apr 18 2010

Irene Easton in De Pers – Wij eisen!

Category: Columnsadmin @ 23:44

 

Door: Irene Easton
Gepubliceerd: 18 apr 2010, 20:50
Update: 18 apr 2010, 20:50

Samen met mijn jongste spruit lees ik good old Annie M.G. Schmidts Floddertje. Daarin een heel leuk verhaaltje over Floddertje die met haar vriendjes en vriendinnetjes op een bloedhete dag bij de kapper hun haar laten afscheren. Op elk kaal bolletje verft deugniet Floddertje een letter. De kinderen gaan naast elkaar staan en dan valt er te lezen: wij ijsen eis. Floddertjes juf komt langs en verbetert de letters, waarna de kinderen natuurlijk ijs ontvangen.

Eind goed al goed.

 

Moraal van het verhaal is: soms is het heel nuttig om als burger eisen te stellen.

Lang geleden wilden vrouwen graag kiesrecht maar dat mocht niet. Vrouwen werden in die tijd namelijk als minderwaardige wezens gezien. Doordat vrouwen als Aletta Jacobs en Wilhelmina Drucker vrouwenkiesrecht eisten, werd in 1922 de grondwet gewijzigd. Zo kreeg ook dit verhaal uiteindelijk een happy end.

Alhoewel… op televisie hoorde ik deze week een aanhangster van de SGP zeggen: ‘Ik vind dat ik het recht heb om voor het aanrecht en tegen kiesrecht te kiezen.’ Ik voel plaatsvervangende schaamte omdat een soortgenoot van mij zo denkt.

Dezelfde week overkomt plaatsvervangende schaamte me nog een keer. Lucia de Berk wordt vrijgesproken. Het OM put zich uit in excuses. En dat was dan weer dat…

Geen verhaal met een goede afloop. Lucia de Berks zaak was geen incident. Er hebben meer mensen onschuldig vastgezeten en er zitten er nog vast. In Engeland is een onafhankelijke revisieraad opgericht die per jaar zo’n vijfentwintig zaken ongegrond verklaart. Net zulke zaken als die van Lucia de Berk, de Schiedammer Parkmoord, Ina Post, Louis Hagemann en Ernest Louwes (Deventer Moordzaak), om er maar een paar te noemen. De Nederlandse politieke partijen bedrijven struisvogelpolitiek.

Ik denk aan Floddertje en haar vriendjes en ik bel/twitter/mail mijn vrienden en vriendinnen en vraag hen het volgende op hun hoofd te schrijven: wij eisen een onafhankelijke revisieraad!

Bron: De Pers

 

Tags: ,


nov 23 2009

Strafrechtadvocaat Nico Meijering vertelt

Category: Algemeen,Columnsadmin @ 10:31

 

 

“Kroongetuigen maken ons strafrecht kapot”

Citaat uit het volledige verslag van Merel van Leeuwen

 

Bron: De Pers

Binnen en buiten het milieu is het bekend dat het kantoor van u en uw collega’s nooit kroongetuigen zal bijstaan.

‘Inderdaad, het is beleid van ons kantoor dat verklikkers er niet in komen. Kroongetuigen maken ons strafrecht kapot, omdat ze per definitie het OM naar de mond praten. Dat roepen we al jaren en nu hebben we weer een prachtig voorbeeld bij de hand. Deze Peter la Serpe is er eigenlijk de oorzaak van dat deze zaak zo’n smeerboel is geworden.’

Want?

‘We hebben met een clown van doen. Mijn cliënt en ik nemen het deze clown nauwelijks kwalijk, want hij is een oplichter, een gebruiker die vroeger vele mensen heeft afgeperst en op andermans zakken teerde. Hij wilde altijd graag een grote boef worden, maar dat mocht kennelijk niet en nu heeft hij met behulp van de toppers van het OM die positie toch handig weten te krijgen. Als je met zoveel leugens het OM, tot en met de minister aan toe, zover weet te krijgen om een deal aan te gaan, I rest my case. Eerlijk is eerlijk: dan ben je ook wel een heel intelligente clown.’

 

Tja, wat moet ik hier nog aan toevoegen?
Duidelijker kan het niet.

 Kroongetuigen maken ons strafrecht kapot
en kosten onnodig veel geld!

Tags: , , , , , ,


okt 16 2009

Pieter Lakeman verdient een award

Category: Algemeen,Columnsadmin @ 06:46

 

Iedere dag lees of hoor je over de problemen die de DSB bank heeft. Allerlei hoogleraren strooien met suggesties, tips, oplossingen en wat er mogelijk is misgegaan. Er wordt veel gepraat, gepraat en nog eens gepraat. Maar waar nauwelijks of niet over wordt gesproken zijn de slachtoffers van de DSB bank.

Niet alleen de slachtoffers zijn gedupeerd ook de clienten van de DSB bank.

Laatst zag ik een man in het journaal, vol trots toonde hij een museum die Scheringa zou hebben laten opknappen.

Dan denk ik: “Man, denk toch even na, dat gebeurt allemaal met de centen van de clienten van de bank”.

Zijn de mensen nou zo dom of ben ik blond?

Banken hebben het bij al jaren geleden verpest. Meer en meer begonnen de banken te manipuleren mede door de richtlijnen vanuit de politiek. Je hebt gewoon niets meer te vertellen over je eigen geld waar de bankdirecteuren ongegeneerd hun gang mee gaan.

De man die naar mijn mening een lintje en een superaward verdient is de heer Pieter Lakeman die naar eer en geweten heeft geopereerd. Van alles wordt die man verweten maar er valt hem niets te verwijten! De overheid zou daar een voorbeeld aan kunnen nemen!

Heer Lakeman u krijgt van mij een award uitgereikt voor uw optreden inzake de DSB bank. Er viel niets meer te redden!   

 

 

Terecht werd Pieter Lakeman kwaad op Yvonne Jaspers.
Wat wilde Yvonne Jaspers bereiken met haar dwingende toon?
Die vraag had zij moeten stellen aan:

Scheringa
van Linschoten
Gerrit Zalm
Wouter Bos

en al die andere publiekelijke en politieke leugenaars

En dan nog even dit!

Als Scheringa zo begaan was met zijn clienten had hij in een oude eend of op de fiets moeten komen en niet in een vette mercedes met chauffeur. Die tranen die hij laat zeggen iets over zijn voorbijgaande luxe leventje en verlies van ego. Hij liet beslist geen traan voor al die gedupeerde die nauwelijks te vreten hebben!

Tags: , , , , ,


aug 18 2009

Een strafblad voor (ex)leden van het OM

Category: Columns,Rechtstaatadmin @ 11:50

 

Vandaag wil ik strafbladen uitdelen…………

 

Strafbaar omdat zij willens en wetens de deksel op de beerput houden, meineed hebben gepleegd, leugens vertellen, belangenverstrengeling tonen, vrijheidsberoving………
vul aan…..

 

HARM BROUWER

Schiedamse parkmoord en zaak Tonino

In september 2005 kwam Brouwer veel in het nieuws om uitleg te geven over de justitiële dwaling inzake de Schiedamse parkmoord, en in het bijzonder de rol die het openbaar ministerie daarbij had gespeeld.

In augustus 2006 kwam Brouwer in het nieuws vanwege onjuiste uitlatingen over de zaak Tonino in het televisieprogramma Spraakmakende Zaken van de Ikon.

In oktober 2007 kwam Brouwer opnieuw in het nieuws wegens, uit het rapport van de commissie Posthumus II gebleken, fouten in de rechtsgang rondom Lucia de B. en het advies van deze commissie onderhavige rechtszaak te herzien.

JOOST TONINO

Joost Tonino (1966) was tot 12 oktober 2004 een Nederlands officier van justitie. Hij legde zijn werk neer nadat hij in opspraak was gekomen, na een uitzending van Peter R. de Vries. In deze uitzending werd onthuld dat Tonino zijn privé computer op straat had neergezet, vanwege een computervirus. Nadat een taxichauffeur deze had opgepikt en deze computer had ingeleverd bij Peter R. de Vries bleken hierop vertrouwelijke gegevens en kinderporno te staan. De Vries zei dat er “verregaande liefdesbrieven” te vinden waren, alsmede informatie over onderzoeken van Tonino. De computer moest eigenlijk met mokerslagen door het Openbaar Ministerie vernietigd worden.

Op 2 juni 2006 werd door het Gerechtshof in Den Haag besloten dat Tonino niet vervolgd hoeft te worden voor het bezit van kinderporno op zijn computer, nadat de stichting ChildRight probeerde te bewerkstelligen dat het Openbaar Ministerie Tonino alsnog zou vervolgen, ondanks de eerdere beslissing van justitie dat niet te doen. Volgens onderzoek had Tonino het materiaal gewoon gedownload vanaf “normale” sekswebsites, zonder hiervoor veel moeite te doen[1].

Voor deze affaire werkte Tonino bij het parket in Amsterdam, waar hij geruchtmakende fraudezaken voor zijn rekening nam. Als gevolg van de negatieve publiciteit rond zijn persoon verliet hij het OM te Amsterdam en vertrok hij naar het functioneel parket.

In mei 2008 werd bekend dat Tonino het OM had verlaten. Sinds 13 mei 2008 is hij ingeschreven als advocaat in Amsterdam

DE WIJKERSLOOTH

In 1999 volgde hij Arthur Docters van Leeuwen op als voorzitter van het college van procureurs-generaal. In de woelige jaren die volgden benadrukte De Wijkerslooth het magistratelijke karakter van het openbaar ministerie, tegenover de crime-fighters die in de jaren daarvoor van zich hadden doen spreken. Hij baarde echter opzien toen hij in januari 2004 in NOVA het besluit van het OM verdedigde om marinier Eric O. te vervolgen. Eric O. zou in Irak opzettelijk en gericht op Irakezen hebben geschoten, met dodelijk gevolg. Later bleek dat de aanklacht rammelde, en Eric O. werd van vervolging ontslagen.

In mei 2005 nam De Wijkerslooth afscheid van het openbaar ministerie en werd hoogleraar strafrecht in Leiden. Hij werd opgevolgd door Harm Brouwer.

In mei 2008 wordt de vermoedelijke moordenaar van de Puttense moordzaak op basis van DNA getraceerd. Dit ontneemt de juistheid aan een bewering van de Wijkerslooth, na de vrijspraak van Du Bois en Viets. Hij verkondigde toen in een interview dat het OM geen fouten heeft gemaakt: ’Niemand heeft een telefoontje met de hemel. Hoezo blunders?’

MINISTER DONNER

Schiedammer parkmoord

Op 5 september 2005 kwam Donner onder vuur te liggen nadat in de zaak van de Schiedammer parkmoord bleek dat Justitie willens en wetens bewijsmateriaal achterhield waardoor een onschuldige man tot achttien jaar cel en TBS was veroordeeld wegens verkrachting van en moord op de tienjarige Nienke Kleiss. Ook in hoger beroep werd het bewijsmateriaal achtergehouden, terwijl het Nederlands Forensisch Instituut, dat ook onder Donners verantwoordelijkheid viel, aan meer dan honderd medewerkers van Justitie een presentatie had vertoond waarin werd aangetoond dat de veroordeelde onschuldig was – een feit dat zij niet in hun officiële rapport in de zaak hadden vermeld. Mede hierdoor kon de later veroordeelde dader Wik H. doorgaan met het plegen van zedendelicten.

Minister Donner ontkende de ernst van de situatie. Op 6 september 2005 gaf de Tweede Kamer Donner een week de tijd om per brief opheldering te geven over het mogelijke verzwijgen van belangrijke feiten door Justitie in de Schiedammer parkmoord. In het daaropvolgende debat overleefde Donner een motie van wantrouwen.

Aftreden

Op 21 september 2006 trad Donner af na de presentatie van het eindrapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid m.b.t. de Schipholbrand. De hoofdverantwoordelijke voor de brandveiligheid was volgens de raad de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), welke onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie viel. In zijn verklaring aan de Tweede Kamer zei Donner dat hij het debat over het eindrapport niet wilde belasten met een discussie over het aftreden van bewindslieden. Daar was volgens hem het onderwerp te belangrijk voor. Hij liet daarbij doorschemeren dat hij de conclusies van het rapport niet volledig onderschreef.

HIRSCH BALLIN

Hirsch Ballin nam aan het eind van de kabinetstermijn, in de demissionaire periode na de verkiezingen van mei 1994, ontslag na het tumult over de IRT-affaire, vrijwel direct gevolgd door Van Thijn. Hij werd tijdelijk opgevolgd door zijn staatssecretaris Aad Kosto.

ROLPH GONSALVES

Lees verder………

VAN RANDWIJCK

In 1991 werd Van Randwijck procureur-generaal in Amsterdam, en kreeg als het hoofd van het openbaar ministerie aldaar te maken met de IRT-affaire. De commissie-Wierenga oordeelde in 1993 afkeurend over het doorlaten van drugs door de Amsterdamse politie en justitie. Daarop volgde de parlementaire enquête opsporingsmethoden in 1995, waardoor Van Randwijcks positie onhoudbaar werd.

Minister van justitie Winnie Sorgdrager zag zich genoodzaakt aan Van Randwijck een gouden handdruk van een half miljoen gulden toe te kennen, en daarbij wachtgeld tot aan zijn pensioen. De politiek vond dit onbegrijpelijk, en een discussie over de riante afvloeiingsregelingen kwam op gang.

Hieronder even stilstaan bij een man die geen strafblad krijgt
maar een lintje voor zijn werkzaamheden in de IRT affaire
 de Ridder van De Veroordeling Maarten van Traa

 

IN MEMORIAM

Oegstgeest, 18 mei 1945 – Amsterdam, 21 oktober 1997

De man die als voorzitter de werkwijze van justitie bekritiseerde, ze hebben er alleen niets van geleerd, integendeel!

Maarten van Traa

 


aug 11 2009

De media als waakhond van de rechtsstaat

Category: Columns,Rechtstaatadmin @ 12:23

 

Geschreven door Wicher Wedzinga

Beeldvorming was belangrijk, is belangrijk en zal, naar het zich laat aanzien, steeds belangrijker worden. Ook in de rechtspleging en vooral in de strafrechtspleging, omdat misdaad nu eenmaal tot de verbeelding spreekt. Zeker misdaad in de vorm van moord en doodslag. Kranten en tijdschriften staan er vol van, de tv besteedt er veel aandacht aan en de misdaadliteratuur of wat daarvoor doorgaat is bijna niet aan te slepen. Die beeldvorming heeft invloed en die invloed beperkt zich bepaald niet tot de direct betrokkenen en de krantenlezer en televisiekijker. Beeldvorming werkt opiniërend. Geheel terecht heben Stijn Franken en Chrisje Zuur in hun technisch-juridisch voortreffelijk pleidooi in de zaak Holleeder hier dan ook een punt van gemaakt. Holleeder was in de media al totaal afgeslacht en het zou naïef zijn om te menen dat rechters zich aan die beeldvorming niets gelegen laten liggen. Zeker niet omdat in ons bewijsstelsel de rechterlijke overtuiging een belangrijke rol speelt. Misschien wel de belangrijkste. En ook al zouden rechters van die beeldvorming afstand kunnen nemen, dan is het alleen al verdedigingsstrategisch gezien niet meer dan vanzelfsprekend om de rechters die over de zaak oordelen nog eens goed  te doordringen van het feit dat ook voor Holleeder de onschuldpresumptie in volle omvang van kracht is.

Of  Holleeder het slachtoffer is geworden van beeldvorming is een vraag die per definitie niet kan worden beantwoord. In zijn voordeel heeft het zeker niet gewerkt. Duidelijk is wel dat de bewijsconstructie van het Hof op drijfzand is gebaseerd en dat de wijze waarop het Hof deskundigen als Wagenaar en Crombag heeft “afgeserveerd” geen sterke indruk maakt. Daardoor kan de indruk ontstaan dat beeldvorming in niet onbelangrijke mate heeft bijgedragen aan de rechterlijke oordeelsvorming. Stijn Franken is een aimabele advocaat, een goed jurist, die zich niet snel zal uiten in ferme bewoordingen. Ook niet over de rol van het OM in deze zaak, hoewel hij en zijn collega daar in hun pleitnota krachtig stelling tegen nemen. Franken behoort tot de categorie advocaten die denken dat het juridisch debat in de rechtszaal beslecht wordt. Of in ieder geval de hoop koestert dat het zo is. En zo zou het idealiter ook moeten zijn. Maar is het ook zo?

Andere advocaten denken van niet of hebben de hoop opgegeven en steken hun gram niet onder stoelen en banken. Gisteren hekelde Harm Brouwer, de voorzitter van het college van Procureurs-Generaal, de wijze waarop bepaalde advocaten zich over officier van justitie Koos Plooij hadden uitgelaten. Plooij die ook in het onderzoek tegen Holleeder een prominente rol heeft gespeeld. Volgens de advocaten Victor Koppe, Jan Hein Kuijpers, Bart Nooitgedagt en Jan Boone is het Plooij er vooral om te doen om te “scoren”. Koppe en Nooitgedacht deden zelfs aangifte wegens meineed tegen Plooij, die het bewijsmateriaal zou hebben gemanipuleerd en dat later onder ede ten overstaan van de rechter mordicus ontkende. Een aangifte die werd geseponeerd en mogelijk zal uitmonden in een klachtprocedure bij het Hof. Dat alles is Brouwer in het verkeerde keelgat geschoten. Hij spreekt van “karaktermoord” en is van mening dat de landelijk deken zich over dergelijke verbale “uitwassen” dient uit te laten.

Op Koppe en Nooitgedacht hebben de woorden van Brouwers weinig indruk gemaakt.  Nooitgedacht liet zich zelfs ontvallen: “Wat Brouwer (…) vergeet in deze discussie, is dat het niet om mij of een officier van justitie draait. De verharding die hij signaleert ligt bij de omgang van het OM met verdachten. Er gebeuren dingen die niet door de beugel kunnen, waardoor verdachten in hun verdediging worden beperkt. Dat is veel erger”.’ Die verharding is ontegenzeggelijk een feit. Natuurlijk niet in de meeste strafzaken, waar het gaat om misdrijven als diefstal en heling en waar van georganiseerde misdaad en liquidaties geen sprake is. En ook niet overal in het land. De verharding is vooral te merken in de randstad, waar een andere sfeer en mores heerst dan bijv. in het noorden van het land. De criminaliteit is daar, naar mijn vaste overtuiging, anders, harder en de verhoudingen tussen de procespartijen zijn zakelijker, scherper. Tijdens de zitting ligt veel meer dan in het noorden het accent op het opsporingsonderzoek, vormfouten en  het horen van getuigen, veelal politieagenten. Achter de schermen speelt zich veel meer af en de opstelling van de advocatuur en het OM is grosso modo ook grimmiger. Een voormalige collega van mij bij het Hof Leeuwarden die voorheen als raadsheer aan het Hof Amsterdam was verbonden, was dan ook aangenaam verrast dat er op de zitting in Leeuwarden veelal direct over de tenlastelegging werd gesproken. Of dat vanuit rechtstatelijk oogpunt ook winst is, waag ik te betwijfelen.

Die verharding zal naar mijn overtuiging alleen maar toenemen. De advocatuur en het OM staan geharnast tegenover elkaar en de rechter is te lijdelijk. In die strijd is een belangrijke taak weggelegd voor de media. Maar dan zal de koers van de media drastisch moeten veranderen. Veel meer dan nu zullen misdaadjournalisten en rechtbankverslaggevers scherp onderscheid moeten maken tussen nieuws en entertainment. Geen opgewonden verhalen en ronkende retoriek, maar zorgvuldige en afgewogen berichtgeving. Kritisch en sceptisch, vooral niet cynisch. Vanzelfsprekend zullen rechtbankverslaggevers vooral feitelijke informatie moeten verschaffen. Een zekere basiskennis van het strafrecht en het regelmatig bezoeken van zittingen is daarvoor een conditio sine qua non, maar met Rob Zijlstra, rechtbankverslaggever bij het Dagblad van het Noorden, meen ik dat een juridische achtergrond hiervoor niet noodzakelijk is. 

Met veel persrechters en voorlichters ben ik van oordeel dat het bij de media ontbreekt aan controle op de kwaliteit van de procesgang. De voormalige voorzitter van de Raad vor de Rechtspraak, mr. Van Delden, brak hiervoor al jaren geleden een lans. De pers moest kritischer zijn, ook en vooral op het OM en de rechter, die nu eenmaal meer bevoegdheden en macht hebben dan de verdediging. Maar de media hebben hun taak als institutionele filter schromelijk verwaarloost. Of, zoals mr. dr. Marijke Malsch  van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving het uitdrukt: “Ik zie wel korte berichten over zaken, maar er zou ook meer aandacht moeten komen voor overzichtsverhalen, algemene ontwikkelingen in het (straf)recht of voor de betekenis van een bepaalde uitspraak”. Het is ook volgens mij, zeker in de huidige tijd, van wezenlijk belang dat de media de functie van waakhond vervult.

Dat laatste vereist behalve een grondige kennis van het recht in het algemeen en het strafrecht in het bijzonder, ook een welversneden pen. En eigenlijk ook een zekere wetenschappelijke attitude en methodologische kennis. Aan gemaltraiteerde logica van rechtbankverslaggevers en misdaadjournalisten die de hiervoor genoemde grondstoffen missen, bestaat geen behoefte. De rol van waakhond is overigens bepaald niet alleen weggelegd voor de mainstream media. Misschien zijn de mainstream media daarvoor ook wel te commercieel geworden. In ieder geval is er niets op tegen dat ook bloggers op internet als institutionele filter  fungeren. Het probleem is evenwel dat iedereen op internet kan publiceren en dat menig blogger op het web grossiert in belediging, smaad, laster en het met veel aplomb debieteren van liederlijke onzin. Maar tussen al dat onkruid bloeien soms mooie bloemen. Laat een ieder in elk geval er goed van doordrongen zijn, dat het de hoogste tijd is dat transparantie van de strafrechtspleging onherroepelijk gepaard gaat met demystificatie en dat het daarom maatschappelijk van groot belang is dat de media kritisch en sceptisch is. Een waakhond is meer dan ooit nodig, want niets is zo gevaarlijk als macht.

Copyright@2009Wedzinga 

Voormalige raadsheer en wetenschappelijk medewerker dr. mr. W. Wedzinga is graag bereid om in de media deskundig commentaar te geven op strafrechtelijke onderwerpen. Dat kunnen onderwerpen van allerlei aard zijn, zoals analyses van rechterlijke uitspraken, beschouwingen over lopende strafzaken, en politieke issues.

De deskundigheid van Wedzinga is onomstreden. Hij wordt wel gezien als een van de beste strafrechtjuristen van Nederland. Zijn achtergrond staat garant voor objectiviteit en onafhankelijkheid. Bovendien is hij in staat zich helder en bondig uit te drukken, waardoor ingewikkelde onderwerpen ook voor een groot publiek toegankelijk zijn.

Zie voor meer informatie: www.raadsheer-wedzinga.nl.
Dr. mr. W. Wedzinga
Strafrechtsdeskundige
www.raadsheer-wedzinga.nl