Pleidooi mr. Geertjan van Oosten 2005

 

 

GERECHTSHOF PLEITAANTEKENINGEN
te AMSTERDAM G .J. VAN OOSTEN
Zitting 4 juli 2005 inzake
Parketnummer 23/000634-03 Ludwig Friedrich Hagemann,
thans verblijvende in het HvB te Zwaag

_____________________________________________________________________

Mevrouw de voorzitter, Edelgrootachtbaar College,
Inleiding

Met inbegrip van de zitting van vandaag heeft uw Hof 13 zittingsdagen besteed aan deze zaak, waarbij ik de diverse pro forma zittingen niet heb meegeteld. Dit heeft geresulteerd in meer dan 400 pagina’s zittingsverslag.

Op geen enkele pagina, en evenmin in het immense dossier, kunt u een uit de mond van Hagemann afkomstige aanwijzing vinden dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het om het leven brengen van Corina Bolhaar en haar kinderen Sharon en Donna, integendeel. Hagemann heeft zich doen kennen als een gemotiveerde en gepassioneerde pleitbezorger van zijn onschuld.

Ook hij wilde – en wil – dat deze afschuwelijke zaak wordt opgelost. Ik breng u de eerste opmerking van Hagemann in deze zaak in herinnering. Op 15 maart 2002, de dag dat hij werd geconfronteerd met de betekening van de heropening van het gerechtelijk vooronderzoek, zegt hij tegen teamleider Schagen:

“Natuurlijk is het goed dat die zaak wordt heropend, daar ben ik alleen maar vóór. Misschien is het juist wel goed dan wordt voor eens en voor altijd mijn onschuld aangetoond. Ik werk overal aan mee. Jullie mogen ook mijn DNA hebben, neem het hier meteen maar af. Ik zie het allemaal wel” (onderstrepingen, ook in de citaten hierna, van mij, gjvo).

Hagemann ging toen nog uit van een eerlijk en open onderzoek, waarin met de huidige stand van de (forensische) techniek de sporen van destijds nogmaals tegen het licht zouden worden gehouden.

Hagemann bedoelde uiteraard geen onderzoek dat voortborduurde op de reeds in 1984 ingenomen stelling dat hij de dader was en dat de zaak slechts nog rondgemaakt moest worden. Ik wijs u op de verklaring van Cor Kok voor uw Hof op 8 maart 2004:

“In 1984 hebben wij een zeer uitgebreid onderzoek gedaan. Daarin stond voor ons onomstotelijk vast dat u degene bent geweest die de moorden heeft gepleegd. Ik ben nu nog steeds die mening toegedaan”.

Mr. H. Anker heeft reeds het nodige naar voren gebracht over de richting van het onderzoek. Ik verwijs daarnaar.

Steeds heeft Hagemann gemotiveerd aangegeven waarom aan de verklaringen van de belastende getuigen geen geloof mocht worden gehecht. De rechtbank heeft in (de uitwerking van) haar veroordelend vonnis tot de ultieme straf helaas niet de moeite gedaan om uit te leggen waarom de getuigen die tot het bewijs zijn gebruikt wel betrouwbaar zijn. Dit terwijl hier, gelet op de persoon van de getuigen en de summiere en inconsistente inhoud van hun verklaringen, alle reden toe was, ook in het tijdperk vóór de wijziging van artikel 359 lid 2 Sv.!

Op 31 maart jongstleden gaf uw Hof Hagemann de gelegenheid om zijn mening naar voren te brengen over de zaak. Ik heb mij in gemoede afgevraagd wat ik aan deze waardige en bloedstollende monoloog nog toe te voegen had.

Hagemann raakte immers de kern van de zaak. Het is, om het door Hagemann meermalen uitgesproken understatement van de eeuw te citeren, een “kwalijke zaak” dat iemand veroordeeld kan worden op basis van vage verklaringen van rancuneuze en/of sensatiebeluste ex-vriendinnen en medegetineerden.

Ik wil het in wat ronder Nederlands zeggen: het is een regelrechte schande als roddel en achterklap de ruggengraat vormen van een strafproces. Ik kom hier later bij de individuele bespreking van de getuigen op terug.

Hagemann is de eerste om toe te geven dat hij nimmer een heilige is geweest. Hij is, in zijn woorden, niet voor dominee afgestudeerd. Maar daar gaat het niet om. Zoals Hagemann op 31 maart jongstleden duidelijk voor uw Hof aangaf zit hij hier niet voor zijn strafblad. Daar is hij immers al voor gestraft.

Het gaat er om dat het openbaar ministerie op basis van feiten en omstandigheden die niet met zijn vermeende karakter te maken hebben het wettig en overtuigend bewijs levert dat Hagemann schuldig is aan dit misdrijf. Ik zeg het nu reeds: dit bewijs is niet geleverd.

Dit betekent evenwel niet dat Hagemann niets uit te leggen heeft of, beter gezegd, (in 1984) iets uit te leggen had. Laat ik beginnen met wat ik het pijnpunt uit 1984 noem.

Pijnpunt

Het kan niet ontkend worden, Hagemann heeft zich in 1984 in de ogen van de buitenstaander onnodig verdacht gemaakt door niet meteen te vertellen dat hij op zondagochtend aan de deur van Corina was geweest. Zoals de oudste raadsheer op 30 maart jongstleden Hagemann tegenwierp “zette hij zichzelf hiermee op achterstand en speelde hij de politie in de kaart” .

Bij nadere beschouwing is deze opstelling echter goed verklaarbaar. Het was pas opmerkelijk geweest indien een doorgewinterde crimineel – die Hagemann destijds al was – wel zelf de politie uit eigener beweging informatie had verschaft waarmee hij zichzelf – weliswaar ten onrechte – zou belasten.

In eerste aanleg heb ik de rechtbank een citaat uit 1902 voorgehouden uit een preadvies voor een vergadering van de Nederlandsche Juristenvereniging , dat te fraai en te belangrijk is om nu niet te herhalen.

“Bovendien tracht haast iedere beklaagde, beangst als hij is voor den schijn van schuld die, blijkens de vervolging, op hem rust, zijne voorstelling aannemelijker te maken door allerlei bijzonderheden in zijn verhaal te vlechten, welke passen in zijn houding. Sommigen werken hun verhaal aldus hoe meer uit, maken het hoe langer hoe mooier,totdat zij in velerlei bijzonderheden worden bevonden in strijd met de waarheid en zich aldus ernstig beschuldigen”.

Dit citaat is naadloos van toepassing op Hagemann! Voor Hagemann geldt het adagium immers niet dat een onschuldige niets te vrezen heeft van politie of justitie.

Hij wist en weet dat een verdenking in ieder geval voldoende is om lange tijd van je vrijheid beroofd te worden en mogelijk zelfs voldoende is om onschuldig met een lange gevangenisstraf achter de tralies te belanden. Als Hells Angel, met een in de ogen van de politie zeer gewelddadig verleden, had hij ondervonden dat zijn naam steeds als potentiële dader naar voren kwam als zich een gewelddadigheid had voorgedaan .

De raadkamer van de rechtbank die over de eerste verlenging van de gevangenhouding moest beslissen zal zich hiervan in 1984 ook terdege bewust zijn geweest nu zij tot het – terechte – oordeel kwam dat er niet langer sprake was van ernstige bezwaren.

De rechtbank zal toen het feit dat Hagemann in eerste instantie had verzwegen dat hij in de vroege zondagochtend aan de deur was geweest uiteraard hebben meegenomen in haar besluitvorming. Toch vormde dit blijkbaar geen reden om voldoende verdenking aan te nemen om Hagemann langer in voorlopige hechtenis te houden . Waar onvoldoende verdenking bestaat is wettig en overtuigend bewijs ondenkbaar.

Ik wil u de gang van zaken van destijds in herinnering brengen. Deze is aan de hand van het oude en het nieuwe onderzoek goed te reconstrueren.

Tijdens zijn werk als portier in discotheek “De Ster” in Nieuw Cuijk kreeg Hagemann in de nacht van maandag 5 op dinsdag 6 maart 1984 een telefoontje uit het clubhuis van de Hells Angels met de inhoud dat hij zich in verbinding moest stellen met verbalisant Spooren van de recherche aan de Van Leijenberghlaan. Dit vanwege het feit dat hij werd verdacht van moord op Corina Bolhaar en haar twee kinderen .

Hierop heeft Hagemann in de nacht van maandag 5 op dinsdag 6 maart 1984 meerdere malen zelf contact opgenomen met het bureau Van Leijenberghlaan. Uiteindelijk kreeg hij verbalisant Van Dulmen aan de telefoon die zich voordeed als rechercheur Spooren. Nadat Hagemann te kennen had gegeven dat bij belde omdat hij had gehoord dat hij gezocht werd in verband met de moord in de Argonautenstraat heeft Van Dulmen Hagemann te kennen gegeven dat hij, in de woorden van Hagemann, moest “binnenkomen”.

In dit telefoongesprek werd Hagemann zeer kritisch bejegend en werd bijvoorbeeld geen geloof gehecht aan zijn opmerking dat hij vanuit Brabant belde, en dat hij dus niet in staat was op korte termijn naar het bureau te komen . Hieruit heeft Hagemann de conclusie getrokken dat er weer eens niet aan zijn schuld werd getwijfeld en heeft hij aangegeven dat hij bij deze stand van zaken – vooralsnog – niet bereid was vrijwillig aan het bureau te verschijnen om een verklaring af te leggen.

Hij besefte zich immers dat hij er als Hells Angel en veelpleger sowieso niet best voor stond en hij werd hierin gesterkt door het ongeloof dat de verbalisant uitte over zijn verblijfplaats. Voorts had hij een probleem: hij kende het slachtoffer goed en was op zondagochtend aan de deur geweest.

Hagemann besloot dan ook dat het beter was om even uit de aandacht te verdwijnen om zo de loop der dingen af te kunnen wachten. Verder had hij destijds een aantal lopende zakelijke belangen en voelde er weinig voor om deze ten gevolge van een onterechte detentie mis te lopen. Dit was het moment – dinsdagnacht/ochtend – waarop hij besloot bij Wil van Wijk aan te kloppen.

Wil van Wijk was een goede optie, nu zij woonde in een bij politie en justitie onbekende (gekraakte) woning aan de Van Boetzelaerstraat in de Staatsliedenbuurt. Het was ook logisch dat Hagemann naar Van Wijk ging, want daar was hij maandagochtend ook langs geweest.

De reden van zijn bezoek op maandagochtend was waarschijnlijk dat hij op zondag ruzie had gehad met Sherryl Anne Lee en hij daarom geen zin had om naar huis te gaan. Dat Hagemann in plaats van naar huis te gaan om de ruzie bij te leggen verkoos om naar een vriendin te gaan, is gelet op zijn karakter en leefwijze volstrekt normaal. Monogamie was niet Hagemann’s middle name, dat wisten zijn vriendinnen ook wel.

Hagemann heeft die dinsdagochtend niet tegen Van Wijk verteld dat hij verdacht werd van moord op Corina Bolhaar en haar kinderen, maar wel dat hij even bij haar wilde onderduiken omdat hij werd gezocht door de politie. Van Wijk was zo’n type dat dan verder geen vragen stelt.

Nadat in de pers was verschenen dat de vader van de kinderen als verdachte werd aangemerkt en Hagemann dus de garantie had dat hij niet de “only and usual suspect” was heeft hij weer contact opgenomen met de politie.

Hagemann kan zich herinneren dat er, waarschijnlijk al op dinsdagavond, een eerste gesprek heeft plaatsgehad met de politie in de woning van de latere president van de Hells Angels, Willems van Boxtel, boven het Angels café ‘The Other Place’, aan de Oudezijds Voorburgwal.

Later is rechercheur Van der Veer (in wie Hagemann wel vertrouwen had, net als in zijn collega Van Vooren) verschenen bij zijn woning aan de Malvastraat in Amsterdam-Noord, alwaar verder is gesproken en waar Hagemann correspondentie met Corina Bolhaar heeft overhandigd. Kort daarna, op donderdag is Hagemann op uitnodiging als getuige gehoord op het hoofdbureau , tijdens welk verhoor hij nog meer correspondentie overhandigde.

In dit verhoor als getuige en in de eerste twee verhoren als verdachte heeft hij uit eigener beweging geen melding gemaakt van het aanbellen op zondagochtend. In zijn derde verklaring noemt Hagemann wel zijn matineuze bezoek aan de deur van Corina.

De rechtbank heeft, getuige de uitwerking van haar vonnis, hieruit in 2002 de conclusie getrokken dat Hagemann hiermee een kennelijk leugenachtige verklaring heeft afgelegd die tot doel had de waarheid te bemantelen.

Deze conclusie kan evenwel, naar het de verdediging voorkomt, niet worden getrokken.

Kennelijke leugenachtigheid mag immers niet slechts worden gestoeld op veranderingen in opeenvolgende verklaringen van de verdachte (ook de Hoge Raad opereert kennelijk in overeenstemming met de gedachtegang die is verwoord in het hiervoor aangehaalde citaat van de Nederlandse Juristenvereniging uit 1902). In dit specifieke geval betekent dit dat voor kennelijke leugenachtigheid slechts plaats kan zijn indien vaststaat dat Hagemann niet uit eigener beweging melding heeft gemaakt van zijn aanbellen, maar eerst na confrontatie met de verklaring van taxichauffeur Bleecker. Dit blijkt evenwel niet uit het dossier.

Hagemann maakt immers op dinsdag 20 maart 1984 (in zijn derde verklaring als verdachte) ogenschijnlijk uit zichzelf melding van zijn bezoek op zondagochtend aan de woning. Uit het proces-verbaal van dit verhoor blijkt immers niet dat dit eerst is geschied na confrontatie met de verklaring van de taxichauffeur Bleecker.

Nu kennelijke leugenachtigheid niet kan worden gebaseerd op de wisselende verklaringen van de verdachte sec en niet vaststaat dat Hagemann ten tijde van de wijziging op de hoogte was van de verklaring van Bleecker, maakt dat deze bewijsconstructie van de rechtbank ten onrechte is aangenomen. Het feit dat de trambestuurders niet kunnen bevestigen dat er in de vroege zondagochtend een Hells Angel in hun tram heeft gezeten maakt dat niet anders.

In de eerste plaats zijn de trambestuurders eerst op 20 en 21 maart 1984 gehoord. Trambestuurders vervoeren dagelijks vele, vele mensen. Het is een feit van algemene bekendheid dat routinematige werkzaamheden niet in het geheugen gegrift worden.

Het is dan ook reeds onaannemelijk dat bestuurders met zekerheid kunnen verklaren wie er twee weken geleden wel in hun tram zat. Hagemann was immers geen nationale bekendheid (althans in 1984 nog niet), maar een “gewone” passagier die net zo min beklijft in het hoofd van een trambestuurder als andere passagiers.

Het is in dit licht ronduit ondenkbaar dat trambestuurders kunnen verklaren wie er twee weken geleden niet in hun tram heeft gezeten. Het feit dat de bestuurder verklaren dat hen niet is opgevallen dat er een Hells Angel in hun tram zat betekent uiteraard niet dat er geen Hells Angel in hun tram heeft gezeten.

Bovendien moet niet worden vergeten dat het zeer wel mogelijk is dat Hagemann niet als Hells Angel herkenbaar was, omdat hij zijn colours onder zijn jas droeg, iets dat hij vaker deed als hij met het openbaar vervoer ging. Het was beter geweest indien de trambestuurders was gevraagd of er een man die aan het signalement van Hagemann voldeed (lang, zwarte baard etc.) in de tram had gezeten.

Verder is niet duidelijk waarom Hagemann zou liegen op dit punt. Hij had immers net zo goed kunnen verklaren dat hij vanaf het Stadionplein een taxi had genomen of was gaan lopen naar het Centraal Station. Waarom het verhaal dan ingewikkelder maken door te verklaren dat hij eerst een stukje met de tram was gereden, waarna hij bij de Albert Cuypmarkt een taxi had gepakt naar zijn woning in Amsterdam-Noord?

Opmerkelijk is overigens dat in het oude, maar ook in het nieuwe dossier geen poging lijkt te zijn ondernomen om die taxichauffeur te achterhalen, terwijl dit niet moeilijk zou zijn geweest, nu Hagemann de taxi (een bruine Opel) en de standplaats goed had beschreven.

Kortom, het pijnpunt uit 1984 is door de rechtbank destijds terecht afgedaan. Het was logisch dat Hagemann in 1984 even de kat uit de boom heeft gekeken en niet direct het achterste van zijn tong heeft laten zien.

Wat hierbij tot slot overigens niet moet worden vergeten is dat alle procespartijen er destijds vanuit gingen dat een andere belangrijke verdachte – Jo Baron – een sluitend alibi had. Hierdoor is deze Baron na korte tijd weer volledig uit beeld verdwenen. Indien deze – inmiddels fatale – vergissing niet was gemaakt, was Hagemann destijds wellicht al weer veel eerder op vrije voeten gesteld en was de moord reeds in 1984 opgelost .

Over de mogelijke rol van Baron en andere personen met een duidelijk motief – iets dat van Hagemann niet gezegd kan worden – kom ik nu te spreken.

Baron c.s.

Benadrukt moet worden dat in 1984 niemand binnen de familie- en vriendenkring Hagemann noemt als mogelijke dader, integendeel. Hij was juist de vriend en beschermer van de familie .

Rikki Bolhaar en haar zusje Karin Buijsman wijzen op Haim als dader: “dat het zo ver uit de hand zou lopen . Buurvrouw/vriendin Van Vreede wijst ook op de ruzies met Haim. Corina had gezegd dat Haim voor haar en de kinderen “dood” was, zij wilden hem niet meer zien, en zij had zelfs de achternamen van de kinderen gewijzigd.

Dat Haim lijkt te kunnen worden uitgesloten als onmiddellijk dader, betekent uiteraard niet dat hij niet bij de moorden betrokken kan zijn. Hij dient dan ook, naar het oordeel van de verdediging wel in beeld te blijven als middellijk dader. Het is immers minst genomen uiterst merkwaardig dat Haim weigerde om de begrafeniskosten van zijn kinderen te voldoen.

Een andere persoon, Jo Baron, komt echter veel pregnanter naar voren als mogelijke dader. Pas in 2002 is vastgesteld dat zijn alibi van destijds niet klopt. Thans is niet meer in geschil dat Baron in de gelegenheid is geweest om de moorden te plegen!

Het is uiteraard slechts gissen wat dit voor het onderzoek had betekend indien dit reeds in 1984 naar voren was gekomen. In ieder geval is duidelijk dat Baron dan veel, heel veel had uit te leggen.

Uit het dossier komen immers in de eerste plaats duidelijke aanwijzingen naar voren dat Jo Baron, met wie Corina Bolhaar na Haim een tijd een relatie heeft gehad en met wie zij heeft samengewoond, zich bezig hield met zaken die het daglicht niet konden velen.

In de tweede plaats komt deze Baron op een uiterst negatieve wijze naar voren, als een griezelig en agressief persoon met een groot drugs- en gedragsprobleem. Voorts hebben zich zaken afgespeeld tussen Baron, Corina en Haim waaruit meerdere motieven van Baron kunnen worden afgeleid. Een bloemlezing uit diverse (19!) verklaringen over Jo Baron:

• Oud buurman: Jo was een branieschopper, die in de hele buurt herrie schopte en duidelijk liet merken dat hij lak had aan alles en iedereen;

• Mustafa Altimbas (vriend van Corina, ex-partner van Louise Daalder) : Esra (= Jo) had toen gezegd dat als hij naar Nederland zou komen hij haar zou pakken;

• Ouwehand (Buurman Argonautenstraat en ontdekker van de lichamen) : Corina was erg bang voor een drugsverslaafde, Jo. Jo sloeg haar tijdens ruzies. Jo was buitengezet door Corina, maar had een sleutel van de buitendeur. Vanaf het moment dat hij de deur was uitgezet bleef hij haar lastigvallen. Hij verklaart dat Corina altijd in angst heeft geleefd. Zij was erg bang voor Jo en zijn vrienden, dit waren allemaal onderwereldfiguren. Corina had hem verteld dat Jo in Israël werd gezocht voor moord. De deur van Corina was in de avonduren gesloten, maar overdag niet afgesloten. De weken voor haar dood was Corina bang. Ze vroeg ons de deur niet zomaar open te doen. Hij ziet en hoort dat Jo Corina regelmatig sloeg. Zij heeft voor hem goud moeten halen. Het stoppen met deze activiteiten is haar wellicht fataal geworden. Jo wilde dat de kinderen hem papa noemden. Jo heeft Corina een tijd lang lastig gevallen door aan te bellen en te kloppen;

• Theisen (ex-vriendin van Baron) : Maakt melding van een bespreking tussen Baron en Corina over een partij heroïne die door Corina naar de Verenigde Staten zou moeten worden gebracht. Zij denkt dat Corina daar bedenkingen over had en dat daardoor onenigheid is ontstaan;

• Karin Buijsman (stiefzuster) : Ze had contact met Jo. Een mafkees, een griezel, hij maakte een nare indruk. Hij gebruikte drugs. Jo was een dictator en Corina mocht met mij en de familie geen contact meer hebben. Tijdens de aanhouding door de (vreemdelingen)politie schreeuwde Jo: “Corina, ik krijg je nog wel”. Haar moeder heeft op 9 maart 1984 van Jo gehoord dat hij ongeveer twee weken daarvoor nog bij haar dochter was geweest. Twee maanden voor haar dood had Corina nog van Louis gehoord dat zij moest uitkijken omdat Jo weer in town was (ik wijs in dit verband ook op de ansichtkaartjes die Hagemann haar heeft geschreven vanuit het Huis van Bewaring, waarin hij haar – en de kits! – meermalen waarschuwt voor (o.a.) Baron). Zij moest hem direct waarschuwen als hij contact zocht, want dan zouden ze (de Hells Angels) haar helpen;

• Timp (zwager) : Had geld geleend aan Baron, die hem daarbij belazerd had. In die tijd dat ik mijn geld ging opeisen bedreigde die Baron mij. Hij zou mij wel met een mes bewerken. Ik was dus wel bang geworden voor die kerel. Naar mijn smaak heeft die kerel het gedaan. Hij is gek;

• Heitmeier (vriend) : Zij had een verhouding met Jo Baron. Een griezelig mannetje. Toen hij bij haar weg was heeft hij haar verschillende keren bedreigd met een mes. Begin november 1983 heb ik haar nog gebeld en ik kreeg toen een man aan de lijn waarvan ik dacht dat het Jo Baron was. Die kerel is echt gek. Baron heeft Corina met vele dingen bedreigd, hij had het er ook over om haar kinderen te ontvoeren. De pogingen om de blik van de politie ook op anderen, waaronder deze Baron, te richten, strandden, zo bevestigde hij ook voor uw Hof;

• Hof (stiefvader) : Corina heeft eens een man genaamd Jo verraden. Jo was een uiterst gevaarlijke man die, nadat Corina tegen hem had verteld dat zij geen alimentatie kreeg van Haim, verklaarde: “Ik ga hem niet gewoon doodmaken maar ik ga hem al zijn ledematen afhakken zodat hij langzaam doodgaat”, althans woorden van gelijke strekking;

• Van Vrede (vriendin en buurvrouw) : Zij heeft voor Jo horloges gesmokkeld. Later heeft zij ruzie met hem gekregen en ervoor gezorgd dat hij werd uitgezet. Corina heeft altijd angst gehad voor het vrijkomen van Jo. Een maand voor haar dood had ze onverwacht bezoek gehad van Jo. Sinds dat bezoek sprak ze over de dood. “als er wat gebeurd…ik heb het in orde laten maken…als Jo haar iets aan zou doen…dan zou Lou het weten…die pakt hem terug. Sindsdien maakte zij een bange indruk en maakte zelfs foto’s van Jo en zijn vrienden”;

• Werkhoven/Verheul (buren Corina) ; Hadden het ernstige vermoeden dat Corina in duistere zaakjes zat. Liet vaak op het laatste moment de kinderen bij hen achter en vertrok dan naar het buitenland. Zij verdachten de ex-man (in dit geval Jo Baron). Hoorden regelmatig ruzie tussen Corina en Baron. In de nacht zagen zij vreemde mannen bij haar naar binnen gaan. Hoorden van Ouwehand dat Jo had geprobeerd Corina te wurgen. Corina had hen verteld dat Jo had gedreigd haar dood te schieten. Zij mochten de deur niet opendoen voor Jo. De deur van Corina zat nooit op slot;

• Pelger (vriendin): Jo en Corina snoven cocaïne. Zij ziet dat er in het bijzijn van de kinderen slaande ruzie tussen Corina en Jo ontstaat over cocaïne en geld. Jo komt later bij haar en verklaart “dat hij Corina wel zou afmaken, op een moment dat ze het niet zou verwachten”. Zij neemt de moeite om een uitgebreide brief te schrijven met belastende informatie over Jo. Zij kent hem als en trotse man die zijn eer wil wraken. Jo is na tussenkomst van Corina uitgezet. Jo zou in de buurt van Kaiserslautern (BRD) zijn gepakt voor drugsdelicten. De ex-echtgenoot van Pelger, ene Horner zou mogelijk meer weten. Ter zitting van uw Hof bevestigde zij een en ander;

• Daalder (nieuwe partner Haim) : Corina wilde de relatie met Baron beëindigen omdat zij bang voor hem was. Baron had Bolhaar bedreigd met een mes, waar de kinderen bij waren. Daarom bracht zij de kinderen voor zes weken naar Andorra. Zij was bang dat Joey wraak zou nemen op haar en de kinderen;

• Haim (ex-man) : Jo was een slechte man die drugs gebruikte. De situatie was zelfs zo uit de hand gelopen dat Corina de kinderen voor een periode van 5 weken naar Andorra had gebracht om de problemen met Jo op te lossen. In die periode geeft Corina Jo aan en zorgt ervoor dat hij wordt uitgezet. Jo had gezworen wraak op Haim te nemen omdat hij hem belazerd had met het compagnonschap van Baba (beiden waren wegens verdovende middelen gearresteerd en Baron bleef zitten, na zijn vrijlating bleek Haim alleen verder te zijn gegaan). Jo verdacht Haim er mogelijk van met de politie samen te werken. Corina had hem gezegd bang te zijn voor Jo en was door hem geslagen. Haim was bang dat er iets met zijn kinderen zou gebeuren. Hij vertelt dat hij van Corina had vernomen dat zij bang was dat Jo de kinderen wat zou aandoen, zij huilde door de telefoon. De enige persoon die hij kan bedenken die het gedaan heeft is Jo. Jo gebruikt namelijk verdovende middelen en spuit zichzelf in;

• Huizinga (moeder) : Jo is een keer bij mij thuis geweest en hij sprak toen zo’n wartaal. Hij vertelde toen dat hij die Gajem (Haim?) aan zijn neus, zijn oren en dergelijk langzaam zou afsnijden. De reden hiervoor is mij niet bekend, maar ik weet wel dat ik deze man een grote griezel vind. Ongeveer 8 weken voor haar dood was Baron in Nederland;

• Shrabi (stiefmoeder Corina) : Jo vertelde haar dat hij, uit wraak voor hetgeen Haim hem had aangedaan, met Corina zou trouwen en dan die 2 kinderen op zijn naam zou laten zetten. Donatha en Sharon mochten geen Jo tegen hem zeggen, maar moesten hem papa noemen. Corina vindt een mes onder het kussen van een bed in een hotel, waar zij samen met Jo is. Dit was zo hard (!) geweest dat Corina er zo van was geschrokken dat zij een poosje naar haar moeder is gegaan en haar kinderen naar Andorra heeft gebracht. Baron had wel eens in het been van Corina gebeten omdat hij een stukje vlees van haar wilde hebben als souvenir. Zij verklaard dat Jo Corina enkele maanden voor haar dood nog bezocht heeft;

• Bossenbroek (ex-huisgenote van Baron) : Baron was een asociale parasiet. Hij bedreigde mij en hij heeft mij verschillende malen geslagen. Dat gebeurde als hij seks wilde en ik niet. Hij werd dan kwaad en sloeg mij en kreeg dan toch wat hij wilde. Ik was ervan overtuigd dat hij de moord had begaan. Ik vond dat hij een minachting voor het leven uitstraalde;

• Woudenberg (huisarts) : Baron wordt wegens ernstige agressie meermalen door hem platgespoten.

• Zanoni (ex-partner van Baron ten tijde van het delict, Brussel) : Baron (die zij kent als Tony) gebruikte drugs waaronder Rohypnol. Zij werd steeds banger voor hem (omstreeks maart 1984). Hij was niet normaal wat betreft zijn gedrag. Hij leidde geen normaal leven, hij kon convulsief zijn onder invloed van medicijnen. Hij spreidt merkwaardige kennis ten toon nu hij haar vertelt dat ze de kinderen ook hadden moeten doden, anders zouden ze de dader kunnen herkennen. Zij meent zich voorts te herinneren dat hij gezegd heeft hoe de vrouw en de kinderen zijn gedood. Niet duidelijk is hoe hij aan deze kennis komt. Tony had een vuurwapen bij haar verstopt. Nadat hij hiermee wordt geconfronteerd zegt hij dat het wapen van haar is. Hij heeft zich gewelddadig getoond tijdens gemeenschap met haar (bijt in haar oor). Hij raakte in paniek toen hij vernam dat de politie hem zocht. Zanoni zet Baron eind februari 1984 het huis uit. Jo was rond 18 februari 1984 nog naar Nederland geweest. Op zondag 4 maart 1984 vertelt Jo haar dat hij de nacht van zaterdag op zondag bij een meisje had doorgebracht. Later wordt dit meisje genoemd als iemand die een alibi zou kunnen verschaffen: ” Tony vertelde mij dat dat meisje Doriane heette en dat hij de nacht van 03. op 04.03.84 met haar en vrienden had doorgebracht. Zij schijnen een gedeelte van de avond samen in de Fashion-bar te hebben doorgebracht.(…) Tony heeft mij echter gezegd dat hij zich niet aan de Nederlandse politie wilde overgeven omdat hij geen aanvaardbare getuigen had voor de nacht van zaterdag op zondag, 03.03.84 op 04.03.84 en omdat hij voor de Nederlandse politie de hoofddader zou zijn”.

De bovenbuurvrouw, mevrouw Stiel-Van Hoven heeft op zaterdagavond (tussen 21.00 en 22.00 uur) een ruzie waargenomen in de woning van Corina tussen een persoon die aan het signalement van Baron voldoet en Corina. Haar zijn evenwel geen foto’s getoond, terwijl zij aangeeft dat zij hem misschien wel zou kunnen herkennen.

Dat de verbalisanten Plenter en Van Kasteel zich mevrouw Stiel niet kunnen herinneren zegt niet zoveel. Mevrouw Stiel is destijds immers niet als getuige op eigen naam gehoord, maar haar achternaam duikt slechts op in het buurtonderzoek. Zeer wel mogelijk is dat een huisgenoot, bijvoorbeeld haar echtgenoot, destijds de deur voor de verbalisanten heeft geopend en dat aan de hand van het naambordje op de deur (toen Stiel-Van Es) de mutatie is opgemaakt.

Opvalt dat in 2002 direct – en slechts – wordt getracht de verklaring van mevrouw Stiel onderuit te halen, terwijl er alle reden is om dit niet te doen. Mevrouw Stiel kijkt vanuit haar woning immers recht in de woning van Corina, de afstand is slechts ongeveer 20 meter. De stelling waarmee de verbalisanten hun scepsis uiten, namelijk dat Bryan, op wie de man volgens Stiel zou lijken, onherkenbaar in beeld is gebracht wordt gelogenstraft door de ter zitting getoonde uitzending. De trekken van Bryan waren daarin uitstekend te onderscheiden. Onnodig te zeggen dat deze trekken niet overeenstemmen met die van Hagemann!

Twee buurjongetjes Hafid en Said Taibi ; hebben reeds op maandag 5 maart 1984 tegen een buurtgenoot, mevrouw Woerlee, verklaard dat zij een dronken persoon hebben zien morrelen aan het slot van de deur, waarvan zij dachten dat het de vader van Donna en Sharon was. In 2002 verklaart Said: “Ja, het was een man met een getinte huidskleur en zwart haar. Ik heb hem vaker met de kinderen gezien. We zagen hem als vader van de kinderen. Ik weet ook dat Sharon en Donna hem als vader zagen”.

Als Hafid en Said en Sharon en Donna deze persoon als vader zagen kan dit niet gaan over de echte vader (Haim), maar moet dit wel Baron betreffen, die er immers op stond dat de kinderen hem papa noemden . Het door Said opgegeven signalement stemt overeen met dat van Baron! Bovendien had Baron een sleutel!

Tot slot hierover het volgende. Uit bladzijde 916 van het nieuwe Bolhaar-dossier blijkt dat Baron om zondagavond 4 maart rond 23.30 uur is aangehouden in Brussel. Hij was op dat moment dermate in kennelijke staat dat hij eerst op maandagochtend om 07.00 uur verhoord kon worden. Dit maakt de opmerking van Hafid en Said over de dronken persoon aan de deur extra interessant.

Wat opvalt is dat Baron zeer terughoudend is in zijn verklaring in 1984 en een aantal malen in strijd met de waarheid verklaart over opmerkelijke zaken. Zo spreekt hij niet de gehele waarheid over het einde van het samenwonen met Corina. Hij verzwijgt immers dat hij door toedoen van Corina is uitgezet naar Israël, iets waarover hij woedend was. Ook ontkent hij dat hij bedreigingen heeft geuit.

Hij verklaart dat hij Corina ongeveer een jaar voor zijn aanhouding voor het laatst heeft gezien. Hij ontkent het bezoek van kort voor haar dood dat door de moeder van Corina wordt genoemd (zij liegt volgens hem). De moeder is evenwel niet de enige die het recente bezoek van Baron noemt. Ook Buijsman, Zanoni en Daalder verklaren hier over.

Hij stelt dat hij slechts één keer is platgespoten door huisarts Woudenberg en eerst nadat hij hiermee is geconfronteerd. Hij schrijft voordat hij weet dat hij door de politie zal worden gehoord een alibi in een zakagenda. Hij schrijft hierin dat hij de nacht van zaterdag op zondag met ene Doriane heeft doorgebracht, een meisje dat hij recentelijk had ontmoet. Deze Doriane, waarmee hij de nacht van 3 op 4 zou hebben doorgebracht is – toevallig – op zondagochtend 4 maart met het vliegtuig naar Spanje vertrokken. Van haar en ook van de vrienden waarmee hij op zaterdagavond in de Fashion-bar is geweest ontbreekt evenwel elk spoor. Dat is vreemd, want in ieder geval Doriane had aan de hand van vluchtgegevens toch eenvoudigweg achterhaald kunnen worden.

Er is niemand anders gevonden in Brussel die kan bevestigen dat Baron in de periode 3 maart 19.00 uur en 4 maart 22.30 uur in of rond Brussel is geweest. Zelfs zijn vriend Toulatos , de zanger uit de Fashionbar, met wie hij op 20 maart 1984 zou worden opgepakt, kan het verblijf van Baron in de bar niet bevestigen.

Baron gaat ook niet zelf naar de rijkswacht, maar overlegt eerst met een advocaat. Hij ontkent dat hij tegen Zanoni heeft verklaard dat hij van ene Rudolf had vernomen dat hij werd gezocht in Nederland. Hij ontkent ook dat hij tegen haar zou hebben gezegd dat hij wist wie het gedaan had. Hij ontkent ook het bezit van een revolver en het feit dat hij sleutels had (gehad) van de buitendeur van de woning van Corina. Ook ontkent hij in eerste instantie zijn druggebruik

Baron is in Israël in aanraking geweest met politie en justitie, laatstelijk nota bene voor huiselijk geweld! .

Kennisneming van al het belastend materiaal in zijn richting kan slechts tot de conclusie leiden dat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat politie en justitie ziende blind is (geweest) voor de ware dader en dat de kans dat deze inmiddels op het kerkhof ligt verre van denkbeeldig is.

Dan terug naar Hagemann. Wat ligt er nu eigenlijk tegen hem? Wat is er na 1984 aan nieuw materiaal verzameld?

Nieuwe bezwaren

Na de invrijheidstelling van Hagemann zijn 18 jaren verstreken. De zaak is nog een aantal malen tegen het licht gehouden maar – ongetwijfeld omdat nagenoeg alle technische sporen vernietigd waren – ongeschikt bevonden voor een cold casebehandeling. Hoe schrijnend ook, de zaak leek vergeten en was de facto verjaard.

De enigen voor wie de zaak nog leek te leven waren een aantal nabestaanden en misdaadverslaggever Peter R. de Vries.

De Vries woonde ten tijde van de moorden vlakbij de plaats delict en heeft het nooit kunnen verkroppen dat de zaak onopgelost bleef. Hij wilde dan ook net voor de verjaring nog een ultieme poging doen om de zaak nieuw leven in te blazen.

Ik hecht eraan namens Hagemann naar voren te brengen dat De Vries – op zich – hulde verdient voor zijn initiatief. De wijze waarop De Vries heeft geopereerd is echter zeer onzorgvuldig en een misdaadverslaggever die de waarheid nastreeft onwaardig. De Vries heeft geen enkele distantie betracht en Hagemann in alle 3(!) uitzendingen als dader neergezet, niets meer en niets minder en weinigen zullen na de uitzendingen gedacht hebben dat het beest Hagemann het niet gedaan heeft.

Hagemann staat in zijn kritiek op de wijze van in beeld brengen niet alleen.

Ik citeer professor Van Koppen ter zitting van uw Hof :

“Ik heb met enige regelmaat met Peter R. de Vries discussies gehad, waarin ik aangaf dat ik vind dat hij soms te ver gaat met het trekken van conclusies in zijn televisie-uitzendingen. In de televisie-uitzendingen met betrekking tot deze strafzaak trekt hij vrij evidente conclusies. Ik ben geen deskundige op het gebied van televisie maken, wellicht ga ik mijn boekje te buiten”

Van Koppen gebruikt een understatement. De verdediging concludeert in wat minder parlementaire bewoordingen. De uitzendingen van De Vries vormen een regelrechte uitnodiging aan iedereen die nog een appeltje met de duivel Hagemann heeft te schillen om hem af te maken. En dit is precies wat er gebeurd is. Goed voor de kijkcijfers, maar dodelijk voor een eerlijk strafproces.

In dit verband mag ook niet onvermeld blijven dat de rol van justitie bij deze uitzendingen minder passief en afkeurend is dan wordt gesuggereerd.

U zult zich kunnen herinneren dat een groot deel van de uitzending een schets betreft van de weigering van justitie om De Vries ter wille te zijn .

Op 31 augustus 2001 schrijft De Vries een brief aan politievoorlichter Elly Florax met het verzoek om inzage in het dossier. Hij biedt hierin aan om afspraken te maken over het al dan niet vertonen van relevante details. Verder mag justitie de uitzending van tevoren bekijken en krijgt zij zelfs een veto over de inhoud aangeboden.

Uit het overzicht dat daarna volgt kan worden opgemaakt dat politie en justitie de zaak eigenlijk zijn vergeten en er niets meer aan willen doen. In een telefoongesprek medio november 2001 zegt politievoorlichter Florax dat de zaak bij justitie ligt en dat die er niets mee willen omdat de prioriteit tegenwoordig – letterlijk – bij kindermoorden ligt. De Vries wijst Florax er fijntjes op dat het hier twee kindermoorden betreft.

De Vries doet vervolgens nog vele pogingen maar justitie blijkt niet te vermurwen. Men wil geen tijd en capaciteit vrijmaken en aan De Vries wordt geen inzage verschaft.

Op 21 december 2001 uit De Vries in een brief aan hoofdofficier De Wit zijn frustratie. Hij geeft aan zich in jaren niet zo geërgerd te hebben aan justitie. Op deze brief volgt een telefoontje van de woordvoerder van De Wit, die een klein lichtpuntje naar voren brengt; de zaak komt mogelijk in aanmerking voor een cold casebehandeling. Florax nodigt ondertussen De Vries van harte uit om met nieuwe feiten te komen.

De Vries gaat dan aan de slag en spreekt met alle getuigen, buren en (oud-) politiemensen, waarna hij concludeert: de enige serieuze verdachte is Louis H. Het doopceel van Hagemann wordt vervolgens gelicht:

De omstandigheden die destijds zijn aangetroffen op de plaats delict worden door De Vries uitgebreid naar voren gebracht en de betrokkenheid van Hagemann wordt door reconstructies, waarbij het uiterlijk van Hagemann door gebruik te maken van een dubbelganger en origineel beeldmateriaal vol belicht.

Het karakter van Hagemann wordt op vernietigende wijze naar voren gebracht: (ex) Hells Angel Hagemann is een door drugs en drank volstrekt onberekenbare meervoudige moordenaar . Hij schiet naar zwangere vrouwen en de politie, en deinst er zelfs niet voor terug om handgranaten te gebruiken. Het strafblad van Hagemann met 101 feiten en een reclasseringsrapport worden langs duistere wegen verkregen en rollen over het beeld.

Ook de verkrachting van zijn ex-vriendin, Renetta van der Meer, komt uitgebreid aan de orde. Deze Renetta van der Meer komt vervolgens met de doorbraak. Zij stelt dat Louis meerdere malen tegen haar zou hebben gezegd dat hij al eens eerder een vrouw met twee koters had vermoord.

Middels een dubbelganger in beeld gebracht dat Hagemann Corina en haar twee kinderen om het leven brengt…… De Vries concludeert immers: het aanbellen van Hagemann is ongeloofwaardig.

Over de betrouwbaarheid van Van der Meer kom ik later nog te spreken. Ik merk nu reeds op dat
Renetta in die uitzending stellig zegt dat zij dit niet eerder heeft verteld aan politie of justitie.

Op 14 februari 2002 wordt De Vries uitgenodigd bij de Officier van Justitie. Men is opgetogen over de verklaring van Renetta. Officier van Justitie Voorhuis heeft in dit gesprek gezegd dat een uitzending van De Vries over de zaak justitie zeer goed zou uitkomen en De Vries kan nu ook inhoudelijke vragen stellen over het dossier. Op 23 februari 2002 wordt het onderzoek heropend.

Ik wil hiermee aangeven dat het ook aan justitie te verwijten valt dat de programma’s van De Vries in deze vorm zijn uitgezonden. De stellingen voor uw Hof van teamleider Schagen en officier Voorhuis dat zij hiermee niet gelukkig waren doen daarom gekunsteld aan. Zij hadden immers i) zorg kunnen dragen voor een juiste nuancering van de rol van Hagemann in het oude dossier en ii) er bijvoorbeeld op kunnen wijzen dat er ook nog andere verdachten waren destijds, waarvan er één ten onrechte een alibi toebedeeld had gekregen.

Verder hadden zij er voor kunnen zorgdragen – er was immers een veto aangeboden – dat de inhoud van de uitzendingen minder tendentieus en expliciet was geweest. Door dit achterwege te laten en bovendien de getuigen die er naar voren zijn gekomen (Akkerman, Wetzels en Van Wijk) niet kritisch te bejegenen is de conclusie gerechtvaardigd dat ook dit team, in aansluiting op het team uit 1984, bij voorbaat overtuigd is geweest van het daderschap van Hagemann

Aan dit gebrek aan kritisch vermogen zal hierna, bij de bespreking van de afzonderlijke getuigen, nadere aandacht aan worden geschonken.

In de eerste plaats een aantal opmerkingen over de betrouwbaarheid van getuigen in het algemeen en getuigen met een motief in het bijzonder.

Getuigen met een motief

Op 17 maart 2005 heeft de Rechtbank Amsterdam het vonnis uitgesproken in de zaak tegen een 20-tal Hells Angels die verdacht worden van het om het leven brengen van 3 clubleden. In die zaak is een verklaring afgelegd door een getuige die er belang bij had om een wenselijke verklaring af te leggen.

De rechtbank overweegt in de samenvatting van de vonnissen tegen deze leden als volgt :

3.1. Betrouwbaarheid van de getuige Diaz

Voordat de verklaringen van de getuige Diaz voor het bewijs kunnen worden gebezigd zal moeten worden nagegaan of deze als geloofwaardig en betrouwbaar kunnen worden aangemerkt. Dit geldt vanzelfsprekend voor iedere verklaring van welke getuige dan ook maar in het bijzonder ten aanzien van de verklaringen van getuigen met wie een “deal” is gesloten. Deze getuigen kunnen immers een belang hebben bij het afleggen van onjuiste verklaringen omdat hun een beloning in het vooruitzicht wordt gesteld, te weten een korting op de strafeis van een derde. Daarin zouden zij grond kunnen vinden een verhaal te vertellen waarvan zij menen dat dit bij Justitie in goede aarde valt. Als één of meer verklaringen als ongeloofwaardig moeten worden aangemerkt, zullen zij van het bewijs moeten worden uitgesloten.

(…)

Op welke wijze moet nu de rechtbank zich een oordeel vormen over de betrouwbaarheid van de afgelegde verklaringen. Zonder uitputtend te willen zijn zal het volgende moeten worden nagegaan:

a. Zijn de verklaringen consistent? Daarmee wordt bedoeld dat vanaf het begin tot aan het einde steeds in overwegende mate hetzelfde is betoogd. Het mag niet zo zijn dat in verklaring 2 zus, in verklaring 7 zo, in de 13e dit en in de 18e dat is verklaard.
b. Zijn in de verklaringen tegenstrijdigheden te constateren? En zo ja, gaat het hier om hoofd- dan wel om bijzaken? Als er zodanige verschillen zijn vast te stellen, heeft de getuige daar een bevredigende verklaring voor? Heeft hij zich vergist en heeft hij deze vergissing willen herstellen of zijn er andere factoren die de verschillen kunnen verklaren en zijn deze verklaringen dan aannemelijk?
c. Is de getuige op enig moment met nieuwe gegevens op de proppen gekomen? Zo ja, waarom heeft hij dan niet van meet af aan open kaart gespeeld? Heeft hij een aannemelijke verklaring voor het feit dat hij niet vanaf het begin open is geweest?
d. Passen de verklaringen in overig bewijsmateriaal? Indien dat niet het geval is, hoe kan de getuige dan verklaren dat zijn relaas afwijkt van andere bewijsmiddelen?
e. Maakt de getuige ter zitting een oprechte, betrouwbare indruk?

Ik ben zo vrij om deze criteria – mede omdat ze zo wijs zijn – te noemen naar de voorzitter van de kamer die zich boog over de Hells Angelzaak, mr. Salomon,: de Salomoncriteria dus. Deze criteria zijn goed bruikbaar in de zaak tegen Hagemann.

Ook in deze zaak hebben alle getuigen immers belang bij het afleggen van een verklaring.

Professor Van Koppen, heeft op verzoek van de verdediging de belastende en tot het bewijs gebezigde getuigen Van der Meer, Van Wijk, Akkerman en Wetzels tegen het licht gehouden. Ook Van Koppen bedient zich ogenschijnlijk van criteria die grote gelijkenis vertonen met de Salomoncriteria. Ik citeer uit zijn rapport:

“De verklaringen van de vier getuigen zijn uiterst summier. Daardoor kunnen de verklaringen niet onderzocht worden aan de hand van de omstandigheden waaronder de waarnemingen plaats vonden. De uitzondering daarop vormt de verklaring van Van Wijk. Haar verklaring is dermate weinig consistent, dat niet bepaald kan worden of een van de verklaringen juist zou kunnen zijn.

Bij het tot stand komen van in ieder geval drie van de vier verklaringen hebben de uitzendingen van Peter R. de Vries een grote rol gespeeld. Voor Van der Meer was de komst van De Vries de aanleiding om haar verhaal te vertellen. Of door die komst haar geheugen getriggerd is of dat die komst haar de gelegenheid bood om Hagemann een hak te zetten, kan op grond van het door mij onderzochte materiaal niet bepaald worden. Zowel de verklaringen van Akkerman als van Wetzels zijn tot stand gekomen na de uitzendingen. Daardoor kan een financieel motief niet zijn uitgesloten.

Elk van de verklaringen is afgelegd vele jaren nadat de waarneming zou hebben plaatsgevonden. Op die grond kan verwacht worden dat de getuigen slechts in staat zijn weinig details te vertellen. Maar dat tijdsverloop biedt ook ruime mogelijkheden tot zodanige veranderingen in de herinnering dat de verklaringen mogelijk weinig relatie meer met de werkelijkheid hebben. Tot slot kan bij geen van de vier getuigen worden uitgesloten dat zij op grond van bedreigingen bepaalde feiten niet vertellen of juist omdat zij een wraakmotief hebben onjuist verklaren.

Tot slot werd mij gevraagd welke invloed de uitzendingen van Peter R. de Vries hadden. Voor in ieder geval Akkerman en Wetzels waren die uitzendingen de aanleiding om met een verklaring te komen. Niet bepaald kan worden of zij de inhoud van hun verklaringen hebben gebaseerd op de inhoud van de uitzendingen. Evenmin kan ik uitsluiten dat die uitzendingen – en Opsporing Verzocht – hen een financieel motief hebben gegeven voor de afgelegde verklaringen.

(…)”

Ter terechtzitting van uw Hof lichtte professor Van Koppen zijn rapport nog toe: :

Je kunt twee versies bedenken. De ene versie is dat Peter R. de Vries met televisie-uitzendingen over de strafzaak komt en dat getuigen daarop netjes reageren. De andere versie is dat – ook omdat er een nogal prominente beloning in beeld kwam – getuigen reageren omdat het geld op kan leveren. Het lastige is dat je op grond van psychologische inzichten geen onderscheid kunt maken tussen deze twee situaties.

Ieder weldenkend persoon, je hoeft daarvoor geen rechtspsycholoog te zijn, ziet dat 3 van de 4 getuigen slechts verklaren dat Hagemann tegen hen heeft gezegd dat hij “het” gedaan heeft. Bij ieder weldenkend mens zal de gedachte ontstaan dat dit wel erg mager is. Mensen (verdachten en getuigen) kunnen immers zo veel kan zeggen en zij zullen toch met meer moeten komen dan een blote opmerking. Om met Hagemann te spreken: de tijden van heksenjacht en inquisitie zijn voorbij .

Zo’n verklaring sec kan logischerwijze immers slechts een indicatie bevatten dat iets is gezegd, en (zeker) niet dat iets heeft plaatsgevonden. Slechts indien hetgeen is gezegd niet uit andere bron kenbaar is, overeenstemt met de in werkelijkheid aangetroffen situatie, terwijl vaststaat dat de voortbrenger niet zelf kennis heeft kunnen nemen van de beschreven werkelijkheid kan aan een dergelijke verklaring een mogelijk juridische consequentie worden verbonden. Daarbij moet dan uiteraard wel nog worden vastgesteld of de informatieverschaffer (de getuige) onverdacht is, nu deze ook zelf belang kan hebben op zich juiste informatie aan de verkeerde bron te koppelen.

In casu is slechts getracht de informatie van Van Wijk te verankeren in bovenbedoelde zin, wat niet zo vreemd is, nu slechts deze informatie daarvoor geschikt is. Ik doel hierbij uiteraard op het onderzoek in de tuin van haar toenmalige woning aan de Van Boetzelaerstraat, dat niets heeft opgeleverd.

De overige informatie: ‘het gedaan hebben” lag immers feitelijk sinds de verdenking uit 1984, die toen en nadien ruime media-aandacht had gekregen, op straat. Bovendien was deze informatie door de recente aandacht van De Vries (in Panorama en op televisie) niet alleen weer opgefrist en afgestoft, maar tevens alvast van duidelijke conclusie voorzien.

Ten aanzien van deze informatie is strikt genomen slechts de mogelijkheid onderzocht of de gegevensoverdracht tussen zender en ontvanger op een bepaald moment en op een bepaalde plaats heeft plaatsgevonden, dan wel kunnen plaatsvinden . Dit is te mager.

In de zogeheten Wijker-moordzaak, die heeft geleid tot het arrest van uw Hof van 25 juli 2003 was sprake van soortgelijke problematiek. Ook die zaak had ruime media-aandacht gekregen en ook in die zaak waren de verdachten het onderwerp geweest van in brede kring geuite speculaties.

Het Hof was zich in die zaak terdege bewust van het probleem dat dit vormde bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen. Dit blijkt met name uit de eerste twee (van in totaal vijf) criteria die het hof in die zaak hanteert. Ik citeer dan ook deze twee criteria:

“In de eerste plaats kan worden gekeken naar of hetgeen is verklaard, overeenkomt met of steun heeft in – zo te noemen – objectieve feitelijke gegevens die in het onderzoek naar voren zijn gekomen, voordat de verklaring is afgelegd, en waarvan degene, die de verklaring heeft afgelegd, geacht kan worden geen kennis te dragen

(…)

Voorts kan worden gekeken naar of hetgeen is verklaard, overeenkomt met of steun heeft in gegevens die in het onderzoek naar voren zijn gekomen, nadat de verklaring is afgelegd, en op het bestaan waarvan degene, die heeft verklaard, geen invloed kan hebben gehad.

De overige drie criteria komen weer overeen met voornoemde Salomoncriteria. De verdediging wil u dringend verzoeken bij de beoordeling van deze zaak het belastend materiaal naast dezelfde meetlat(ten) te leggen.

De verdediging zal hier een voorschot op nemen en de verklaringen van Van der Meer, Van Wijk, Akkerman en Wetzels hierna aan een nader onderzoek onderwerpen. De conclusie zal zijn dat geen van de verklaringen een verankering vindt in andere niet reeds uit andere bron kenbare (objectieve) feiten. Voorts zal duidelijk worden dat zeer grote vraagtekens moeten worden geplaatst bij de motieven en daarmee de betrouwbaarheid van de informatieverschaffer.

Als laatste algemene opmerking wil ik u erop wijzen dat de rechtbank in het veroordelend vonnis drie van de vier getuigen, die zij later voor het bewijs zou gebruiken, feitelijk diskwalificeert. Op pagina 3 van het vonnis overweegt de rechtbank dat “Op geen enkele wijze is komen vast te staan dat Hagemann betrokken is geweest bij het om het leven brengen van J. Wilson “.

Zowel Akkerman, Van der Meer als Wetzels hebben immers ook verklaard dat Hagemann voor haar dood verantwoordelijk is. De reden van de vrijspraak zal zijn dat de verklaringen over Wilson gedetailleerder zijn, in welke detaillering de fouten makkelijk(er) zijn te ontdekken. Dit kan echter toch niet betekenen dat een door dezelfde getuige afgelegde, in algemene termen gestelde, verklaring in de Bolhaar-zaak aan betrouwbaarheid wint? De verdediging moet er toch niet vanuit gaan dat Hagemann wel zou zijn veroordeeld voor de Wilson-zaak indien de getuigen ook in die zaak hun verklaring hadden beperkt tot de strofe dat zij van Hagemann hadden gehoord dat hij (ook) Wilson van het leven had beroofd?

Het feit dat de getuigen in Wilson onjuist verklaren is natuurlijk wel een duidelijke indicatie dat hun – onverifieerbare – verklaring in Bolhaar ook wel eens niet zou kunnen kloppen! Dit laatste is precies wat hierna zal worden aangetoond.

Nu dus een beschouwing per getuige. Als eerste Renetta van der Meer.

Renetta van der Meer

Van der Meer is zowel in het opsporingsonderzoek, het gerechtelijk vooronderzoek, alsmede ter terechtzitting van rechtbank en hof gehoord. Haar verklaringen, die gaandeweg nogal evolueren, worden niet of nauwelijks bevestigd. Ik citeer uit het rapport van professor van Koppen:

“Van der Meer vertelt nu consistent dat Hagemann haar herhaalde malen heeft verteld dat hij een wijf met koters heeft vermoord. Zij heeft dat verhaal kennelijk niet verteld ten tijde van de aangifte van verkrachting. Zij zou dit verhaal eerder, ten tijde dat zij nog een verhouding had met Hagemann, verteld hebben aan Monique Korporaal. Dat wordt door Korporaal bevestigd, doch pas na de uitzendingen van De Vries. Zij vertelt dat zij contemporain verteld zou hebben aan Van Lienen. Die kan zich dat echter niet herinneren en zegt dat zij zich niet kan voorstellen dat zij zoiets zou vergeten. Daardoor geeft de verklaring van Korporaal geen bevestiging van de verklaring van Van der Meer.

Dat roept de vraag op waarom zij pas met dit verhaal is gekomen toen zij benaderd werd door de journalist De Vries en dit niet heeft verteld ten tijde van de aangifte van verkrachting. Angst voor bedreiging lijkt hiervoor geen redelijke verklaring, omdat zij dan niettemin wel aangifte van verkrachting deed. Men zou eerder verwachten dat haar verhaal over het wijf met de koters haar aangifte zou ondersteunen en er lijkt dan ook geen redelijke verklaring waarom zij dat verhaal toen niet verteld heeft. Daardoor blijft als enige verklaring over dat zij dit verhaal pas is gaan vertellen door de komst van De Vries. Daarbij zou het volgende aan de hand kunnen zijn. (1) De vragen van De Vries fungeren als de cue waarop zij zich weer herinnerde wat Hagemann haar tijdens de ruzies vertelde. (2) Zij is dit verhaal gaan vertellen omdat de komst van De Vries haar de gelegenheid bood Hagemann een hak te zetten. Het voorliggende materiaal biedt geen aanknopingspunten om uit deze twee mogelijkheden een keuze te maken”.

De verdediging wil u voorhouden dat professor Van Koppen hier wel erg voorzichtig formuleert, omdat mogelijkheid 1 (De Vries was slechts de cue) onaannemelijk is.

Van der Meer heeft immers niet slechts over het contemporain vertellen aan Van Lienen verklaard, maar ook aan anderen. Deze andere personen kunnen de verklaring van Van der Meer evenmin bevestigen, integendeel. Zij stellen dat zij dit verhaal uiteraard zouden hebben onthouden, als het hun was verteld.

Het mooiste voorbeeld hiervan wordt gevormd door de verklaring van de overleden moeder van Van der Meer. Van der Meer stelt immers dat zij het verhaal van Corina en haar kinderen ook aan haar moeder heeft verteld.

Haar moeder verklaart ten tijde van de aangifte dat ze geen enkele angst heeft om tegen Hagemann te verklaren:

“U verteld mij, dat er gevaar schuilt aan de informatie die ik geef. Ja, ik ben mij daarvan bewust, maar ik heb kanker. Ik ga daar aan dood, dus ik ben daar niet bang voor. Ik wil praten om hem achter slot en grendel te krijgen ”

Zij spreekt vervolgens met geen woord over de “Bolhaar- en de Wilsonzaak”, maar wel over andere zaken (over vuurwapens, een handgranaat, dat Hagemann mensen heeft doodgeschoten, dat hij een pistool op hun raam heeft gericht, dat hij met de Sigaar in de drugshandel zit en dat hij in de tuin met vuurwapens schiet).

Van der Meer is verder stellig van mening dat zij de gewraakte zin ook aan anderen heeft medegedeeld. Die anderen, Sjaan Veerman, Vera Kroes en Henk Wemer ontkennen dat stellig en zijn verder niet erg positief over Van der Meer:

• Haar tante, Sjaan Veerman, bijvoorbeeld ; Renetta trekt altijd anderen mee in haar ellende en ze heeft daardoor haar ouders veel verdriet gedaan. Sjaan Veerman ging altijd met Vera Kroes, met wie zij al 26 jaar bevriend is, naar Renetta toe. Alles wat negatief was over Louis heeft ze van Renetta. Zij vond hem zelf wel een aardige man. Als er ruzie was stonden Louis en Renetta vijf minuten later alweer omstrengeld in de gang. Zij kent alleen een verhaal over het in stukken snijden van een persoon (waarschijnlijk een vrouw). Zij weet niet meer wanneer haar dit verteld is, maar was door dit verhaal al verbijsterd. Zij verklaart niets over het Bolhaar-verhaal. Zij verklaart wel dat Renetta grote angst had voor het vrijkomen van Louis en dat zij daarom bezig was met Peter R. de Vries.

• Vera Kroes . Ook zij is niet positief over Renetta. Renetta was geen gemakkelijke tante. Renetta knapte juist op door de omgang met Louis. Ook zij verklaart dat Renetta erg bang was voor het vrijkomen van Hagemann. Zij zou blij zijn wanneer ze een andere naam zou krijgen. Zij heeft van Renetta gehoord dat Louis een vrouw in stukjes had gesneden en die in een koffer had gedumpt. Over de Bolhaar-zaak verklaart ze als volgt: Over dat vrouwtje met die twee kinderen, daar heb ik Renetta of Louis nooit over gehoord.”

• Henk Wemer , (de buurman van de moeder van Renetta): Heeft nooit iets van de moeder van Renetta gehoord. Hij vond Renetta labiel en hoorde van haar moeder dat ze gek was. Hem was nooit verteld over het vermoorden van een wijf met koters: “Ik weet daar niets van, zoiets zou ik niet vergeten. Nellie heeft mij nooit verteld over een moord of iets dergelijks. Nellie heeft mij alleen een keer verteld over het dagelijkse “gezeik” tussen Renetta en Louis. Dat hij haar mishandelde, maar meer niet”. Wemer weet ook niets van het biobak incident en de het binnengaan van Hagemann bij Van der West. Hij omschrijft Van der West al iemand die gek was en met iedereen ruzie heeft.

• De buurman van Renetta, John Nederlof is ook opvallend positief over Louis, die hij als een opvallend beleefde man omschrijft. Hij hoorde wel eens ruzies en vechtpartijen beneden, maar heeft Hagemann nooit agressief meegemaakt. Hij vond het geen nare man en nu nog steeds niet. Hij zorgde voor regelmaat in het leven van Renetta en Joey. Als Louis er was, was er geen luide muziek en was het kind schoon. Louis zorgde er ook voor dat Joey van en naar school ging. Hij bracht en haalde hem van en naar het busje. Nederlof kan zich Hagemann herinneren als een persoon die helemaal gek was op kinderen. Hagemann had tegen hem gezegd dat hij een persoon die met zijn dronken kop aan kinderen zat zou vermoorden. Renetta omschrijft hij aan de andere kant als een ontzettend asociale, extreme vrouw. Zij gedroeg zich als een kind, ze had geen moraal. Ze deed alles zoals het haar opkwam en kon iedereen om haar vinger winden.

Kortom, Van der Meer heeft geen beste pers en haar verklaringen worden door niemand, zelfs niet door haar naaste familie, bevestigd, integendeel!

Nadat zij ter zitting geconfronteerd is met het feit dat zij ten tijde van haar aangifte niets heeft gezegd over de Bolhaar-zaak verklaart zij dat dit komt omdat zij tengevolge van de verwurging door Hagemann nauwelijks kon spreken. Uit het verkrachtingsdossier blijkt echter klip en klaar dat zij op 4 mei 1998 – dus 5 dagen na de vermeende verkrachting – in Apeldoorn een uitgebreide verklaring aflegt waarin zij wel in staat is om eerdere bedreigingen, mishandelingen en schietpartijen aan de orde te stellen.

Dan de verklaring zelf. Op welke wijze zijn de bedreigingen naar voren gebracht en waar. Kan zij eerder van de zaak gehoord hebben?

Bron van de kennis

Van der Meer stelt nooit eerder te hebben gehoord dat Hagemann verdacht is geweest van de moord op Corina Bolhaar en haar twee kinderen. Zij zou dit voor het eerst hebben vernomen tijdens een bezoek van Peter R. de Vries. Dit lijkt, en dan druk ik het zacht uit, niet goed denkbaar.

Dit volgt in de eerste plaats uit hetgeen Van der Meer heeft verklaard over een waarschuwing voor Hagemann die zij ontving van een eerdere, inmiddels overleden, partner, (de eveneens ex-Hells Angel) Rinus Meerveld:

” Rinus vertelde mij dat Louis gek was. Ik zou bijvoorbeeld nooit mogen zeggen dat ons zoontje van Rinus was, want dan zou Louis mij en ons zoontje vermoorden”.

Deze waarschuwing (voor uw Hof verklaart zij overigens weer anders, namelijk over het uit een buik snijden van een baby) kan, gelet op de bewoordingen, slechts worden geplaatst in de (ongetwijfeld eveneens door Meerveld genoemde) context van de in 1984 tegen Hagemann gerezen verdenking.

Hierbij dient te worden opgemerkt dat deze Rinus Meerveld bepaald geen vriend was van Hagemann. Hij was een van diens criticasters en bleef altijd zijn bedenkingen houden over diens onschuld. Uit het dossier is verder kenbaar dat Meerveld door Hagemann is neergeschoten.

Bovendien waren nog niet zo lang voor het bezoek van Peter R. de Vries twee artikelen over de zaak Bolhaar in het weekblad Panorama verschenen. In het eerste artikel werd een oproep gedaan om informatie te verschaffen over deze moorden die op het punt stonden te verjaren en werd melding gemaakt van een destijds 26-jarig, bij gebrek aan bewijs heengezonden Hells Angel L.H.

Hoewel dit uiteraard van deze zijde niet valt te bewijzen is aannemelijk is dat Van der Meer, haar ontkenning ten spijt, wel van dit artikel kennis heeft genomen, dan wel hierop door anderen is geattendeerd. Hagemann herinnert zich Van der Meer o.a. als een sensatiebelust persoon die dit soort blaadjes verslond. Dat uit de in het artikel genoemde informatie de persoon van Louis Hagemann eenvoudig voor haar te destilleren was behoeft geen nader betoog.

De grootvader van Van der Meer, bij wie zij regelmatig met Louis op bezoek kwam, woonde in de Argonautenstraat, niet ver van het huis van Bolhaar. Ook deze grootvader kan derhalve een bron van kennis zijn geweest.

Voorts blijkt uit de tip die Van der Meer omstreeks 9 mei 2002 aan verbalisant Schagen geeft, inhoudende dat haar nichtje Janny, die in de buurt woont van de Argonautenstraat, meer van de zaak weet, dat zij wellicht al veel eerder op de hoogte was van de moord op Corina Bolhaar. Nichtje Janny weet overigens van niets.

Dan de inhoud van haar verklaringen. Ook deze is verre van smetteloos.

Inhoud

De stelling van Van der Meer dat Hagemann tientallen malen de zin zou hebben uitgesproken doet reeds wegens de gestelde frequentie niet geloofwaardig aan. Als al denkbaar is dat iemand uit de school klapt, dan zal dit logischerwijze, gelet op de ernst van de zaak en de zware strafrechtelijke consequenties die dit met zich mee kan brengen, toch bij een eenmalig incident zijn gebleven.

Dit geldt eveneens voor de opmerking van Van der Meer dat zij de dag nadat zij de eerste keer met die woorden was bedreigd – welke bedreiging zij naar eigen zeggen uiterst serieus nam – gevraagd heeft naar de naam van het slachtoffer en de reden van de daad. Van der Meer verklaart immers dat Hagemann om het minst of geringste in vuur en vlam ontstak en dat zij op haar tenen moest lopen om de goede vrede te bewaren. Navraag bij Hagemann naar het waarheidsgehalte valt met deze vrees moeilijk te rijmen. Verder is het onvoorstelbaar dat zij vervolgens geen navraag heeft gedaan bij anderen over het waarheidsgehalte van de bedreiging.

Naar zeggen van Van der Meer zou Hagemann Corina en de kinderen van het leven hebben beroofd omdat zij te lastig werden. Van der Meer neemt naar eigen zeggen genoegen met dat antwoord en vraagt niet waar dat te lastig zijn uit bestond. Dit is gezien haar eerdere nieuwsgierigheid curieus.

Opmerking verdient dat op geen enkele wijze uit het dossier naar voren komt dat Corina Bolhaar, laat staan haar kinderen, Hagemann op enigerlei wijze hebben gedwarsboomd. Integendeel, de relatie tussen Bolhaar en Hagemann laat zich nu juist kenmerken door een van beide zijden gewenste grote mate van vrijblijvendheid. Voorts lijkt niet in geschil dat de kinderen en Hagemann dol op elkaar waren.

“Lastig worden” kan immers slechts van toepassing zijn in een relatie die niet wordt gekenmerkt door vrijblijvendheid, bijvoorbeeld de relatie tussen Hagemann en Van der Meer, die immers een gezin met kinderen vormden en een huishouding bestierden.

De stelling van Van der Meer dat zij constant in angst verkeerde dat Hagemann haar en haar kinderen iets aan zou doen wordt gelogenstraft door het feit dat zij bij hem is gebleven en regelmatig de zorg van haar kinderen aan Hagemann heeft toevertrouwd, wanneer zij zelf ging stappen.

Haar meermalen bevestigde stelling dat zij ten tijde van de aangifte van verkrachting heeft gesproken met CID-ers over de moord op Corina en haar twee kinderen en over de badcelmoord aan ambtenaren van de CIE/CID blijkt nog immer op geen enkele wijze uit de stukken. In dit verband is het overigens opmerkelijk dat zij ter zitting van de rechtbank – anders dan bij de Rechter-commissaris – verklaarde dat zij zich aldaar uit angst zou hebben beperkt tot het noemen van Corina en niet haar koters. Voor het onlogische aspect van deze beperking kon of wilde zij ter zitting geen verklaring geven. Ter zitting van uw Hof is haar verklaring hieromtrent in eerste instantie weer anders, namelijk dat zij wel degelijk heeft verteld over een moeder en twee kinderen . Nadat zij hierover door uw Hof kritisch verder wordt ondervraagd neemt zij weer haar toevlucht tot het niet durven (uit angst en wegens haar lichamelijke en emotionele gesteldheid)verklaren tegen de CID.

Professor Van Koppen bevestigde ter zitting dat het lastig is om een gecompliceerde leugen steeds foutloos te herhalen. Het relaas van Van der Meer is een mooi voorbeeld van de juistheid van deze stelling, nu de genoemde omstandigheden steeds een beetje anders worden. Hagemann kan zich slechts gelukkig prijzen dat de onbetrouwbaarheid van Van der Meer na kritische lezing van haar verklaringen snel aan de oppervlakte komt.

Zonder te streven naar volledigheid volgt hierna een bloemlezing opmerkelijkheden:

• De “badcelmoord”. Eerste verklaring : Hij vertelde tijdens een ruzie dat hij in een badcel een lijk in stukjes gesneden en in zakken gedaan met een vriend(8 februari 2002). Zij weet niet of het een man of een vrouw was. In haar brief van 28 januari 2002 schreef zij echter dat Hagemann haar bedreigd zou hebben haar in stukken te snijden, omdat hij dat al eerder met een vrouw had gedaan in Amsterdam-Oost. Ook zou Hagemann haar gedreigd hebben haar in stukjes gesneden te hebben. Die persoon had hij ontmoet in een kroeg. Volgens haar verklaring van 11 maart 2002 zou het haar juist verteld zijn tijdens een romantisch gesprek met een wijntje op de bank. Hagemann zou die persoon nu hebben ontmoet in een kroeg in de Warmoesstraat. De vriend bleek inmiddels een Hells Angel te zijn.

Lou Lou zou het waarschijnlijk zijn, want dat was toen (wanneer, heeft Van der Meer plots weet van het tijdstip?) zijn gabber. Weer later in haar verklaring van 6 mei 2002 zou het gaan om een in stukken gehakt lijk. En ter zitting van de rechtbank- na de uitzendingen van De Vries met de beelden over de Wilsonzaak – spreekt zij van het in het water gooien van de zakken, van welk detail zij met stelligheid beweert dit van Hagemann te hebben gehoord.

Sjaan Veerman en Vera Kroes hebben het overigens over een persoon die in stukken zou zijn gesneden en in een koffer zou zijn gestopt. Dit komt echter niet overeen met de Wilsonzaak, zoals Van der Meer die uit de uitzendingen kent, en dus past Van der Meer haar verklaring eenvoudigweg aan. Zij ontkent dan ook bij de rechtbank uitdrukkelijk dat zij gesproken heeft over een koffer. Maar waarom zouden Sjaan Veerman en Vera Kroes hier nu over liegen?

• Zij spreekt over een tatoeage met de tekst Out 97 die zou zijn geplaatst voordat zij in 1997 – tijdens haar eerste uitje, op de dag van de ontmoeting – samen met Louis en Joey naar de bar Angel Place gingen. Hagemann heeft geen tatoeage met voornoemde tekst, maar wel een met Out 93 die veel eerder is aangebracht.

• Omtrent een schietincident waarbij haar moeder aanwezig was vertelt zij beduidend anders dan de overige betrokkenen. Anderen zeggen dat de aanleiding een uit de hand gelopen ruzie was tussen Louis en Renetta, waarna Louis zou hebben verklaard dat hij om 02.00 uur zichzelf een kogel door zijn kop zou schieten. Deze omstandigheid “vergeet” Van der Meer gemakshalve. Op dat tijdstip wordt een schot gehoord, waarna een zoektocht begint. Later klopt Van der Meer het verhaal op door te spreken van “allemaal schoten”. Voorts verklaart zij dat Hagemann, nadat zij hem gevonden hadden tegen Kroes zou hebben gezegd dat hij “even op wat lantaarnpalen had geschoten”, terwijl Kroes onomwonden verklaart dat zij Hagemann toen niet meer hebben gevonden.

• Uit de gebeurtenissen omtrent het programma “Het spijt me”, hoe onschuldig een en ander op het eerste gezicht mag lijken, blijkt wel dat Van der Meer doortrapt te werk kan gaan nu zij er ogenschijnlijk in geslaagd is een op eerste gezicht uiterst ongeloofwaardig verhaal aan de man te brengen. Vervolgens is zij er niet voor teruggedeinsd om de leugen ten overstaan van een groot publiek op televisie te herhalen. Eerst nadien is de leugen aan het licht gekomen. Is dit wellicht symptomatisch?

• Wetenschap naam Corina: In haar brief van 28 januari 2002 schrijft zij dat Hagemann letterlijk zei: Ik heb Corina en haar koters ook vermoord, dat kan ik bij jou en je koter ook doen”. In haar eerste verklaring zegt zij dat Hagemann haar verteld zou hebben dat hij al eens eerder een wijf met koters had vermoord. Zij koppelt hier niet de ruzie aan vast die zou zijn ontstaan toen Hagemann een zak cocaïne thuis kwam halen. Zij zou een dag later hebben gevraagd naar de naam Corina. Verder zou zij er diverse keren naar hebben gevraagd . In haar derde verklaring komt zij met het verhaal over de ruzie waarin een en ander gezegd zou zijn en over het feit dat deze strofe wel 10-tallen malen zou zijn gebruikt door Hagemann.

Bij de rechter-commissaris verklaart zij evenwel weer dat Hagemann slechts éénmaal de naam Corina heeft genoemd, en dat hij die naam later misschien nog wel eens heeft laten vallen. De Vries verklaart ter zitting van de rechtbank niet meer te weten of Van der Meer tijdens de eerste ontmoeting kwam met de naam Corina. Op de vraag van ondergetekende dat het – gelet op het in journalistieke zin spannende element -aannemelijk is dat De Vries zou hebben onthouden wanneer Van der Meer uit eigener beweging met de naam Corina zou zijn gekomen, antwoordde hij bevestigend. De verdediging houdt het er dan ook op dat Van der Meer niet met de naam Corina is gekomen. Tijdens de voorbereiding van dit pleidooi kwam een dit verband opmerkelijk punt naar voren toen ik nogmaals de uitzendingen van De Vries bekeek. De Vries had informatie bij zich had over de Bolhaar- en de Wilsonzaak ten tijde van zijn eerste bezoek aan Van der Meer . Deze informatie zit in zwarte ordners. Deze ordners zijn goed te zien in de uitzendingen. In de eerste uitzending over de Bolhaar ligt de ordner bijvoorbeeld op tafel tijdens het interview met Vera Hartman. Op de beelden is goed te zien dat de ordners een wit etiket op de rug hebben met in grote gedrukte letters de naam BOLHAAR en in wat kleinere letters Corina. Deze map heeft Van der Meer dus ook gezien en heeft dus eenvoudigweg de naam Corina Bolhaar kunnen oplezen! Dit is ook zeer aannemelijk, want hoe kan ze anders in haar brief van 28 januari 2002 de voor en achternaam van Corina Bolhaar opschrijven indien zij deze niet van of via De Vries heeft vernomen? En waarom beperkt zij zich in die brief niet tot het noemen van de voornaam?

• Van der Meer verklaart dat zij in eerste instantie niets tegen de Vries heeft gezegd , maar de boot heeft afgehouden . De Vries verklaart dat zij in het eerste gesprek inhoudelijk op alles zijn ingegaan en een hele poos hebben zitten praten .

• Haar verklaring dat zij niet uit angst voor vrijlating van Hagemann verklaart, maar vanwege haar wens dat de moorden zouden worden opgelost is ongeloofwaardig. Zij is onder het aannemen van een andere naam gevlucht naar Dronten. Zij weet ter zitting van de rechtbank precies de VI-datum van Hagemann naar voren te brengen. Zij verklaart dat zij zich zorgen maakt over haar veiligheid en wil slechts verklaren indien zij in een getuigenbeschermingsprogramma wordt opgenomen. Verder verklaren ook Vera Kroes en Sjaan Veerman dat zij benauwd is voor het moment dat Louis weer in vrijheid zal worden gesteld en dat dit juist de reden is geweest van haar contacten met De Vries.

• Van der Meer spreekt over koters, een woord dat Hagemann nooit gebruikt, omdat hij dit een asociale klank vindt hebben. Dit verklaarde hij reeds tijdens zijn eerste verhoor in het kader van de inbewaringstelling en de opening van het gerechtelijk vooronderzoek voor de rechter-commissaris. Van der Meer gebruikt zelf het woord koters. Hagemann spreekt aantoonbaar van kids (of kits zoals u op de kaart vanuit de bajes aan Corina kunt lezen).

De persoon van Van der Meer

Hagemann hecht eraan u voor te houden dat Van der Meer bepaald niet kan worden gekenschetst als een dom blondje. Zij is een uiterst sluw persoon die normaal gesproken aan een half woord voldoende heeft. Zij is een manipulatieve intrigante die geniet van alle aandacht die haar getuigenis met zich mee brengt. Zij heeft alle reden om belastend tegen Hagemann te verklaren en om bij haar verklaring te blijven. Zij heeft justitie immers nodig om in haar bescherming te voorzien en heeft reeds een beloning ontvangen van EURO 20.000,=.

Salomoncriteria losgelaten op Van der Meer

Heeft Van der Meer een motief?  Ja!, vele (wraak, bescherming, beloning). Is haar verklaring consistent? Nee!. Bevatten haar verklaring tegenstrijdigheden? Ja!. Heeft zij daarvoor een aannemelijke verklaring? Nee! Komt zij met nieuwe gegevens? Nee! Is Van der Meer oprecht en betrouwbaar? Nee!!

De verklaringen van Van der Meer horen dus niet thuis in het strafproces.

Dan getuige nummer 2, Wil van Wijk

Wil van Wijk

Gesteld wordt thans dat Van Wijk destijds Hagemann een vals alibi heeft verschaft. Dit zou onder meer volgen uit RCIE-informatie uit april 2002 . Deze stelling is onjuist nu Van Wijk destijds en nu heeft verklaard dat Hagemann bij haar heeft ondergedoken, zodat van een alibi geen sprake is. Dit feit wordt (en werd!) door Hagemann ook niet ontkend. Het enige nieuwe aan de verklaring van Van Wijk is dat zij thans verklaart dat Hagemann haar heeft gevraagd een vlek uit zijn jas te verwijderen.

Ik begin met het citeren uit de conclusie van Professor Van Koppen over Van Wijk:

In 1984 heeft Van Wijk niets verteld over het wassen van de jas en het verbranden in de tuin.

Daarmee komt zij pas in 2002. Zij geeft dan als motief voor haar verklaring: “Ik wil wel dat Louis Hagemann voor eeuwig vast komt te zitten.”

Dan geeft zij van de gebeurtenissen nogal uiteenlopende versies. Ten eerste wisselt de volgorde waarin (1) het wassen van de jas, (2) de ochtendborrel en de krant en de melk halen en (3) het ruiken dat in de tuin iets verbrand is, plaats vonden. Daarnaast blijft het uit haar verklaring onduidelijk of het nu om een spijkerjas of om een suède jas ging.

Enerzijds weet Van Wijk steeds details van de gebeurtenissen te melden, anderzijds vertelt zij over die details steeds wisselende versies. Dat maakt haar verklaring, in de hierboven beschreven zin, onbetrouwbaar en daarmee invalide.

Haar verklaring wordt op het eerste gezicht bevestigd door Pestman, doch zij vertelt weer dat het een spijkerjas betrof die helemaal onder het bloed zat. Dat is niet alleen een ander verhaal dan Van Wijk vertelt, maar Pestman komt daarmee ook pas in 2002. Daarmee vormt de verklaring van Pestman slechts een zwakke bevestiging van het verhaal van Van Wijk.

Voorts geeft Van Wijk zelf een motief om een onjuiste verklaring af te leggen: zij wil dat Hagemann voor eeuwig vast komt te zitten.

Motief en persoon Van Wijk

Uit de door Van Wijk afgelegde verklaringen komt naar voren dat zij een wrok lijkt te koesteren tegen Hagemann, die haar naar eigen zeggen meerdere malen uiterst onbehoorlijk zou hebben behandeld . Van Wijk heeft de uitzendingen van De Vries gezien .

Hagemann heeft ook na het mislukte samenwonen, zoals Van Wijk in haar verklaring uit 1984 terecht opmerkt, nog regelmatig contact met Van Wijk onderhouden. Hij kwam met enige regelmatig bij Van Wijk langs, vaak midden in de nacht of vroeg in de ochtend, om een praatje te maken, iets de drinken of om een “wip te maken”. Ze leefden immers in hetzelfde ritme.

Ook na het bezoek in maart 1984 heeft hij nog regelmatig contact onderhouden met Van Wijk, die bijvoorbeeld wel werkte in een door hem geëxploiteerd pand voor raamprostitutie.

Haar verklaringen kenmerken zich door inconsistentie, onzekerheid, chaos (van de hak op de tak springend), onwaarschijnlijkheid en oncontroleerbaarheid.

De tijdens de laatste zittingsdag afgespeelde bandopname is in dit opzicht illustratief. Hierbij moet vooraf nog worden opgemerkt dat dit de laatste verklaring van Van Wijk betreft , hetgeen bij de verdediging de vraag oproept wat het niveau van de eerdere “gesprekken” is geweest.

De verdediging heeft zich hogelijk verbaasd over de wijze waarop het verhoor plaatsvindt. Het zou onjuist zijn om te concluderen dat Van Wijk ten tijde van het afleggen van haar verklaringen zwaar onder invloed was want haar dubbele tong zou wellicht ook kunnen worden verklaard door haar herseninfarcten. Het feit dat Van Wijk zelfs bij de rechter-commissaris haar toevlucht moet nemen tot een slok wodka-cola (hoewel zij naar eigen zeggen niet meer drinkt) doet echter het ergste vermoeden.

Verbalisant van Asperen doet zijn uiterste best om bij Van Wijk in het gevlei te komen en geeft haar alle ruimte om over allerlei op eerste gezicht volledig irrelevante zaken uitgebreid uit te weiden (“Ah, leuk man”).

Dan blijkt uit de opname duidelijk dat Van Wijk eigenlijk niets meer weet. Wel heeft zij flarden van herinneringen in haar hoofd, maar zij kan die niet meer in verband brengen met concrete gebeurtenissen.

Ze doet wel goed haar best om die flarden te koppelen aan een door Van Asperen voorgehouden en blijkbaar gewenste gang van zaken.

De suèdejas bijvoorbeeld, waarover zij in eerste instantie nogal stellig is. Zij stelt (parafraserend): “ik heb ook zo’n jas, dat is mijn vriendje, het is zonde om die jas te verbranden”).

Die suède jas kan dus niet kloppen, zo filosofeert Van Wijk, aangemoedigd door Van Asperen, omdat je zo’n jas niet kan wassen en moeilijk kan verbranden. Bovendien is dat wel erg zonde. Vervolgens wordt Van Wijk met zachte dwang weer door Van Asperen in de richting van een spijkerjas gedwongen. Hij houdt haar daartoe voor:

“Maar vorige keer zei je ook dat uh je zat te …? Vriendschap van die suèdejas dan,.. Maar dat je eigenlijk in je achterhoofd ook het beeld had dat ook die…”, …..

Waarna Van Wijk hem kan inkoppen en verder fantaseert over een spijkerjas.

Van Asperen doet vervolgens nog een leuke suggestie of Hagemann misschien niet na de verbrande jas een nieuwe jas heeft gekregen, maar daar trapt zelfs Van Wijk niet in.

De verdediging weet overigens precies waar het gerucht over de suède franjejas met het bloed vandaan komt. Toen hij in 1984 in voorlopige hechtenis zat voor deze zaak heeft Hagemann willen aantonen dat het onderzoek zeer gebrekkig werd uitgevoerd, omdat een jas (de leren franjejas!) met bloedvlekken en steekgaten (voor de goede orde, het betrof hier bloed van Hagemann dat daar door een vechtpartij op terecht was gekomen) die aan de kapstok hing over het hoofd was gezien.

Deze jas is via de humanistisch raadsvrouw Hordijk opgehaald en ingevoerd in het huis van bewaring . De jas is vervolgens meegenomen naar de raadkamer en heeft daar wellicht mede tot de positieve uitkomst geleid.

Dit feit was ongetwijfeld bij Van Wijk bekend en heeft gediend als zaadje waaruit het latere verhaal – onder bemesting van grote hoeveelheden genotsmiddelen – is ontkiemd en tot wasdom gekomen. In dit kader verdient overigens opmerking dat Van Wijk in 1984 meermalen is ondervraagd of zij kleding had gewassen voor Hagemann, welk aspect ook in 2002 aan de orde is gesteld .

Met dat wassen is ook iets vreemds aan de hand. Van Wijk bevestigt immers dat zij toen niet wist hoe je een bloedvlek eruit moet krijgen. Nu weet zij dat, namelijk met Biotex, “want Biotex is nog steeds heilig”. Dit impliceert dat zij de vlek er toen niet met Biotex uit wilde halen. Dit is echter weer niet in overeenstemming met haar andere verklaringen, nu zij daarin stellig stelt de vlek er juist met Biotex te hebben uitgehaald, althans dit te hebben geprobeerd. Ik wijs bijvoorbeeld op haar verklaring voor de rechter-commissaris van 13 juni 2002:

“(…), ik wist ook niet wat voor vlek het was. Ik dacht toen dat het een bloedvlek was omdat hij rood/oranje kleurig was. Ik heb een klein bakje water gepakt , deed daar Biotex in en legde de mouw met daarop de vlek in de week.(…)”.

Ook hier “evolueren” dus de uiterst vage flarden tot gewenste, maar onmogelijke, concrete gebeurtenissen. Van Asperen neemt echter niet de moeite om haar met deze ongerijmdheid te confronteren.

Krachtens de bandopname wordt ook nog een poging ondernomen om Hagemann in verband te brengen met Joanne Wilson. Van Wijk kent namelijk Karen en Karen kent Joanne, althans volgens Van Wijk. Karen, zo houdt van Asperen haar voor, zou vast wel kunnen verklaren dat Louis voor 1000% Joanne kende. Oh ja, zegt Van Wijk, want zij kent Joanne ook wel, “want je hebt Joanne en je hebt die en die”(….)

Erg naamvast lijkt Van Wijk echter niet te zijn, want ook de naam Skippy is haar bekend en zij wijst haar aan op een foto. Skippy was een aardige meid die prachtig kon tatoeëren. Van Asperen weet natuurlijk ook niet precies wie er nu op de foto staat, maar houdt Van Wijk gemakshalve maar wel voor dat Hagemann vanaf deze Skippy naar haar is toegegaan. Van Wijk snapt er nu helemaal niets meer van en vraagt of Hagemann na Skippy weer een relatie met haar heeft gekregen. Dat verbaast haar, want dat Louis “ook met Skippy neukte” wist zij niet. Van Asperen is zo charmant om dit direct weer te corrigeren en zegt dat dat niet zo is, maar dat Hagemann vanaf Skippy bij haar is ondergedoken.

Er is echter gewoon sprake van verwarring, want de persoon die Van Wijk aan de naam Skippy koppelt is heel iemand anders, namelijk de tatoo-artiest Bella door wie Van Wijk inderdaad is getatoeëerd met een afbeelding van een slang.

De verdediging vindt de wijze van verhoren van Van Wijk een kwalijke zaak. Het valt nog mee dat Van Asperen niet letterlijk zegt dat Hagemann al op maandag 5 maart 1984 bij haar is ondergedoken. Gecontroleerd worden kan echter niet meer, nu de bandopnamen van de eerdere verhoren “zoek” zijn.

Gelet op de wijze van opbergen verbaast dit de verdediging zeer, en dan druk ik het zwak uit. De wijze waarop Van Wijk is gehoord maakt dat de opnamen van alle gesprekken en/of verhoren met deze “getuige” hadden moeten worden gekoesterd. Zij hadden niet op geluidsband, maar op videoband moeten worden opgenomen, opdat uw hof een volledig inzicht had gekregen in de wijze van tot stand komen van haar verklaringen.

Deze verbalisant Van Asperen is door teamleider Schagen op de lastige getuigen gezet omdat hij zo goed kan verhoren. De verdediging heeft hier eigen opvattingen over en meent dat deze Van Asperen door zijn gebrek aan kritisch vermogen erg goed is om het ijs te breken en om gewenste verklaringen te verkrijgen.

Diezelfde Van Asperen heeft immers ook moeite met het neutraal interpreteren van informatie, gelet op de wijze waarop de onduidelijkheid over de letterlijke tekst van de ansichtkaart wordt weggemoffeld. Ik zeg dat onvriendelijk, maar als de verdediging niet de beschikking had gekregen over de journaals was zij hier nooit achtergekomen.

Het essentiële verschil tussen “bedankt dat je in mij bent blijven geloven” en “bedankt dat je niets tegen de politie hebt gezegd” is toch immers zelfs voor een kleuter kenbaar. Dit ziet Van Asperen echter anders, want ook na uitvoerige ondervraging door uw hof kon hij geen bevredigende verklaring geven voor het feit dat Van Wijk hier niet nader over is ondervraagd.

Dan de verklaring van mevrouw Pestman – Van Keuk . Deze vormt geen bevestiging van de verklaring van Van Wijk. Zoals Van Koppen terecht opmerkt wijkt de verklaring van Pestman – die overigens de uitzendingen van De Vries heeft gezien – af van die van Van Wijk; zij spreekt immers over een spijkerjas die onder het bloed zat. Er is echter nog wel meer over de verklaring van Pestman op te merken.

Mevrouw Pestman heeft Van Wijk op nieuwjaarsdag 1984 leren kennen. Zij hoorde toen van haar dat ze een relatie met een Hells Angel had. Zij keurde dat af.

Mevrouw Pestman zou van Van Wijk hebben gehoord dat zij een bebloed jasje heeft moeten uitwassen voor een vriend van haar. Zij weet niet meer wanneer dat is geweest, zelfs niet in welke maand en kan het incident bijvoorbeeld ook niet koppelen aan carnaval.

Ook in de Sting werd veel en heftig over de Bolhaar-zaak gesproken, zo blijkt uit de verklaring van barvrouw Hinke Schaar . Men maakte zich daar kwaad over.

Kort nadien is Hagemann aangehouden, dat stond in groot in alle kranten. Pestman gaat dan evenwel niet naar de politie met het verhaal over het bebloede jasje, hetgeen aannemelijk maakt dat het wassen van het jasje – indien al gebeurd – (veel) eerder of (veel) later heeft plaatsgevonden. Angst voor Hagemann kan hiervoor geen verklaring zijn, want zij kent Hagemann niet.

Zij kan de naam Louis Hagemann immers niet eens koppelen aan de man van de bebloede jas . Het vermeende bezoek van Hagemann aan De Sting wordt niet bevestigd door het personeel . Dat Hagemann die middag in de Sting is geweest is niet aannemelijk. Dit omdat hij rond 16.00 uur is vertrokken naar Nieuw Cuyk en Pestman verklaart dat zij eerst na 16.00 in de Sting kwam. Bovendien, waarom zou Hagemann over dit punt liegen?

Dit maakt dat er bijvoorbeeld een verwisseling kan zijn opgetreden in de persoon met wie Van Wijk in de kroeg heeft gezeten en voor wie Van Wijk mogelijk een jasje heeft gewassen.

Pestman maakt verder geen melding van het verbranden van het jasje in de tuin, terwijl dat toch geen detail kan zijn dat Van Wijk niet zou hebben verteld.

Een ander probleem is dat R. Pestman (een familielid) in het Hekeltje heeft gewoond, een plaats waar – net als in De Sting (een plaats waar ochtendborreltjes werden genuttigd) eveneens onder het genot van de nodige alcohol, over Hagemann werd gesproken/geroddeld. Dat er binnen de familie Pestman in 2002 is gesproken over de Bolhaar-zaak is ook duidelijk.

Illustratief in dit verband is dat ook op andere plekken nog ruim na 1984 over Hagemann werd gesproken als dader. Ik doel hier uiteraard op de brief die stiefvader Anne Hof in 1990 stuurt in verband met zijn bevindingen in café het Kompas alwaar hij naast Hagemann en Baron zou hebben gezeten en van hen had gehoord dat zij zich schuldig hadden gemaakt aan de moorden. Later blijkt Hof ernstig in de war, maar uit de verklaring van barman Henk Kamp blijkt dat er ook in dit café is gesproken over de verdenking tegen Hagemann.

Het is dan ook waarschijnlijk dat fantasie en realiteit bij Van Wijk door elkaar zijn gaan lopen en dat zij in een dronken bui sensationele verhalen is gaan vertellen, welke verhalen later een eigen leven zijn gaan leiden.

Maar zelfs als u de verklaringen van Van Wijk aldus zou verstaan dat zij een jasje voor Hagemann heeft gewassen, wat zegt dit dan precies?

Over de dag en tijdstip waarop een en ander zou hebben plaatsgevonden kan Van Wijk geen duidelijkheid verschaffen. Ook de vraag of het wel een bloedvlek betrof kan zij niet eenduidig beantwoorden. Zij weet ook niet meer welke jas het is geweest. Het verbranden kan zij zich ook niet herinneren het staat haar alleen bij dat zij “iets met zand erop” heeft zien smeulen. Zij heeft daar een beeld bij dat het om een jas ging.

Er al van uitgaande dat sprake was van een bloedvlek, dan zal toch moeten vaststaan dat deze vlek op enigerlei wijze in verband kan worden gebracht met de gebeurtenissen in de Argonautenstraat?

Voorts nog gewezen op enkele algemene merkwaardigheden die kleven aan het verhaal van Van Wijk:

• Het lijkt niet erg waarschijnlijk dat een moordenaar (in de visie van het Openbaar Ministerie ongeveer 24 uur) wacht met het zich ontdoen van bebloede, aan de plaats delict te koppelen kleding. In dit geval komt daar nog bij dat Hagemann dan met bebloede kleding Sherryl Anne Lee moet zijn tegen gekomen en daarna met zijn Hells Angelvrienden in deze kleding heeft gewerkt op zondagnacht in de discotheek De Ster;

• De suggestie van Van Wijk dat zij tijdens haar (maandag)ochtendborrel in café de Sting tijdens een herhaling van het televisiejournaal gehoord zou hebben van de Bolhaar-zaak is niet geloofwaardig nu destijds i)in de ochtend geen journaals werden herhaald en er op die maandag nog niets bekend was over de Bolhaarzaak;

• Verder wekt de vermeende verbranding in de tuin verbazing. Nu het hier een Amsterdamse binnentuin betreft is het niet erg aannemelijk dat men daar onopvallend een jas kan verbranden, zelfs niet in de vroege ochtend. Het wekt dan geen verbazing dat in de tuin niets is gevonden wat wijst op verbranding van spijkerkleding. In dit verband wordt nog opgemerkt dat spijkerjacks koperen knopen plegen te hebben die, bij juistheid van het verhaal van Van Wijk toch zouden moeten zijn gevonden;
• Het briefkaartverhaal (het bedankje) is ook uiterst ongeloofwaardig. In de eerste plaats is het onwaarschijnlijk dat een advocaat op deze wijze de beperkingen doorbreekt, laat staan dat hij voor zijn Hagemann een dergelijk belastend stuk op de post te doen. Bovendien valt ook dit feit niet te controleren nu Van Wijk, naar eigen zeggen, het kaartje – toevallig – net heeft “weggepleurd”;

Van Wijk langs de Salomonlat:

Heeft Van Wijk een motief? Ja!, wraak. Is haar verklaring consistent? Nee!. Bevatten haar verklaring tegenstrijdigheden? Ja!. Heeft zij daarvoor een aannemelijke verklaring? Nee! Komt zij met nieuwe gegevens? Nee! Is Van Wijk oprecht en betrouwbaar? Nee, zij is ernstig in de war!!

Ook de verklaringen van Van Wijk horen derhalve niet thuis in een strafproces.

Medegetineerden

Dan het verschijnsel van de verklarende mede-gedetineerde/crimineel, iets wat de laatste jaren in zwakke zaken in zwang lijkt te zijn geraakt maar waar, om het maar weer eens aardig te zeggen, slechte ervaringen mee bestaan.

Ik doel hierbij uiteraard op de Vuurwerkramp, de zaak van Angelique van Os en de Wijkermoordzaak, in welke zaken steeds medegedetineerde Cees van Zon naar voren kwam met de stelling dat de verdachten tegen hem een bekentenis hadden afgelegd. In de Wijkerzaak maakte het hof direct – terecht – korte metten met de verklaring van Van Zon. De hierop betrekking hebbende overweging heb ik als noot opgenomen .

In deze zaak zijn twee soortgelijke criminele fantasten aan de orde. Ik doel hierbij uiteraard op de heren Akkerman en Wetzels. Dat beide heren als crimineel te boek staan meen ik toch wel te mogen concluderen uit hun strafblad.

Wetzels heeft 23 pagina’s “judoc” met onder andere veroordelingen voor diefstal (met braak en/of geweld), verduistering, bedreiging, valsheid in geschrift, oplichting, afpersing en bedrog.

Akkerman heeft 11 pagina’s met onder andere veroordelingen voor openlijke geweldpleging, diefstal met braak en/of geweld (waaronder straatroof) valsheid in geschrift, opzetheling, wapenbezit, bedreiging, vernieling en doodslag.

Beiden zijn (onder meer) meerdere malen veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen.

Nu wil ik hiermee niet aangeven dat (ex) criminelen nooit de waarheid kunnen spreken, maar terughoudendheid is geboden. Het motto dat je met boeven, boeven vangt, is wat mij betreft al tricky, maar het met boeven, boeven veroordelen is ronduit gevaarlijk. Zeker als die boeven een motief hebben en niet verder komen dan een enkele (en onlogische) beschuldiging.

Uw Hof heeft, zoals ik u zal schetsen, slechts redenen om zich verre te houden van het gebruik van deze – niet eens aan de fantasie, maar aan de televisie ontsproten – verklaringen.

Als eerste Akkerman.

Martin Akkerman

Akkerman had met Hagemann een aardige appel te schillen. Hagemann heeft in de Bunker bekend gemaakt dat Akkerman een informant was, door een verklaring van Akkerman in een andere strafzaak op het prikbord te hangen. Het moge duidelijk zijn dat Akkerman hier niet gelukkig mee was. Zijn motief kan dus wraak zijn of het behalen van financieel voordeel.

Professor Van Koppen lijkt sceptisch over zijn verklaringen:

“Akkerman komt pas met zijn verklaringen na de uitzendingen van De Vries. Hij ontkent die gezien te hebben, maar zijn vrouw zegt juist dat zij naar aanleiding van die uitzendingen erover spraken .

Akkerman claimt dat Hagemann na cocaïnegebruik loslippig werd. Daarbij zouden verschillende medegedetineerden aanwezig zijn, maar geen van hen bevestigt het verhaal van Akkerman.

In ieder geval op één punt is de verklaring van Akkerman evident onjuist: dat Hagemann Urka zou hebben neergeschoten. De vraag is of dat ook geldt voor zijn verhaal over de moorden die Hagemann gepleegd zou hebben.

Bij Akkerman is een aantal scenario’s mogelijk. (1) Hagemann zou, onder invloed, de gerelateerde verhalen aan Akkerman verteld kunnen hebben. Niet uitgesloten kan worden dat Hagemann daarbij gefantaseerd heeft over onder andere het neerschieten van Urka. Het ligt echter niet in de rede dat hij ook en plein public het, in de gevangenis weinig populair makende, verhaal verteld zou hebben over de moord op een vrouw en twee kinderen. Het verhaal wordt niet bevestigd door de genoemde medegedetineerden. (2) Akkerman verzint de verhalen, bijvoorbeeld met het oog op de uitgeloofde beloning. Dat wordt ondersteund door het gebrek aan steun voor het verhaal door de genoemde medegedetineerden en doordat in ieder geval een deel van Akkermans verklaring onjuist is. Het voorliggende materiaal biedt echter te weinig gelegenheid om uit deze twee mogelijkheden te kiezen.”

In alle bescheidenheid wil de verdediging u voorhouden dat professor Van Koppen hier (veel) te voorzichtig concludeert.

In de eerste plaats geldt dat Akkerman bijvoorbeeld niet gehoord heeft van Hagemann dat hij Urka heeft neergeschoten. Nee, Akkerman verklaart op 28 augustus 2002 dat hij in het bijzijn van getuigen gezien heeft dat Hagemann Etienne Urka heeft neergeschoten. Meer in het bijzonder zou hij hem driemaal met zijn .44er hebben geraakt. Het Urka-verhaal is evenwel aantoonbare flauwekul, nu Urka nooit is neergeschoten en zeker niet door Hagemann. Hagemann en Urka sturen elkaar kaartjes en hebben af en toe telefonisch contact . Het wekt dan ook geen verbazing dat Van Koppen aan een enkel telefoontje met Mr. Korvinus voldoende had om deze onwaarheid te ontzenuwen.

Hieruit volgt reeds dat Akkerman er totaal geen probleem in ziet iemand te beschuldigen van een ernstig strafbaar feit (waarvoor vele jaren gevangenisstraf pleegt te worden opgelegd), terwijl dit op totale fantasie berust.

Daarnaast geldt dat meerdere medegedetineerden hebben aangegeven dat het verhaal van Akkerman onzin is, omdat zij dan, conform de ongeschreven regels in het “milieu”, zelf wel maatregelen hadden genomen.

Akkerman is door vele personen op een uiterst rake wijze getypeerd, namelijk als een gewetenloze beroepsleugenaar. Wederom een kleine bloemlezing van opmerkelijke zaken:

• Verhey (bewaarder): Akkerman is een huilebalk, hij is onbetrouwbaar, een onruststoker, speelde bewaarders tegen elkaar uit.

• Schaap (bewaarder), Akkerman is een blaaskaak en een eerste klas fantast, hij verlinkte medegevangenen voor dope die hij zelf had

R. Zeggerius : Heeft Akkerman in de bunker wellicht drie maal bij de medische dienst gezien. Merkt op dat Akkerman (en Liefveld) beroepsleugenaars zijn. Als ze je een hand geven moet je je vingers natellen. “Kijk een Akkerman is een persoon die zo getraind is in verklaringen afleggen, dat hij eerst hoort wat de vragen zijn en dan vervolgens daar op inspeelt. Martin is iemand die denkt zijn voordeel ermee te kunnen doen om zo een wit voetje bij de politie te halen”. Hij ontkent ook dat Hagemann ook maar iets heeft gezegd over de Bolhaar- en de Wilson-zaak, want als het anders was, dan zou hij dat absoluut zeggen. Goed te zeggen is dat dit in zijn geval geen loze opmerking is, nu deze Zeggerius in een uitzending van Peter R. de Vries een meervoudige huurmoordpoging helpt ontmaskeren.

• Ook zijn broer Gaby en zijn ex-vriendin Hanny van Buuren verklaren voor uw Hof dat Akkerman een grote fantast is die al zo lang zij hem kennen de meest fantastische verhalen te berde brengt.

• Akkerman heeft niet in de Bunker samen vastgezeten met de meeste personen die hij noemt, laat staan dat hij met hen aldaar onder de dope een kringgesprek heeft gehad waar Hagemann gruwelijke sprookjes vertelde. Degenen die wel met hem gezeten hebben ontkennen dat Hagemann de verhalen heeft verteld. Het betreft hier overigens – zoals Van Koppen terecht beschrijft – verhalen die in de bajes volstrekt onacceptabel zijn .

• Akkerman heeft niet in 1984 samen met Hagemann in Demersluis gezeten. Verder had Hagemann alle beperkingen. De stelling dat Akkerman iedere dag contact met Hagemann heeft gehad is dan ook aantoonbaar onjuist. Hiermee geconfronteerd wringt Akkerman zich in alle bochten. Er zou plots sprake zijn van een corrupte sociaal werker die Akkerman en Hagemann (iedere dag?) met elkaar in contact zou hebben bracht. Strookman die een en ander zou kunnen bevestigen verklaart dat hij nooit gehoord heeft van een moeder en kinderen. Indien wel dan had hij al lang een anonieme verklaring afgelegd. Met de door de directeur van Demersluis voor akkoord ondertekende en op 24 juni jongstleden aan uw hof overgelegde brief mag worden aangenomen dat dit indianenverhaal nu definitief uit de wereld is. Tenenkrommend is wel de wijze waarop verbalisant Attema het onlogische aspect van de stelling van Akkerman onderzoekt. Ik doel in dit verband uiteraard op het proces-verbaal van bevindingen dat op pagina 756 van het nieuwe Bolhaar-dossier is opgenomen, waarin geen aandacht lijkt te zijn geschonken aan het bekende feit dat Hagemann in beperkingen zat, waardoor geen contact tijdens de overtocht naar het voorgebouw mogelijk is.

• De betichting van corruptie vormt trouwens een rode draad in het betoog van Akkerman: De medewerkers van de Bijlmer waren corrupt. De directie van de bunker was corrupt (Akkerman mocht drie à vier keer per week bezoek ontvangen om de dope binnen te brengen) en de Amsterdamse politie was corrupt. Die laatste corruptiebetichting is na onderzoek door de Rijksrecherche niet bevestigd geworden.

• Hagemann zou gezegd hebben dat hij er de hele dag en nacht bij was geweest (in eerste instantie betrof dit de Bolhaar-zaak) en dat hij stijf van de cocaïne stond. (Hagemann heeft een alibi voor de nachten). Akkerman zwalkt ter zitting of deze situatie betrekking heeft op de Bolhaar- of op de Wilsonzaak. Saillant detail is overigens dat hij Hagemann koppelt aan iets (slapen met lijken) waarvoor een ander in de Bunker in Scheveningen gedetineerd zat (Cliff Blyde).

• Hij verklaart dat zijn vrouw en hij het programma van Peter R. De Vries niet gezien hebben, hij zou het van de buurvrouw hebben gehoord. Zijn vrouw verklaart juist dat zij aan de hand van het programma over de zaak hebben gesproken. Ook hieromtrent is de handelwijze van het team ronduit onbehoorlijk door geen melding te maken van het telefoongesprek van Akkerman waarin deze aangeeft nota bene naar aanleiding van De Vries contact te zoeken. Hiervan wordt geen melding gemaakt en Akkerman wordt hiermee niet geconfronteerd. Het verhoor van de verbalisant Strik hieromtrent ter zitting van uw Hof van 30 maart jongstleden was ronduit gênant.

• Baby tegen de muur. Dit bizarre verhaal was eerst gekoppeld aan de Bolhaar zaak. Toen hij hoorde dat de baby in leven was gebleven zou Hagemann dit in het algemeen hebben gezegd. Dit toont de rijke – en zieke – fantasie van Akkerman aan!

• Motief om te verklaren zou gewetenswroeging zijn. Gewetenswroeging van een persoon als Akkerman doet gelet op de elf kantjes documentatie niet erg geloofwaardig aan. Bovendien heeft het er alle schijn van dat hij recentelijk ook weer gewoon in de fout is gegaan, nu hij zich op 7 maart 2004 schuldig lijkt te hebben gemaakt aan mishandeling en vernieling en op 26 oktober 2004 aan bedreiging .

Akkerman langs de Salomonlat:

Heeft Akkerman een motief? Ja!, (wraak, beloning, aandacht). Is zijn verklaring consistent? Nee!. Bevatten zijn verklaring tegenstrijdigheden? Ja!. Heeft hij daarvoor een aannemelijke verklaring? Nee! Komt hij met nieuwe gegevens? Nee! Is Akkerman oprecht en betrouwbaar? Nee!!

Ik zal er kort over zijn. Om met Hagemann te spreken, Akkerman moet gaan schrijven voor de fabeltjeskrant.

Tot slot Wetzels, de kip.
Wetzels

Ik citeer weer Van Koppen:

“Ook Wetzels lijkt een motief te hebben om een onjuiste verklaring tegen Hagemann af te leggen: Hagemann zou hem in Sittard hebben laten bedreigen na zijn vrijlating. Over het hoe van zijn verklaring is Wetzels duister. Tegen het Hof zei hij dat de politie hem kwam opzoeken, maar uit de verklaring van G.U. Wijbenga (pp. 363 e.v.) blijkt dat Wetzels zelf te kennen had gegeven dat hij door gevoelens van wroeging een verklaring wilde afleggen naar aanleiding van de uitzending van Peter R. de Vries. Ook kan bij hem een financieel motief niet worden uitgesloten.

De omstandigheden waaronder Wetzels naar zijn zeggen het verhaal van Hagemann hoorde, bieden geen gelegenheid zijn verhaal te toetsen aan verklaringen van anderen. Voor het overige is het verhaal van Wetzels zo summier dat zij geen gelegenheid biedt tot nadere toetsing.”

Ook hier is professor Van Koppen naar onze mening (te) voorzichtig.

• Indien het verhaal van Wetzels wordt getoetst aan de hand van zijn verklaring over Wilson blijkt dat hij slechts de informatie die hij heeft verkregen door de uitzendingen van De Vries reproduceert. Wetzels ontkent overigens deze uitzendingen te hebben gezien. Wetzels weet immers precies de gevonden lichaamsdelen eruit te pikken (hoofd, armen en een been) die niet gevonden zijn. Hij weet echter niet dat het aannemelijk is dat die lichaamsdelen wel in het IJ hebben gedreven. Die informatie is echter niet op televisie geweest, maar volgt wel uit het dossier . Overigens is de gestelde gang van zaken met betrekking tot de overige lichaamsdelen (het verbrijzelen met een moker en voeren aan Brabantse varkens) uiterst bizar, onwaarschijnlijk en onlogisch.

• bij de Rechter-commissaris keert hij op zijn schreden terug en trekt zijn verklaringen in. Ter zitting van uw Hof vertelt hij dat dit is gebeurd na bedreigingen in september 2003 door Pé Schumans. Dit is na kennisname van de recentelijk overgelegde detentiegegevens ten enenmale onjuist gebleken.

• Het lijkt aannemelijk dat Wetzels gepoogd heeft met een vriend, Barend Wever (de mysterieuze taxichauffeur) iets in elkaar te draaienom bijvoorbeeld de beloning op te strijken . Opmerkelijk is immers dat ook Wever de fout ingaat door een fout in zijn verklaring op te nemen die ook in het programma van De Vries voorkomt, namelijk dat Hagemann is afgezet op het Olympiaplein in plaats van het Stadionplein.

Wetzels langs de Salomonlat:

Heeft Wetzels motief? Ja!, (wraak, beloning). Is zijn verklaring consistent? Nee!. Bevatten zijn verklaring tegenstrijdigheden? Ja!. Heeft hij daarvoor een aannemelijke verklaring? Nee! Komt zij met nieuwe gegevens? Nee! Is hij oprecht en betrouwbaar? Nee!!

Ook over Wetzels kan ik dan ook heel kort zijn. Weg ermee!

SLOT

In deze zaak is alles uit de kast getrokken om de verdenking tegen Hagemann sterker te maken.

Hierin is het Openbaar Ministerie niet geslaagd. De vrucht van het onderzoek bedraagt slechts een aantal blote de auditu bekentenissen die, zoals hiervoor uitvoerig is belicht, geen steun hebben gevonden in overig bewijs. Aannemelijk is geworden dat alle verklaringen uit verdachte bron komen.

Aan de andere kant heeft er uitvoerig overig onderzoek plaatsgehad. Er zijn drieëndertig telefoonlijnen getapt, hetgeen in enkele duizenden pagina’s tapverslagen heeft geresulteerd. Er is direct afgeluisterd in de “slaapkamer” van Hagemann, er zijn mensen onder observatie geplaatst, er zijn tuinen afgegraven en er zijn vloeren opengebroken. Duikers hebben onderzoek gedaan. Er is gereisd naar Israël, België, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Er is onderzoek verricht door pathologen, DNA-deskundigen en forensisch artsen. Er zijn vuurwapens onderzocht. Er is onderzoek naar weersomstandigheden gedaan. Er is bloedspooronderzoek verricht. Er is een driedimensionale reconstructie gedaan, er is knopologisch onderzoek gedaan, er is onderzoek verricht naar verdovende middelen en er zijn verkeerssituaties beschreven.

Het Openbaar Ministerie heeft geen kans voorbij laten gaan en nagenoeg alle bevoegdheden benut. Dit alles heeft niets ten nadele van Hagemann opgeleverd.

Ik wil u vragen in de raadkamer nog eens het proces-verbaal van de zitting van 31 maart 2005 erbij te pakken en de pagina’s 30 tot en met 35 te lezen.

Na de zitting van 30 maart 2005 kon Hagemann niet slapen. Hij heeft de hele nacht doorgewerkt om aan het verzoek van uw Hof, om zijn visie nu eens naar voren te brengen, op een goede wijze te voldoen. Hij heeft dit op eigen houtje, zonder hulp van anderen, gedaan.

Dat was ook niet nodig. Hagemann had toen al bijna drie jaar lang het dossier van pagina tot pagina en van letter tot letter doorgenomen. Hagemann belde ons dagelijks met nieuwe tegenstrijdigheden die hij had gevonden, nieuwe onlogische zaken, nieuwe motieven van getuigen. Steeds verzuchtte hij dat het toch niet kon dat men niet zag dat hij het niet was en dat men hem nog vast liet zitten. Dat verteerde en verteert hem. Hij was en is de wanhoop nabij.

De verdediging heeft grote bewondering voor de wijze waarop Hagemann zijn verdediging heeft gevoerd.

De wijze waarop Hagemann zijn zaak op 31 maart 2005 heeft bepleit heb ik niet kunnen evenaren. Na lezing van de schriftelijke weerslag van het pleidooi van Hagemann op genoemde pagina’s kunt u maar één beslissing nemen:

vrijspraak
G.J. van Oosten

2 thoughts on “Pleidooi mr. Geertjan van Oosten 2005

  1. Origineel gepost door JacquelineWie gelooft nu nog dat de uitspraak “levenslang” wettig en overtuigend bewezen is?

    Dit geloven slechts een aantal zombies die hun ziel hebben verkocht aan de duivel.

    Afhangende van de tunnelvisie van de rechtbank heeft de advocaat wel of niet of veel of weinig macht of invloed. In Louis zijn geval was de advocaat een leuk speeltje, ondanks zijn feiloze werk.
    Bij de strafzaak tegen de gevangenis directeur voor dood door onachtzaamheid en plichtsverzuim vorige week, dat een gedetineerde het leven kostte lukte het Willem Anker een werkstraf van 42 uur vvor zijn client eruit te slepen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *