Feb 28 2009

Peter R de Vries & Duckstad

Categorie: Algemeen, Is dat zoadmin @ 20:00

 

 JOURNALISTIEK UIT DUCKSTAD volgens  Peter R de Vries

Wie vervolgens de moeite neemt om de verhalen in Panorama en Nieuwe Revu te lezen, stuit op onderzoeksjournalistiek uit Duckstad. In hun haast Van der Eem af te branden kon kennelijk niemand worden gevonden die daar met naam en toenaam over wilde verklaren. Meestal is dat een veeg teken, wat veel zegt over het waarheidsgehalte, maar de bladen hebben zich daar in hun verkoopverlangen niet door laten weerhouden. In het hele Panorama-verhaal worden uitsluitend anonieme bronnen opgevoerd: Een ‘voormalig onderwereldfiguur’ en ‘zegslieden die anoniem willen blijven’ vormen de enige sprekers in het verhaal. Het is waarschijnlijk de voormalige onderwereldfiguur die in al de verhalen van deze verslaggever wordt opgevoerd en waarvan we maar moeten geloven dat hij werkelijk bestaat.

Opvallend is ook dat de liefde bedrijven in zo’n verhaal, dat Van der Eem als een onbetrouwbare schurk moet neerzetten dan meteen uitwonen heet. En dit alles uiteraard zonder één regel wederhoor. Want stel je voor dat Van der Eem iets tegenspreekt of ontkracht

- TEMEIERS EN GEWONE WIJVEN -

En wat zeggen deze anonieme bronnen onder meer? Houdt u vast: ‘Patrick was ook een liefhebber van orgies op hotelkamers, waar temeiers en gewone wijven werden uitgewoond door hem en zijn vriendjes’. Ik zie het de investigative reporter van Panorama gretig opschrijven, terwijl het kwijl hem uit de mond loopt. Wat er trouwens precies bedoeld wordt met ‘gewone wijven’ mag Joost weten, of is dat hoe mannenblad Panorama vrouwen pleegt te betitelen? Opvallend is ook dat de liefde bedrijven in zo’n verhaal, dat Van der Eem als een onbetrouwbare schurk moet neerzetten dan meteen uitwonen heet. En dit alles uiteraard zonder één regel wederhoor. Want stel je voor dat Van der Eem iets tegenspreekt of ontkracht. Maar de kernvraag is en blijft natuurlijk: zegt het feit dat Patrick in het verleden wel eens voor drugsbezit/handel is veroordeeld en kennelijk een vrouwenliefhebber is iets over de bekentenissen van Joran?

- 13 ANONIEME BRONNEN -

Nieuwe Revu maakt het zo mogelijk nog bonter (maar biedt wel een kadertje wederhoor). De reporters hebben er eens flink aan getrokken en brouwen een verhaal van in totaal zes pagina’s. Zeg niet dat ze bij dit blad over één nacht ijs gaan. En wie zijn daar de betrouwbare bronnen? Ik som ze even voor u op:

Een ‘vroegere buurman’
Een ‘heer die een ommetje maakt’
Een ‘echtpaar dat ons in de deuropening
te woord staat’
De voormalige ‘overbuurman’
Een ‘andere wijkbewoner’
Een ‘vrouw die haar hondje uitlaat’
Een ‘voormalig uitsmijter’
Een ‘buurvrouw’
Een ‘andere voormalige zakenrelatie’
Een ‘intimus van de familie’
Een ‘jeugdvriend’
‘Iemand die slechts op basis van anonimiteit
wil praten’
Een ‘informant’
Nou, dat is Nieuwe Revu journalistiek in optima forma! En dan heeft men de ‘altijd goed ingevoerde taxichauffeur’ en de ‘immer welingelichte dorpskapper’ waarschijnlijk nog achter de hand gehouden.

Nee, geef mij dan maar Patrick Van der Eem, die gewoon open en bloot staat voor wat hij in deze zaak heeft gedaan.

- SLOTVRAAG -

Tot slot nog dit. Wat denkt u dat deze bladen zouden hebben gedaan als Patrick van der Eem met het hele verhaal over Joran niet naar ons maar naar hen was gekomen en zij het hadden kunnen publiceren? Denkt u dat ze dan verontwaardigd hadden gezegd: Néé, daar kunnen we niet aan beginnen, want volgens ‘een heer die een ommetje maakt’ en een ‘voormalige uitsmijter’ heb je wel eens in drugs gedaan en heb je in een hotelkamer wel eens ‘gewone wijven’ uitgewoond!

Gelooft u het? Maar goed, zo werkt de journalistiek dus.

Getekend Peter R. de Vries

 

Wederom een bekentenis van Peter,  “zo werkt de journalistiek dus”. Om het nog maar niet te hebben over de verwijten naar de bronnen van Revu…..volgens mij is het Peter zelf die in zijn uitzendingen met allerlei vage bronnen naar voren komt. En waar heeft hij Louis wel niet voor uitgemaakt in zijn reportage? Zet die reportage eens op You Tube, Peter R de Vries dan kan iedereen jouw mediacircus nog een keer bekijken en vergelijken met het dossier.

Een korte samenvatting van mr. Geertjan van Oosten over hoe Peter R de Vries de zaak Bolhaar belichtte:

De omstandigheden die destijds zijn aangetroffen op de plaats delict worden door De Vries uitgebreid naar voren gebracht en de betrokkenheid van Hagemann wordt door reconstructies, waarbij het uiterlijk van Hagemann door gebruik te maken van een dubbelganger en origineel beeldmateriaal vol belicht.

Het karakter van Hagemann wordt op vernietigende wijze naar voren gebracht: (ex) Hells Angel Hagemann is een door drugs en drank volstrekt onberekenbare meervoudige moordenaar . Hij schiet naar zwangere vrouwen en de politie, en deinst er zelfs niet voor terug om handgranaten te gebruiken. Het strafblad van Hagemann met 101 feiten en een reclasseringsrapport worden langs duistere wegen verkregen en rollen over het beeld.

Ook de verkrachting van zijn ex-vriendin, Renetta van der Meer, komt uitgebreid aan de orde. Deze Renetta van der Meer komt vervolgens met de doorbraak. Zij stelt dat Louis meerdere malen tegen haar zou hebben gezegd dat hij al eens eerder een vrouw met twee koters had vermoord.

Middels een dubbelganger in beeld gebracht dat Hagemann Corina en haar twee kinderen om het leven brengt…… De Vries concludeert immers: het aanbellen van Hagemann is ongeloofwaardig.

En wat bedoel je met “uiteraard zonder wederhoor” Peter? Hoe vaak heb jij geen zaken aan de kaak gesteld zonder ook maar enig weerwoord te vragen van de persoon in kwestie. Zie hierboven Laten we vooral Robert Hörchner niet vergeten toen hij in Polen zat. Heb je Robert gevraagd of hij het goed vond dat jij zijn dossier naar Polen bracht?

Ach en was jij het niet Peter, die de bron niet wilde vrijgeven toen jou gevraagd werd wie jou het adres van Renetta van der Meer had gegeven. Michel Kraay toch? Dat wilde jij niet aan de politie vertellen. Over Duckstad Journalistiek gesproken. Je vergeet daarbij te vermelden dat er ook een Duckstad tv-programma bestaat waarbij de zeer bekende onderzoeks-journalist Dagobert tal van misdaden probeert op te lossen.

 


Feb 28 2009

Tijd voor een Revisieraad!

Categorie: Nieuwsflits, Rechtstaatadmin @ 00:50

 

Bron: Tribune, februari 2009

Speciaal-reeks

“Tijd voor een Revisieraad”

Wie controleert de rechter?

Kun je in onze rechtsstaat onschuldig zijn en tóch (hoge) gevangenisstraf krijgen? Ja dat kan, zo weet heel Nederland sinds de uitkomst van de Schiedamse Parkmoord en de Puttense moordzaak. Het vertrouwen in de rechtspraak is in gevaar. Daarom wil SP-Tweede Kamerlid Jan de Wit dat een onafhankelijke Revisieraad vonnissen kan herzien.

Tekst Anthonie Vermeer  Foto Truus van Gog / Hollandse Hoogte

RechterEen chirurg opereert ’s nachts een meisje dat haar polsen heeft gebroken. Enkele uren na de ingreep moet de chirurg controleren of het gips om haar armen geen zenuwen afknelt en of er gevoel in haar vingers zit. Midden in de nacht gaat hij daarom naar haar bed in het ziekenhuis. Het meisje is nog onder narcose. De arts kan zien dat ze reageert op aanraking van de vingers. Een andere patiënte begint te gillen, want ze heeft een enge man gezien. Althans, ze zegt dat ze dat droomde. Het geopereerde meisje is wakker geworden van het tumult. Ze raken aan de praat, totdat er een verpleegkundige bij gaat zitten. De rust keert weder. Maar even later wordt er weer alarm geslagen vanwege de enge man; nu zou hij zelfs onder de dekens aan de geslachtsorganen van de patiënte hebben gezeten.

De volgende ochtend zeggen beide meisjes dat een man hun geslachtsorganen heeft betast. Eerst beweren ze dat het de vader was van een ander kind dat in hetzelfde ziekenhuis ligt. Korte tijd later zeggen ze dat het de chirurg was. De politie zet de chirurg in een rijtje met andere mannen. De meisjes wijzen hem aan, hij is de enige van de mannen in het rijtje die ze kennen.

Rechtspsycholoog prof. dr. Willem Wagenaar noemt dat onzin. Hij besprak de zaak van de chirurg vorig jaar tijdens het symposium ‘Crisis in de Rechtsstaat?’ De bijeenkomst was georganiseerd door SP-Kamerlid Jan de Wit en ging in op vragen als: wie roept de rechter tot de orde als die ernstige fouten maakt? Kent Nederland wel voldoende mogelijkheden tot herziening van vonnissen? Moet er een onafhankelijke instantie komen die rechterlijke uitspraken kan onderzoeken en daarover een bindend advies kan geven aan de rechter? Spreker Wagenaar toonde zich voorstander van zo’n instantie: een Revisieraad. In zijn pleidooi kwam Wagenaar met een aantal voorbeelden van rechterlijke dwalingen. Het verhaal van de chirurg in het ziekenhuis was er daar een van. Na de bedenkelijke line-up moest de man terechtstaan.

Prof. dr. Willem Wagenaar
Prof. dr. Willem Wagenaar     foto: Vincent Mentzel/HH

De rechtbank hoort prof. dr. Wagenaar als deskundige. Hij zegt dat het ’s nachts geopereerde meisje zich niets kan herinneren vanwege de narcose. Haar belastende verklaring is voortgekomen uit de gesprekken met het meisje dat begon te gillen. Deskundigen noemen dat collaborative story telling: samen een verhaal maken, dat de plaats inneemt van een herinnering. De rechtbank verwerpt dit argument. Een narcotica-deskundige verklaart dat het gebruikte narcosemiddel seksueel getinte hallucinaties kan oproepen. Ook dat argument wordt verworpen. De chirurg wordt schuldig bevonden en gaat in hoger beroep, waarin de narcoticadeskundige wordt vervangen door een professor. Het Hof gelooft hem. Maar dat helpt de man niet. Want, beweert het Hof weliswaar, het meisje dat onder narcose was kan zich niets herinneren dus we spreken de verdachte vrij van ontucht met haar. Maar de andere patiënte was niet onder narcose, dus de straf blijft gewoon staan. Wat deze rechters zich niet realiseren is dat het meisje met de narcose wél een uitgebreid, belastend verhaal had. Wat nu? Er rest de arts géén beroepsmogelijkheid, want er kunnen geen nieuwe feiten worden aangedragen en daardoor zit een herkansing bij de Hoge Raad er ook niet in.

Ook SP-Tweede Kamerlid Jan de Wit wil graag een Revisieraad die zaken kan heropenen om gerechtelijke dwalingen aan het licht te brengen. Hij zegt: “Nadat is gebleken dat in de Puttense moordzaak en de Schiedamse parkmoord onschuldigen zijn veroordeeld, is dit een actuele kwestie. Twee jaar geleden pleitte de SP al voor een Revisieraad, een onafhankelijke commissie van deskundigen die het werk van de rechter nog eens flink onder de loep neemt. Uit een enquête van weekblad Vrij Nederland blijkt dat de helft van de rechters de onderzoeksrapporten van deskundigen niet begrijpt. Dus er zal nogal wel eens wat mis gaan. De zaken die de pers halen, vormen maar een topje van de ijsberg.
Helaas is er geen Kamermeerderheid te vinden voor een Revisieraad. Tegenstanders vrezen dat elke querulant de Revisieraad zal lastigvallen. Maar in Engeland, dat toch stukken groter is dan Nederland, hoeft de daar al lang bestaande Revisieraad slechts een paar duizend zaken per jaar te behandelen. Bovendien: je kunt de zaken toch eerst door een zeef halen om te kijken of heropening zinnig is. Voorstanders van een Revisieraad houden het aantal te verwachten zaken in Nederland op enkele tientallen tot een paar honderd per jaar.
De minister heeft onlangs uitbreiding mogelijk gemaakt, maar nog steeds is het de Advocaat Generaal van de Hoge Raad die bepaalt of een zaak voor herziening in aanmerking komt. Dus de slager die zijn eigen vlees keurt. Daarom gaat de SP zich er sterk voor maken het voorstel van Hirsch Ballin zó te veranderen dat er uiteindelijk wél een onafhankelijk Revisieraad wordt ingesteld.”

 Schokkende voorbeelden van gerechtelijke dwalingen, meer argumenten voor een Revisieraad en meer punten voor verbetering van ons rechtssysteem kunt u lezen in ‘Crisis in de rechtsstaat?’ Dit boekje is een zeer leesbare beschrijving van het gelijknamige symposium dat Jan de Wit vorig jaar organiseerde.

‘Crisis in de rechtsstaat’ is het eerste deel van de SPECIAAL-reeks. U kunt het bestellen via de shop op www.sp.nl voor 3 euro. Of u kunt voor 10 euro een abonnement nemen op SPECIAAL nummer 1 tot en met 4.

De echte Tribune is veel dikker en veel mooier! Wil je een jaar lang de Tribune in huis voor slechts 13 euro?
Vul dan het aanvraagformulier in!

 

Dit bewijst maar eens te meer dat een rechter zichzelf alle deskundigheid toekent. Een rechter, zelfs een officier is allround. Psycholoog, arts, patholoog, rechercheur, professor alle disciplines, wapendeskundige, chirurg, narcotiseur, seksuoloog, bouwtechnisch deskundige, etc, etc. Het is zelfs zo erg dat ze doen voorkomen alsof zij ooggetuigen zijn geweest!

WANNEER STOPT DIE ONZIN EENS DAT HET OM, DE OvJ, DE RECHTERS zich mogen verheffen boven deskundigen. DAT KAN NAMELIJK NIET maar het gebeurt wel. Iedere dag weer trekt het OM, de RECHTER of de OvJ het jasje aan van welke deskundige dan ook!

 

 DE OvJ en het OM spelen graag voor de Zandman, strooien vaak zand in de ogen van de rechter en het publiek.

 

Hieronder nog enkele beroepen die zowel door het OM, de OvJ als de magistraten beoefend worden. Er zijn er nog zat op te noemen maar ik vind het zo wel even genoeg.

    


Feb 27 2009

Terugblik Peter R de Vries

Categorie: Algemeenadmin @ 21:53


‘Die De Vries moet een kogel door zijn kop’
Panorama nr. 40 september 2003
Auteur: Peter R de Vries

Citaat uit de column van Peter R de Vries bron: Column Panorama

 Op 3 april van dit jaar (2003) kreeg ik bezoek van een beroepscrimineel die een lange gevangenisstraf heeft uitgezeten voor een moord. Ik had hem in de gevangenis tien jaar geleden ooit een keer geïnterviewd. Mede daarom onthulde hij mij dat hij onlangs was aangezocht om een aanslag op mijn leven te plegen. Een Amsterdamse moordenaar, die mede door mijn toedoen achter de tralies was gekomen, had hem tienduizenden euro’s geboden om deze klus te klaren. De wraakzuchtige gedetineerde had mijn bron bovendien informatie gegeven over locaties waar ik regelmatig kom – wat klopte als een bus! – en waar hij het beste kon toeslaan. De opdrachtgever had hem meermalen gezegd: “Die De Vries moet een kogel door zijn kop, die moet gestrekt.” Het was een ‘zeer betrouwbaar en geloofwaardig’ verhaal. Met naam en toenaam, verteld door een bron die zich bloot gaf. Ik nam contact op met de Amsterdamse politie die de bewuste moordzaak had behandeld en zelfs een speciaal team in het leven had geroepen om eerdere dreigementen van de man aan het adres van de politie te onderzoeken. Tot mijn verbazing wilde men mijn aangifte niet opnemen en werd ik afgepoeierd met de mededeling: “Ga maar naar de politie Gooi- en Vechtstreek, want daar zit jouw kantoor.” Daar wist men echter niks van de zaak af en dus weigerde ik dat. Na een protestbrief van mij werd de aangifte alsnog op 26 april in Amsterdam opgenomen. Gezien de ernst van de zaak zou ik snel nader horen, werd mij beloofd. Het bleef echter stil. Doodstil. Weken verstreken. Maanden zelfs. Toen ik half juni nog niets had gehoord, ging ik eens bellen, maar al snel bleek mij dat men weinig trek had mij te woord te staan, ik werd van de een naar de ander verwezen. Niemand durfde iets te zeggen. Ook de verantwoordelijk officier van justitie mr. G. Oldenkamp gaf niet thuis.

Na veel geharrewar werd ik uiteindelijk gebeld door rechercheur Van Koningsveld, die op 23 juni bij mij op kantoor langskwam. Hij was lid van dat speciale politieteam. Wat hij vertelde was onthutsend en ontluisterend. Hij zei mij eerlijk dat hij pas mijn aangifte had gezien, nadat ik met rondbellen was begonnen. Al die tijd was er naar zijn zeggen ‘helemaal niets’ met de zaak gedaan en had deze ‘onder in een la’ gelegen.

Mijn woede hierover vond hij heel begrijpelijk, maar hij hief hij zijn handen machteloos omhoog: “Ik kan er ook niks aan doen.” Verbijsterd diende ik een schriftelijke klacht in bij hoofdofficier mr. L. de Wit, ja inderdaad dezelfde man die zo in zijn wiek was geschoten over de kritische opmerkingen van advocaat Nico Meijering. Een week later kreeg ik een brief met hoog smoesgehalte van De Wit terug, waarin hij probeerde recht te praten wat krom was. Ja, er waren wat capaciteitsproblemen, rechercheur Van Koningsveld was op vakantie geweest en daardoor had alles nogal wat tijd gekost, maar er was nu ‘goede nota genomen’ van mijn brief. Ja ja.

Een paar weken later informeerde ik bij de recherche of mijn bron al eens was gehoord over de kwestie. U raadt het al, het antwoord was ‘nee’. Conclusie: het leven van een officier van justitie is meer waard dan dat van een journalist. Klassenjustitie heet dat geloof ik…

 

Gut Peter R de Vries bekend dat de dader mede door zijn toedoen achter de tralies verdween.
Leuk om te weten Peter. Dat bewuste hoofdstuk staat ook al bol van de leugens. Ach en bij wie moet Peter anders klagen dan bij OvJ L. de Wit die ook al betrokken was in de zaak Bolhaar. De man die Peter waarschuwde was George van Dijk bij de recherche bekend als OMA. Toen het boek uitkwam ben ik dat bewuste hoofdstuk gaan lezen en kon mijn ogen niet geloven. Hoeveel leugens moeten er nog meer aan de kaak gesteld worden! In diverse blogs van journalisten werd melding gemaakt van dat dreigement die niet klopte. Tijd dat Peter eens zijn excuses gaat aanbieden vinden jullie ook niet? Ook hoog tijd dat Peter eens even mee gaat lezen in het gehele dossier Bolhaar waarbij een man levenslang kreeg voor de kat zijn k*t

Wil je de discussie die ik met dhr. van Dijk had nog een nakijken klik dan hier

 


Feb 26 2009

Peter R de Vries in de ban van?

Categorie: Nieuwsflitsadmin @ 19:13

 

 

 

Hieronder kun je zien hoe Patrick van der Eem geweigerd wordt Amerika te bezoeken.
Je komt Amerika nauwelijks in met een strafrechterlijk verleden en al helemaal niet als het drugs betreft.

Met name de antwoorden op de vragen die gesteld werden zijn interessant. Peter R de Vries weet in ieder geval waar hij zijn contacten vandaan haalt….

 

 


 

Jantje lacht en Jantje huilt. Raar dat Beth niets voor Patrick kon betekenen!

 

 

 

 Nog 1 keertje dan…..Petertje wordt boos en ongeduldig

 

 

 

 

Peter weet alles beter…jaaaaa

 

 


Feb 26 2009

Lijkstijfheid en tijdstip moord?

Categorie: Algemeenadmin @ 11:14

 

Direct na de biologische dood begint de lichaamstemperatuur af te nemen. Dit wordt algor mortis genoemd. Tegelijk met de afname van de lichaamstemperatuur verslapt het lichaam.

Na tien minuten tot een paar uur volgt een tijdelijke verstijving van ongeveer 36 uur; de bekende ‘rigor mortis’. (tegenwoordig wordt die ruimer gesteld)

Hierbij worden de gezichtsspieren als eerste stijf. Ongeveer 12 tot 24 uur na het overlijden is de stijfheid maximaal. Bij kinderen neemt de lijkstijfheid eerder  af!

Hierboven een simpele uitleg van lijkstijfheid waaruit men kan opmaken dat er in de zaak Bolhaar bewust is toegewerkt naar een tijdstip van overlijden (die overigens niet deugt)

De slachtoffers zijn volgens de rechtbank op maandagochtend tussen 06.45u – 07.15u om het leven gebracht door Louis Hagemann.

Lees het onderstaande en geef je mening…….

Op maandagmiddag 5 maart 1984 rond 17.45u zijn de slachtoffers gevonden door de buurman.

SCHOUWARTS PLAATSDELICT Dr. Simmelink (18 jaar later ondersteund door Dhr. S. Schieveld)

Op maandag 5 maart 1984, omstreeks 19.00u is een free-lance huisarts, (die feitelijk alleen ingezet mocht worden voor het schouwen van personen die aan een natuurlijke dood waren overleden) begonnen met het schouwen van de slachtoffers. Deze antwoordde de rechtbank als volgt:

- Dr. Simmelink, kunt u iets zeggen over de temperatuur van de lichamen?

Dr. Simmelink:
Ik herinner me dat de buik van de moeder koud aanvoelde.

- Zegt dat iets, want in het oude dossier ‘84 stond specifiek vermeld dat de lichamen volgens de lijkschouwer koud waren?

S. Schieveld:
Ja, de buik is het laatste gedeelte van het lichaam dat afkoelt. Als de buik inderdaad koud was, dan betekent dat voor mij dat de slachtoffers minimaal 24 uur daarvoor moeten zijn overleden.

noot: Jacqueline: (minimaal  24 uur voor de schouw is dus zondagavond omstreeks 19.00u er wordt echter niet over de lijkstijfheid gesproken die 12 tot 24 uur na overlijden maximaal is is dus zeer goed mogelijk dat deze vanaf zondagavond 19.00u was ingetreden)

Dr. Simmelink, had u toen, in 1984, een idee wanneer de slachtoffers overleden waren?

Dr. Simmelink:
Tussen de 24 uur en 48 uur voor het aantreffen.

noot: Jacqueline: (tussen 24 uur /48 uur voor de schouw is dus vanaf zaterdagavond omstreeks 19.00u en alle tussenliggende uren  er wordt echter niet over de lijkstijfheid gesproken die 12 tot 24 uur na overlijden maximaal is dus zeer goed mogelijk dat deze vanaf zondagavond 19.00u  was ingetreden)

SECTIE PATHOLOOG

Dinsdagochtend 6 maart 1984, laten we zeggen rond 10.00u is begonnen met de sectie en het schouwen van de lichamen door patholoog Voortman. Exacte tijdstip is onbekend. Patholoog Voortman verklaard als volgt:

Op 6 maart 1984 heb ik de uit- en inwendige schouwing verricht van het lijk van:

[slachtoffer 1= Corina],

gewoond hebbende te Amsterdam, [adres] en dood aangetroffen te Amsterdam op 5 maart 1984 te omstreeks 17.56 uur, teneinde na te gaan de oorzaak van haar dood.

Er was enige lijkstijfheid aan de benen en overigens waren de spieren slap. Er waren sterk ontwikkelde, niet wegdrukbare blauwrode lijkvlekken aan de buikzijde van het lichaam. De maag was vrijwel leeg.

noot Jacqueline: ( dat er nog enige lijkstijfheid was op dinsdagmorgen 6 maart kan betekenen dat er nog geen 36 uur verstreken waren na het intreden van volledige lijkstijfheid.
Laten we uitgaan van een sectie op dinsdagmorgen 6 maart omstreeks 10.00u minus 36 uur dan komt men uit op zondagavond 22.00u. Dat ondersteund het verhaal van de getuige die aangeeft zondagavond 4 maart telefonisch contact te hebben gehad  met Corina. Het gesprek eindigde omstreeks 21.15u
)

Bij de sectie op het lijk van [slachtoffer 1] is het navolgende gebleken:

A. – Het gelaat was blauwrood.
- Er waren talrijke stipvormige bloedinkjes in de huid en de bindvliezen van de oogleden.

B. – Er was een circulair drukspoor aan de hals.

C. – Er waren bruinrode huidveranderingen met oppervlakkige ontvelling rechts zijwaarts van het strottenhoofd en links zijwaarts onder aan de hals.
- Er was enige onderhuidse bloeding aan de hals en er waren bloedingen op en in de halsspieren.
- Er was een breuk van de linker grote hoorn van het schildkraakbeen.
- Er waren bloedingen onder het kraakbeenvlies van het strottenhoofd en op en in de linker kwab van de schildklier.
- Er was een bloeding in de achterste keelwand.

De sub A, B en C samengevatte sectiebevindingen wezen op verstikking, veroorzaakt door inwerking van uitwendig, mechanisch, samendrukkend en omsnoerend geweld op de hals. Een andere doodsoorzaak werd niet gevonden.
Het sub B genoemde circulaire drukspoor past bij omsnoering met een koord of “touw”: strangulatie.
De sub C samengevatte bevindingen konden passen bij wurging.

Conclusie:

[slachtoffer 1] overleed door verstikking ten gevolge van inwerking van uitwendig, mechanisch, samendrukkend en omsnoerend geweld op de hals.
6. Een geschrift, zijnde een kopie van het verslag, nummer 84110/V022 van het Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium van het Ministerie van Justitie, d.d. 19 maart 1984, opgemaakt door de beëdigde deskundige M. Voortman, arts en patholoog-anatoom (doorgenummerde bladzijden 532 t/m 537 “dossier 1984″).

Dit verslag houdt als verklaring van voornoemde deskundige onder meer in, zakelijk weergegeven:

Op 6 maart 1984 heb ik de uit- en inwendige schouwing verricht van het lijk van:

[slachtoffer 2= Sharon],

geboren te [geboorteplaats] op [1977], gewoond hebbende te Amsterdam, [adres] en dood aangetroffen te Amsterdam op 5 maart 1984 te omstreeks 17.56 uur, teneinde na te gaan de oorzaak van diens dood.

Er was weinig ontwikkelde lijkstijfheid. Er waren bleek blauwrode niet wegdrukbare lijkvlekken aan de buikzijde van het lichaam, het sterkst links voor en aan de rechterheup en zijwaarts en voor aan het rechter boven- en onderbeen.

Bij de sectie op het lijk van [slachtoffer 2], oud zes jaren, is het navolgende gebleken:

A. – Om de hals was een springtouw en een riem aanwezig.
- Er was een circulair snoerspoor aan de hals.
- Er waren kneusplekjes aan de hals en de nek.
- De huid van het gezicht was blauwrood en er waren talrijke bloedinkjes in de huid van het gezicht (m.n. ook de oogleden).

B. – Er waren drie steekwonden aan de hals waarvan één de keelwand tweemaal had
geperforeerd (via de linker hoorn van het schildkraakbeen).

C. – Er waren tien steekwonden aan de rug waarvan acht tot in de linker long reikten.

De sub A samengevatte bevindingen wezen op inwerking van uitwendig, mechanisch, omsnoerend, samendrukkend geweld zoals door strangulatie kan worden opgeleverd en met name door strangulatie met het springtouw dat om de hals werd aangetroffen. Blijkens de blauwe kleur van het gelaat en de talrijke (stuwings-)bloedingen in de huid van het gelaat had deze geweldsinwerking tijdens het leven plaats gehad.
De sub B en C genoemde steekwonden hadden het uiterlijk van steekwonden zoals met een mes kunnen worden toegebracht. Deze wonden waren ernstig en hadden op zich zelve tot het intreden van de dood kunnen leiden. Gelet op de betrekkelijk geringe tekenen van inwendig bloedverlies waren deze verwondingen echter vermoedelijk opgelopen op een moment dat de bloedsomloop gering was geworden; dat wil zeggen na het oplopen van de samendrukkende geweldsinwerking op de hals.

Conclusie:

Bij [slachtoffer 2], oud zes jaren, heeft inwerking van uitwendig, mechanisch, samendrukkend en omsnoerend geweld op de hals het intreden van de dood tot gevolg gehad. Er waren drie steekwonden aan de hals en tien steekwonden aan de rug.
7. Een geschrift, zijnde een kopie van het verslag, nummer 84111/V023 van het Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium van het Ministerie van Justitie, d.d. 28 maart 1984, opgemaakt door de beëdigde deskundige M. Voortman, arts en patholoog-anatoom (doorgenummerde bladzijden 525 t/m 530 “dossier 1984″).

Dit verslag houdt als verklaring van voornoemde deskundige onder meer in, zakelijk weergegeven:

Op 6 maart 1984 heb ik de uit- en inwendige schouwing verricht van het lijk van:

[slachtoffer 3= Donna],

geboren te [geboorteplaats] op [1974], gewoond hebbende te Amsterdam, [adres] en dood aangetroffen te Amsterdam op 5 maart 1984 te omstreeks 17.56 uur, teneinde na te gaan de oorzaak van haar dood.

Er was enige lijkstijfheid van de kaak en van de benen. Er waren matig ontwikkelde bleek blauwrode lijkvlekken in de rechterflank en aan de buitenzijde van het rechter bovenbeen en binnenzijde van het linker been.

Bij sectie op het lijk van [slachtoffer 3], oud negen jaren, is het navolgende gebleken:

A. – Er waren aan de voorzijde van het lichaam, in de hartstreek, vijf steekwonden. In twee van de wonden was de voorwand en de achterwand van het hart gekliefd. De langste wond reikte tenminste tien cm diep.
- Er was 1.100 milliliter bloed in de linker borstholte.
- Er was 50 milliliter bloed in het hartzakje.

B. – Er waren drie steekwonden aan de hals; in één van deze steekwonden was de binnenste tak van de linker halsslagader gekliefd.

C. – Het gelaat was bleek blauwrood.
- Er waren stipvormige bloedingen in de huid van het gelaat.
- Er waren streepvormige huidveranderingen circulair aan de hals.

De sub A en B genoemde wonden hadden het uiterlijk van steekwonden zoals door steken met een mes kunnen worden opgeleverd.
De sub A samengevatte steekwonden hadden groot inwendig bloedverlies veroorzaakt. De doorsteking van het hart kon op zichzelf het intreden van de dood verklaren.
De sub B genoemde klieving van de binnenste tak van de linker halsslagader zou tot ernstige verwikkelingen aanleiding hebben kunnen geven.
De sub C samengevatte bevindingen wezen op inwerking van uitwendig, mechanisch, samendrukkend en omsnoerend geweld op de hals tijdens het leven.

Conclusie:

[slachtoffer 3], oud negen jaren, had acht steekwonden opgelopen, waarbij onder meer het hart en de linker binnenste halsslagader ernstig waren beschadigd, hetgeen op zichzelf het intreden van de dood kan verklaren.
Er waren bovendien tekenen van inwerking van uitwendig, mechanisch, samendrukkend geweld op de hals.
Extra bewijsoverweging:

Dan is er nog enige uitleg over de  lijkstijfheid weergegeven door Dr. Maes

Algemene vragen door de rechtbank:

- Hoe lang duurt het voordat lijkvlekken ontstaan?

Dr. Maes:
Lijkvlekken zijn na een uur of zes na het intreden van de dood zichtbaar. Lijkvlekken zijn in eerste instantie wegdrukbaar. Na een dag zijn de lijkvlekken niet wegdrukbaar.
(noot Jacqueline:Tja wat moeten we daar nou mee?)

- Hoe lang duurt het voordat een lijk volledig lijkstijf is?

Dr. Maes:
Dit hangt af van de omgevingstemperatuur. De lijkstijfheid kan snel beginnen en dan vrijwel altijd in het kaakgewricht. Na circa 36 uur begint de lijkstijfheid te verdwijnen.

Wat is niet gebeurd:

Temperatuur omgeving is niet opgenomen.
Temperatuur slachtoffers werden niet opgenomen.
Slachtoffer 3 is in zijn geheel niet geschouwd op plaats delict.
Er is niet gekeken naar oogvocht, ogen waren gesloten.

Er is in 2002 een bijeenkomst (lees onderonsje) geweest, betrokken partijen Bob Schagen, Dr. Maes, Dr. Simmelink, Dr. Schieveld, NFI, OvJ Nicole Voorhuis en ieders grote vriend Eikelenboom.

De patholoog heeft de bijeenkomst niet kunnen bijwonen noch de advocaten werden uitgenodigd.

Conclusie: de moorden zijn gepleegd vanaf zondagavond 4 maart 1984 na 19.00u. Mede gelet op de weinig lijkstijfheid die nog aanwezig was tijdens de sectie van slachtoffer 1, 2 en 3 op dinsdag 6 maart 1984, de volledige lijkstijfheid geconstateerd op maandagavond 5 maart 1984 omstreeks 19.00u door de lijkschouwer, het telefoongesprek en de aantekeningen die Corina in haar agenda gezet had.

Op zondag 4 maart staat het volgende genoteerd:

  • Donna en Bryan in bed doen
  • patat
  • strijken en naaien  


Feb 23 2009

Ze lusten er wel pap van…

Categorie: Nieuwsflitsadmin @ 15:53

 

Een hoge politiefunctionaris in Duitsland heeft een sm-spel ter nauwer nood weten te overleven, zo meldt De Telegraaf.

De politiebeambte uit Mannheim wilde zijn behoefte bevredigen in een plaatselijk sekshuis. Daar vroeg hij een meesteres om zijn keel langzaam dicht te drukken door middel van ophanging. Toen hij van de stoel viel waarop hij steunde, ging het helemaal mis. Hij moest met spoed naar het ziekenhuis worden afgevoerd met zware verstikkingsverschijnselen.

Sekshuis

De politieofficier kwam sinds een maand in het sekshuis en had tijdens zijn laatste bezoek aangegeven dat hij voor de tweehonderd euro die hij betaalde wel een wat extremere behandeling verdiende.

Hulp

En extreem kon hij krijgen. Meesteres Carmen riep de hulp van dochter Margot (ook meesteres) in. Vervolgens ‘dwongen’ ze de ambtenaar op een krukje te gaan staan en wikkelden zijn leuter in met tape. Daarna werd een touw om zijn nek gebonden die weer werd bevestigd aan een haak in het plafond. Toen het krukje omviel, stikte de politiefunctionaris bijna. Ook meesteres Carmen had pech. Tijdens haar reddingspoging gleed ze uit en brak ze een rib.

Hieronder zie je een reactie op de site van Spitsnieuws

het SM wereldje trekt dat soort types.
Een kennisje van me heeft ook een tijdje als SM-meesteres gewerkt
en bijna alle klanten kwamen bij justitie vandaan.
(Niet schrikken, ze noemt geen namen) inclusief een gevangenisdirecteur
en een burgemeester van een middelgrote stad.

jan-lul-de-behanger | 23-02-09 | 09:40

 

Raar he…dat personen die in hun dagelijks leven de macht hebben het graag eens iets anders willen.
Ik neem ze niets kwalijk voor wat betreft hun seksuele voorkeur maar niet iedereen is er van gediend om het slaafje te zijn van machtmisbruikers. Wat u lekker vindt hoeft een ander niet lekker te vinden dus voer gewoon uw taken uit volgens de richtlijnen en niet middels uw seksuele voorkeur.


Feb 21 2009

Dr.mr. Wedzinga ontrafelt Bas Haan

Categorie: Boeken, Rechtstaatadmin @ 20:26

 

Bas Haan, De Deventer Moordzaak. Het complot ontrafeld, Nieuw Amsterdam, 2009.

De titel en de ondertitel van het boek wekken hoge verwachtingen. Zeker wanneer de eerste zin luidt: “Wie heeft het gedaan, `de boekhouder’ of `de klusjesman’. Een zin die nog eens wordt herhaald op de achterkant van het boek. Daar staat ook dat onderzoeksjournalist Bas Haan op “vakkundige wijze” aantoont waar alle verhalen over die `boekhouder’ en die `klusjesman’ vandaan komen en aan de hand van het complete dossier en nooit eerder gepubliceerde documenten de “complottheorieën” ontrafelt en een antwoord geeft op “alle” belangrijke vragen. Er wordt ons een “ontluisterende” kijk in de gebeurtenissen achter de schermen van zowel politie als justitie en de journalistiek gegeven. Dat belooft heel wat.

Maar het boek ontpopt zich niet als “whodunit” en ook niet als een evenwichtige reconstructie van het dossier, maar als een “verklaring van goed gedrag” aan het Hof ’s Hertogenbosch dat Louwes uiteindelijk heeft veroordeeld en een requisitoir tegen Maurice de Hond, de bekende opiniepeiler, die zich publiekelijk afficheert als iemand die er van overtuigd is dat “boekhouder” Louwes, die wegens moord op de weduwe Wittenberg is veroordeeld, onschuldig is. Een requisitoir dat is gebaseerd op de beschuldiging dat De Hond middels een “uitgekiende mediacampagne”, de “feiten” naar de achtergrond heeft weten te dringen en het vizier heeft weten te richten op “klusjesman” Michaël de Jong en diens vriendin. Omdat het boek op deze twee pijlers rust, heb ik het vanuit die optiek beoordeeld. Is Haan er in geslaagd om voldoende aannemelijk te maken dat het DNA-bewijs tegen Louwes toereikend is en dat Maurice de Hond te kwader trouw is en tegen beter weten in twee onschuldige mensen slachtoffert?
Nee, zeker niet!Als wetenschapper en voormalig rechter ben ik gewend om dossiers te lezen en streef ik er naar objectief en onpartijdig te oordelen. Omdat ik bovendien het dossier ken, meet ik mijzelf het recht toe om Haan de maat te nemen. Dit te meer omdat hij niet schuwt om ook anderen de maat te nemen. Dat leidt tot een voor sommigen wellicht onthutsende conclusie. Er is geen sprake van het ontrafelen van een complot en het is ook niet duidelijk wat Haan daarmee bedoeld. Of het bewijs toereikend is, vraag ik mij ten zeerste af en de vermeende kwade trouw van De Hond wordt door Haan geenszins aannemelijk gemaakt. Als er al mensen zijn die geloven in een complot, dan is dat geloof door het boek van Haan alleen maar sterker geworden. Want een ieder die het dossier meer dan oppervlakkig kent en enige juridische en wetenschappelijke kennis bezit, zal opvallen hoe eenzijdig en slordig Haan de informatie uit het dossier selecteert, hoe hij vervolgens conclusies trekt, niet op basis van niet voor redelijke discussie vatbare “feiten”, maar op grond van aanvechtbare veronderstellingen en aannames en hoezeer hij, niet gehinderd door kennis van zaken, zich vergaloppeert. Dat veel feiten worden weggelaten is onvermijdelijk. Het dossier is te omvangrijk. Waar het op aan komt is of de “feiten” zoals die door Haan worden gepresenteerd een evenwichtig beeld schetsen van de gebeurtenissen rondom de Deventer Moordzaak. Het antwoord is “nee”. Door een slechte selectie van de feiten, misinterpretatie van die “feiten” en slordig taalgebruik ontstaat een vertekend en misleidend beeld.

Het boek leest als een trein, wat niet wil zeggen dat het goed geschreven is. Het is vlot geschreven. Haan laat daarbij zien dat politie en justitie tijdens het opsporingsonderzoek steken hebben laten vallen. En wat voor steken. Het achterhouden van “ontlastende informatie” waardoor Louwes, na door de rechtbank te zijn vrijgesproken, in hoger beroep werd veroordeeld. Een mes zou daarbij het moordwapen zijn, terwijl dit mes geen DNA van de weduwe en van Louwes bevatte. Wat Haan schrijft over de werkwijze van de officier van justitie bij de rechtbank is alleen al voldoende voor een verdenking van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Het is werkelijk schandelijk hoe deze officier van justitie na de vrijspraak en zeker ook na de herziening door de Hoge Raad haar gram probeert te halen. Om nog maar te zwijgen over het veroordelend arrest van het Hof te Arnhem. De uitspraak van het Hof illustreert treffend hoe gevaarlijk het is wanneer rechters klakkeloos afgaan op ambtsedige processen-verbaal van verbalisanten. De raadsheren maken zich er wel erg gemakkelijk vanaf door Louwes in een paar pennenstreken te veroordelen tot twaalf jaar gevangenisstraf. Een bewijsconstructie waarin de raadsheren de politie napapegaaien. De vrees dat dergelijke rechterlijke uitspraken geen uitzondering zijn is alleszins gerechtvaardigd, zeker omdat ook rechters hun quota moeten halen en steeds meer ingewikkelde zaken op hun bordje krijgen.

Haan is, zeker in het begin kritisch, en spaart politie, justitie en rechters niet. Ook zelfkritiek gaat hij niet uit de weg. Dat valt in hem te prijzen. Ook hij werkte maar al te graag mee aan de beeldvorming, waarin Louwes werd geportretteerd als een slachtoffer van politie en justitie. Na de herziening door de Hoge Raad, die als ik het boek goed begrijp meer de verdienste is van Haan als van advocaat Boksem, verwacht iedereen een vrijspraak. Het mes is immers van tafel geveegd en het daaraan gekoppelde steunbewijs in de vorm van een telefoontje van Louwes met de weduwe, dat door een zendmast in Deventer werd opgevangen, is onvoldoende om een bewezenverklaring te kunnen dragen. Het komt daarom als een donderslag bij heldere hemel dat het OM bij het Hof in ’s Hertogenbosch op de valreep met belangrijk nieuw bewijs op komt draven. Er is DNA van Louwes gevonden op de blouse van de weduwe. Juridisch-technisch is het de vraag of dit nieuwe bewijs na herziening mag worden meegenomen, maar de verdediging maakt er geen bezwaar tegen. Vooral op basis van dit DNA-bewijs werd Louwes op 9 februari 2004 veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf.

Op die veroordeling valt volgens Bas Haan niets af te dingen. Het bewijs is toereikend en de moord is dus “opgelost”. Daarom is de focus gericht op Maurice de Hond, die zich eind 2005 mengt in het debat over de schuld c.q. onschuld van Louwes. Een debat dat mede werd aangezwengeld doordat een ernstige rechterlijke dwaling, de Schiedammer Parkmoord, aan het licht kwam. Door het ronduit belabberde opsporingsonderzoek in de Deventer Moordzaak en de maatschappelijke onrust die was ontstaan na de Schiedammer Parkmoord en, eerder al, de Puttense Moordzaak, werd alom steeds meer getwijfeld aan de integriteit van politie, justitie en rechters. Vragen die o.a. door Prof. Van Koppen en Maurice de Hond werden opgeworpen, waren voor het OM aanleiding een “oriënterend vooronderzoek” te openen. Ongeveer een half jaar later, medio 2006, oordeelt het OM dat het oriënterend vooronderzoek alleen maar meer bewijs tegen Louwes heeft opgeleverd.

Het heeft er veel van weg dat in die periode Bas Haan van mening is veranderd. Waar hij eerder nog overtuigd was van de onschuld van Louwes, is hij nu van oordeel dat de veroordeling terecht is. Die verandering van opvatting gaat gepaard met een verandering van toon en markeert een omslagpunt in het boek. De verdachte heet nu Maurice de Hond en het opsporingsonderzoek gaat van start. Maar evenals het opsporingsonderzoek in de Deventer Moordzaak ontspoort ook dit opsporingsonderzoek. Er lijkt sprake te zijn van een tunnelvisie. Zo wordt de bewering van mr. Brouwer, topman van het OM, dat er een afspraak met De Hond was gemaakt om geen nieuwe informatie tijdens het oriënterend vooronderzoek aan te dragen, voor zoete koek geslikt, hoewel De Hond die afspraak van meet af aan heeft ontkend. Zuiver gezien, zou ik het dan in het midden laten. Dat getuigen, onder wie iemand die stelt dat hij op de dag van de moord van de weduwe had gehoord dat zij die avond een afspraak had met de “klusjesman” en dat zij daar “tegenop” zag, niet worden gehoord, wordt door Haan kennelijk eveneens voor kennisgeving aangenomen. “Kennelijk”, omdat er in het boek zelfs geen aandacht aan wordt geschonken. Als objectief onderzoeksjournalist zou ik er op zijn minst een kritische kanttekening bij maken. Maar Haan is bezig met zijn opsporingsonderzoek en heeft zich vastgebeten in De Hond.

Het is, zo lijkt het, al heel wat dat het OM onderzoek verricht in een zaak waarin iemand op toereikende gronden is veroordeeld. Dat het OM zich spreekwoordelijk de status van verdachte en van rechter aanmeet, zet Bas Haan ook niet aan het denken. Dat het OM met het oriënterend vooronderzoek in een juridisch vacuüm opereert, waardoor er geen aanknopingspunten zijn om het onderzoek juridisch te waarderen, laat Haan eveneens liggen. Nee, de schijnwerper is gericht op De Hond en het geweer is met scherp geladen. Met veel pathos zet Haan het beeld neer van een “klusjesman” die van onbesproken gedrag is en die samen met zijn vriendin geslachtofferd wordt door Maurice de Hond. De Hond die eerst naar de mening van Haan te goeder trouw zou zijn, maar die daarna de “klusjesman” en diens vriendin op het hakblok legt. Een dergelijke beschuldiging moet op “wettig en overtuigend bewijs” zijn gebaseerd. Maar dat is, als gezegd, bepaald niet het geval. Het door De Hond en anderen geëntameerde onderzoek wordt gekleineerd en gebagatelliseerd en De Hond zou iedere keer wanneer was bewezen dat hij “ongelijk” had, van “strategie” veranderen, waarbij Haan zelfs zover gaat dat hij zegt dat De Hond een alibi voor Louwes “construeert”. Dat gaat ver en omdat het niet op feiten is gefundeerd, stoelt deze beschuldiging nergens op, en overschrijdt Haan de grenzen van het maatschappelijk betamelijke.

Het boek is een gemiste kans. Want veel prangende vragen rond de gang van zaken in de Deventer Moordzaak blijven onbeantwoord. Zo rijzen nog steeds vragen bij het DNA-bewijs tegen Louwes. Vragen die Haan alleen maar heeft aangewakkerd. Het DNA werd o.a. gevonden in een bloedvlekje in de nek van de weduwe. Haan wil ons doen geloven dat er bloed van Louwes is gevonden in de kraag van de weduwe, vlakbij de wurgsporen (p. 9). Dat is wel erg onzorgvuldig, zeker voor iemand die pretendeert nauwgezet met de feiten om te gaan. Waarbij nog komt dat in de DNA-grafieken ook een kenmerk voorkomt dat in het profiel van de weduwe noch in dat van Louwes past. En wat is de impact geweest van de wijze waarop de blouse van de weduwe in de loop der jaren is behandeld? De blouse is een tijd zoek geweest en er is in het prille begin van het opsporingsonderzoek op meer dan knullige wijze onderzoek op de blouse verricht, waardoor de kans dat aanwezig DNA is verspreid over de blouse alleszins aanwezig is. Hoe moet de “dissenting opinion” van de Amerikaanse DNA-deskundige Dan Krane, die een vernietigend oordeel velt over het DNA-onderzoek (“bad practice”), worden gewaardeerd? Is hem, zoals Haan zonder bronvermelding zegt, door De Hond cruciale informatie onthouden? Waarom mijdt de heer Eikelenboom, die verantwoordelijk is voor het DNa-rapport op basis waarvan Louwes werd veroordeeld, elk wetenschappelijk debat met Dan Krane? Hoe kan Haan beweren dat Louwes “liegt” (p. 159) wanneer hij zegt dat hij al in 1999 bloed heeft afgegeven. Dat kan nooit en te nimmer hard worden gemaakt. Hooguit kan worden gezegd dat het onwaarschijnlijk is, omdat DNA-onderzoek destijds niet nodig was. Hoezo droeg de weduwe geen blouse bij het bezoek dat Louwes ’s ochtends bij haar zou hebben afgelegd? Er zijn zeer sterke aanwijzingen dat zij die nieuwe blouse, de hele dag, ’s ochtends en ’s avonds, heeft aangehad. Maar dat is door onderzoeksjournalist Bas Haan kennelijk niet onderzocht. Mogen de verschillende verklaringen die Louwes respectievelijk Michael de Jong een diens vriendin over hun alibi hebben afgelegd zomaar tegen elkaar worden weggestreept? Speelt hierbij geen rol op welk moment en in welke context die verklaringen zijn afgelegd? Deze en nog veel meer vragen worden in het boek niet beantwoord en vaak zelfs niet eens gesteld. Maar ik zal wel geen recht van spreken hebben, want volgens Haan is er geen enkele onafhankelijke strafrechtsdeskundige die twijfelt aan de schuld van Louwes. Een opmerking, waarmee hij elke kritiek uit de weg gaat.

Mijn conclusie is vooralsnog dat de vraag of het bewijs waarop Louwes is veroordeeld toereikend is, op goede gronden aanvechtbaar is en dat het, om elke redelijke twijfel weg te nemen, wenselijk en noodzakelijk is, dat er een wetenschappelijk debat plaatsvindt tussen Eikelenboom en Krane. Haan heeft het over het ontrafelen van een complot, maar wat dat complot precies behelst is mij niet duidelijk geworden. Wat Haan bedoelt is vermoedelijk zoiets als een crimineel samenwerkingsverband tussen politie, justitie en rechters met de bedoeling om te verdoezelen wat er werkelijk is gebeurd (p. 133). De Hond zou dan niet alleen degene zijn die dat samenwerkingsverband veronderstelt, maar ook degene die deze criminele organisatie met wortel en tak wil uitroeien. Maar De Hond heeft uitsluitend beweerd dat het opsporingsonderzoek is ontspoord en dat politie en justitie hun boekje te buiten zijn gegaan. Dat De Hond daarbij ver gaat, is duidelijk, maar als hij al zou suggereren dat er een “doofpotoperatie” zou plaatsvinden, dan noemt hij in dat verband in ieder geval niet de zittende magistratuur. Zuiver redeneren, meneer Haan! Het criminele samenwerkingsverband annex complot lijkt dus vooral een hersenspinsel van Haan zelf te zijn en het wordt in ieder geval niet door hem ontrafeld. Hij gelooft niet in zijn eigen bedenksel. Anders dan de titel doet vermoeden is het boek dan ook een journalistiek verslag over een theorie (Haan spreekt ook over “theorieën”, maar dat wat daarmee wordt bedoeld is al helemaal onduidelijk) die door de schrijver zelf is bedacht en een niet met feiten onderbouwde ernstige beschuldiging tegen De Hond. Het boek grossiert in slordig taalgebruik en het vermengen van “sein” en “sollen”. Het valt te vrezen dat het boek daarom alleen maar koren op de molen is van diegenen die werkelijk menen dat er sprake is van een complot. Zeker wanneer diegenen zich realiseren op welk moment het boek verschijnt: vlak voor de vrijlating van Louwes, die tot aan dat moment door justitie gemuilkorfd is en in een periode dat talrijke procedures spelen.

Wie het voorkomen van rechterlijke dwalingen, zoals Haan doet, zoekt in het vermogen van de rechter om bewijsmateriaal op waarde te schatten, kiest een riskante benadering. Want dat leidt tot systeemgericht denken en blindelings vertrouwen. Het EHRM heeft aanmerkelijk minder vertrouwen in dat rechterlijke beoordelingsvermogen dan onze “eigen” Hoge Raad, die, als we de voormalige president van de Hoge Raad en toekomstig voorzitter van de regeringscommissie die de gang van zaken rond de betrokkenheid van ons land bij de IRAK-oorlog mogen geloven, de komende jaren niet de rechtsbescherming, maar de rechtseenheid centraal zal moeten stellen. Een huiveringwekkend standpunt in een tijd waarin nu juist die rechtsbescherming hoog op de agenda zou moeten staan. En een standpunt waarin juridisch onzuiver over rechtseenheid en rechtsbescherming wordt gesproken. Het EHRM probeert langs een andere weg te voorkomen dat onschuldige mensen worden veroordeeld door het accent te leggen op de rechten van de verdediging en de mogelijkheid voor die verdediging om op de zitting ten overstaan van de rechters weerwerk te leveren. Het onmiddellijkheidsbeginsel en het contradictoir karakter van onze strafvordering wordt daardoor versterkt.

Bij het proces waarbij Louwes is veroordeeld op basis van het DNA-bewijs, is, mede door een inadequate reactie van de verdediging, onvoldoende weerwoord geboden tegen het DNA dat op de blouse van de weduwe is gevonden en dat afkomstig is van Louwes. Er kan nu in het kielzog van de benadering door het EHRM een inhaalslag plaatsvinden door dat bewijs alsnog door deskundigen zoals Eikelenboom en Krane ten overstaan van de rechter en in aanwezigheid van het OM en de verdediging kritisch tegen het licht te houden. Die discussie mag niet op formeel juridische gronden worden geweerd, ook niet op basis van een archaïsche herzieningswetgeving. Het valt te betreuren dat journalisten als Bas Haan te weinig kennis en kritisch vermogen aan de dag leggen.

 

Vooraankondiging: Nieuwe rechterlijke dwalingen!!

Op vrijdag 27 februari a.s. zal Dr.mr. Wedzinga op zijn weblog een aantal nieuwe rechterlijke dwalingen publiceren. Het gaat hierbij om strafzaken waarin iemand op onjuiste gronden is veroordeeld. Strafzaken die nog niet in de publiciteit zijn geweest. Zijn bedoeling is om duidelijk te maken hoe erg het in Nederland op dit moment met de kwaliteit van de strafrechtspraak is gesteld.

 


Feb 21 2009

Willekeurs journalistiek

Categorie: Algemeen, Is dat zoadmin @ 09:48

 

Ik lees nog wel eens een aantal onderwerpen van de site van Hendrik Jan Korterink door. Op een aantal onderwerpen reageer ik. Bij sommige medebloggers ben ik niet echt geliefd en dan wil die discussie wel eens uit de hand lopen. Dat komt omdat zij liever niets willen lezen over de zaak van Louis waarbij hij tot levenslang is veroordeeld.  Louis mag gewoon geen podium krijgen omdat er bepaalde belangenverstrengelingen aan ten grondslag liggen. Mijn berichten worden dan ook veelvuldig verwijderd door Hendrik Jan. Zelf is Hendrik Jan in een magere discussie verwikkeld met de moeder van Arthur Videler (lees hier) en toen viel mij iets op…lees mijn reactie op het gedachtengoed van de informant die Hendrik Jan zo hoog heeft zitten…

@Hendrik Jan

Ik citeer een stukje:

“Het punt dat je aan de Arthur-haters maar niet duidelijk kunt krijgen is dat geen van de Videlers baat had bij de dood van Woudstra, degene die dit heeft uitgevoerd – al dan niet in opdracht – is de grootste sukkel van Isla Margarita en omstreken.
Alleen maar onbewezen en levensgevaarlijke roddels rond te strooien”

Ik vind dat een geweldig stukje gedachtengoed, dus ik misbruik het even…..op mijn site met de volgende tekst ;-)

“Het punt dat je aan de Louis-haters maar niet duidelijk kunt krijgen is dat Louis geen baat had bij de dood van Corina en haar kinderen, degene die dit heeft uitgevoerd – al dan niet in opdracht – is de grootste sukkel van de wereld en het universum. (Dat is dan nog zacht uigedrukt!)
Alleen maar door onbewezen en levensgevaarlijke roddels rond te strooien heeft Louis de ultieme straf gekregen!”

Jacqueline

 

Dhr. Strootman (een collega van Hendrik Jan en vele anderen) ging prat op een verklaring van Commissaris C. Kok….binnenkort zal ik die verklaring even online zetten. Dhr. Kok vertelde Strootman namelijk dat er een vingerafdruk van Louis was gevonden. Dhr. Kok dacht dat baby Bryan van Louis was. Dhr. Kok verteld dat Louis precies wist hoe de slachtoffers gekleed waren. Dhr. Kok had een foto in zijn bureaulade liggen vanwege zijn obsessie voor Louis.
Van alle hersenspinsels van Dhr. Kok bleek namelijks niets te kloppen.


Feb 18 2009

Parallellen en Belangenverstrengeling

Categorie: Nieuwsflitsadmin @ 12:15

 

Zijn er parallellen en is er een hoge mate van belangenverstrengeling?

Zie jij ook een bepaald patroon in de werkwijze van het OM waaruit de meest vreemde uitspraken uitrollen.? Waar liggen die belangen en parallellen?


Een centrale rol wordt hier gespeeld door Jan van Looijen en andere hoofdpersonen

 

Marcel Katee
CIE coryfee Jan van Looijen in de Kolbak-zaak gehoord staat ongeveer in het midden van de pagina.

De link van crimesite is ook van belang……
Crimesite De ramzaak kraakt

Politie vernietigd bewijsmateriaal corruptie verdachte

Ex-rechercheur Sjaak K. “Ik ben opgeofferd”

De laatste woorden van Sjaak K.

 

Heb je meer linken of voorbeelden geef ze dan aan mij door!

  1. (verplicht)
  2. (geldig emailadres verplicht wordt niet getoond)
 

cforms contact form by delicious:days


Feb 12 2009

Ik heb ook kamervragen…

Categorie: Algemeenadmin @ 20:28

 

Lange Frans en Baas B hebben een prachtig nummer gemaakt, luister zelf maar. Ik heb ook kamervragen echter mogen kamerleden zich niet met uitspraken van de rechter bemoeien. Althans dat is wat men collectief en unaniem heeft afgesproken. Men kan echter wel een voorlopige vrijlating gelasten. Voorbeeld Lucia de B.


Volgende pagina »