Conclusie:

Bij [slachtoffer 2], oud zes jaren, heeft inwerking van uitwendig, mechanisch, samendrukkend en omsnoerend geweld op de hals het intreden van de dood tot gevolg gehad. Er waren drie steekwonden aan de hals en tien steekwonden aan de rug.
7. Een geschrift, zijnde een kopie van het verslag, nummer 84111/V023 van het Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium van het Ministerie van Justitie, d.d. 28 maart 1984, opgemaakt door de beëdigde deskundige M. Voortman, arts en patholoog-anatoom (doorgenummerde bladzijden 525 t/m 530 “dossier 1984″).

Dit verslag houdt als verklaring van voornoemde deskundige onder meer in, zakelijk weergegeven:

Op 6 maart 1984 heb ik de uit- en inwendige schouwing verricht van het lijk van:

[slachtoffer 3= Donna],

geboren te [geboorteplaats] op [1974], gewoond hebbende te Amsterdam, [adres] en dood aangetroffen te Amsterdam op 5 maart 1984 te omstreeks 17.56 uur, teneinde na te gaan de oorzaak van haar dood.

Er was enige lijkstijfheid van de kaak en van de benen. Er waren matig ontwikkelde bleek blauwrode lijkvlekken in de rechterflank en aan de buitenzijde van het rechter bovenbeen en binnenzijde van het linker been.

Bij sectie op het lijk van [slachtoffer 3], oud negen jaren, is het navolgende gebleken:

A. – Er waren aan de voorzijde van het lichaam, in de hartstreek, vijf steekwonden. In twee van de wonden was de voorwand en de achterwand van het hart gekliefd. De langste wond reikte tenminste tien cm diep.
– Er was 1.100 milliliter bloed in de linker borstholte.
– Er was 50 milliliter bloed in het hartzakje.

B. – Er waren drie steekwonden aan de hals; in één van deze steekwonden was de binnenste tak van de linker halsslagader gekliefd.

C. – Het gelaat was bleek blauwrood.
– Er waren stipvormige bloedingen in de huid van het gelaat.
– Er waren streepvormige huidveranderingen circulair aan de hals.

De sub A en B genoemde wonden hadden het uiterlijk van steekwonden zoals door steken met een mes kunnen worden opgeleverd.
De sub A samengevatte steekwonden hadden groot inwendig bloedverlies veroorzaakt. De doorsteking van het hart kon op zichzelf het intreden van de dood verklaren.
De sub B genoemde klieving van de binnenste tak van de linker halsslagader zou tot ernstige verwikkelingen aanleiding hebben kunnen geven.
De sub C samengevatte bevindingen wezen op inwerking van uitwendig, mechanisch, samendrukkend en omsnoerend geweld op de hals tijdens het leven.

Conclusie:

[slachtoffer 3], oud negen jaren, had acht steekwonden opgelopen, waarbij onder meer het hart en de linker binnenste halsslagader ernstig waren beschadigd, hetgeen op zichzelf het intreden van de dood kan verklaren.
Er waren bovendien tekenen van inwerking van uitwendig, mechanisch, samendrukkend geweld op de hals.
Extra bewijsoverweging:

Dan is er nog enige uitleg over de  lijkstijfheid weergegeven door Dr. Maes

Algemene vragen door de rechtbank:

– Hoe lang duurt het voordat lijkvlekken ontstaan?

Dr. Maes:
Lijkvlekken zijn na een uur of zes na het intreden van de dood zichtbaar. Lijkvlekken zijn in eerste instantie wegdrukbaar. Na een dag zijn de lijkvlekken niet wegdrukbaar. (noot Jacqueline: Tja wat moet je daar nou mee)

– Hoe lang duurt het voordat een lijk volledig lijkstijf is?

Dr. Maes:
Dit hangt af van de omgevingstemperatuur. De lijkstijfheid kan snel beginnen en dan vrijwel altijd in het kaakgewricht. Na circa 36 uur begint de lijkstijfheid te verdwijnen?

DIE LIJKSTIJFHEID WAS DUS AL GROTENDEELS VERDWENEN TIJDENS SECTIE OP 5 MAART 1984
DE SCHOUWARTS WEET NAUWELIJKS IETS TE MELDEN OVER LIJKSTIJFHEID.

Na het overlijden begint het lichaam koud te worden en vanaf zo’n twee tot zes uur na overlijden beginnen de spieren te verstijven, waarschijnlijk doordat de actine- en myosinefilamenten van de spier in elkaar schuiven. De rigor mortis begint bij de oogleden, kaak en nek en breidt zich dan binnen zes uur langzaam verder uit over alle lichaamsdelen. In tegenstelling tot wat sommige mensen denken, zal rigor mortis bij hoge omgevingstemperatuur spoediger optreden dan in geval van koude. Dat komt doordat de onderliggende chemische reactie bij hogere temperatuur sneller optreedt. Afhankelijk van de omgevingstemperatuur houdt de rigor mortis één tot drieënhalve dag aan ofwel 72 uur. Hoewel ontbinding en rotting al kort na het overlijden beginnen, manifesteren zij zich meestal pas na 48 uren in de vorm van een groenbruine verkleuring van de buikhuid met name in het ileo-coecale gebied. De snelheid van deze processen neemt toe bij hogere temperaturen. Ze kunnen gepaard gaan met inwendige gasvorming, leidend tot zwelling van de buik als de lijkstijfheid weer begint af te nemen. Dit kan leiden tot het lekken van vocht – afkomstig uit de longen – uit mond en neus, en van faeces uit de anus. Als het rottingsproces eenmaal is begonnen, kan afkoeling het niet meer stoppen.

Wat is niet gebeurd:

Temperatuur omgeving is niet opgenomen.
Temperatuur slachtoffers werden niet opgenomen.
Slachtoffer 3 is in haar geheel niet geschouwd op plaats delict.
Er is niet gekeken naar oogvocht, ogen waren gesloten.

Er is in 2002 een bijeenkomst (lees onderonsje) geweest, betrokken partijen Bob Schagen, Dr. Maes, Dr. Simmelink, Dr. Schieveld, NFI, OvJ Nicole Voorhuis en ieders grote vriend Eikelenboom.

De patholoog heeft de bijeenkomst niet kunnen bijwonen noch de advocaten werden uitgenodigd.

 

Papieren Sectie NFI 2002

3 reacties

  1. Hmmm, Frietuurpan stond op het gasfornuis, Donna en Bryan zijn in pyama aangetroffen en stond er niet een naaimand naast een stoel?
    ————————————————————–
    Er waren matig ontwikkelde bleek blauwrode lijkvlekken in de rechterflank en aan de buitenzijde van het rechter bovenbeen en binnenzijde van het linker been.
    en
    Dr. Maes:
    Lijkvlekken zijn na een uur of zes na het intreden van de dood zichtbaar. Lijkvlekken zijn in eerste instantie wegdrukbaar. Na een dag zijn de lijkvlekken niet wegdrukbaar. (noot Jacqueline: Tja wat moet je daar nou mee)

    Na een uur of zes zie je lijkvlekken opkomen die je kunt wegdrukken (duim op die plek -licht kracht zetten- loslaten en vlek is even weg- vlek is vrij snel weer zichtbaar). Het wegdrukken stopt na een dag. Dan kun je op die vlek blijven drukken maar ‘verdwijnen’ doet het niet meer. Ik vraag mij meer af hoe lang het duurt voordat lijkvlekken geheel verdwijnen omdat meneer Maes schrijft: Er waren MATIG ontwikkelde bleek blauwrode lijkvlekken.

    Illustreert dit dat er eerst matigere of sterkerde aanwezige lijkvlekken waren? Heeft hij deze vlekken geprobeert in te drukken en verdwenen ze toen of niet?

  2. @Wieteke – Zoals je zelf al schreef: frituurpan op het gasfornuis, kinderen in pyama en er stond een naaimand naast de stoel en op diezelfde stoel een doosje waar de naaigaren uithangt.

    Voor wat betreft de lijkvlekken….er is geen illustratie mogelijk daar er alleen maar aan een koude buik gevoeld is.

    Tja….

Laat een reactie achter op Wieteke Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *