jan 18 2009

Corruptie Racisme in Bajes

Category: Detentierechtadmin @ 18:32

 

Vrij Nederland, nr. 23, 7 juni 2008,
door Wim van de Pol

De Bijlmerbajes wordt geplaagd door incompetent en corrupt personeel, racisme en onderlinge spanningen, zeggen (ex-)werknemers en medewerkers van de vakbond Abvkabo. De leiding wil het niet horen. ‘Ze zoeken de zaak niet uit, nee, ze gaan kijken wat er mis is met de klager.’

Harry M. wordt van doodslag verdacht en zit in voorlopige hechtenis. Niettemin neemt hij op 3 december 2007 de benen uit huis van bewaring Het Schouw. Eerst pakt hij de lift naar beneden, om aan te komen in een wijde voetgangerstunnel. Deze Centrale Gang, ook wel Kalverstraat genoemd, loopt onder de zes torens van de Bijlmerbajes door en geeft toegang tot het voorgebouw. Aan het einde van de Centrale Gang wacht de centraalpost waar bewakingspersoneel toezicht houdt. Om de personeelsuitgang te passeren, moet iedereen een justitiepas tonen. Voor gedetineerde Harry M. vormt dat kennelijk geen probleem, de twee deuren klikken open. Nog één barrière scheidt hem van de vrijheid: de portiersloge aan de ingang van het voorgebouw. Daar zien twee bewakers en ook personeel dat net naar binnengaat hoe Harry om 07.50 over een tourniquet klimt en het volle leven van de maandagmorgen induikt. Niemand slaat alarm. De ontsnapping van Harry M. komt niet in de krant. De directie van de Bijlmerbajes weet het stil te houden, zoals wel meer. Voor het personeel van de Penitentiaire Inrichting Amsterdam, locatie Over-Amstel, geldt het motto: zwijgen is goud. Bewaker Glenn: ‘na zo’n incident blijft het doorgaans stil. Geen evaluatie, niks.’
Ook na de vlucht van M. is het business as usual in Over-Amstel. Behalve voor Stella. Zij is als enige bewaker geschorst vanwege de ontsnapping. Vreemd, vindt vakbond Abvakabo, er waren toch zeker vijf andere collega’s bij betrokken?

Calamiteitenteam
Volgens een groep personeelsleden ligt de oorzaak van slechte beveiliging en corruptie in falend management, falend personeelsbeleid en een tekort aan voldoende gekwalificeerd personeel. De gevangenisdirectie ontkent dit en wijst naar een inspectie uit 2005 die constateerde ‘dat veel werk is verricht op het punt van de verbetering van de organisatie en de medewerkers.’ Ook beweert de directie dat ‘openstaande vacatures niet leiden tot structurele bezettingsproblemen.’ Toch leeft er onvrede bij het personeel. Maar in het algemeen is het personeel bang om open en bloot hun verhaal te doen. Ze praten zelfs liever niet over misstanden met hun superieuren omdat ze sancties vrezen. Het bespreken van klachten zou zelfs kunnen leiden tot ontslag en in ieder geval niet tot verbeteringen binnen de inrichting.
Bert Engel herkent dat beeld. Hij heeft voor de Abvakabo tot 2007 vier jaar lang het personeel van de Amsterdamse penitentiare inrichtingen onder zijn hoede gehad en kwam er zelf geregeld over de vloer.

‘Klagers worden vaak geïntimideerd,’ stelt Engel. Op 23 februari 2008 vraagt een paviljoen in de toren Demersluis steun van een calamiteitenteam. Dat is een groep bewaarders die speciaal is getraind om snel te kunnen bijspringen als gedetineerden gewelddadig worden. In Demersluis is een gedetineerde die weigert mee te werken aan een fouillering op zijn cel. Personeel op het paviljoen durft hem zonder de aanwezigheid van het calamiteitenteam niet aan te pakken. Maar na een paar uur is het team er nog niet. De leider van het team weigert te komen omdat hij gebrouilleerd is met de bewaarder die belt.

In een potentieel gevaarlijke omgeving kan snelle assistentie van levensbelang zijn. De bewaarder die oorspronkelijk om assistentie vroeg is dan ook woedend. Maar zijn klacht hierover leidt opmerkelijk genoeg niet tot een berisping van de teamleider die weigert de regels van het protocol uit te voeren. Integendeel: de directie doet de klager het voorstel een andere functie te nemen en de zaak ‘in der minne’ te schikken. Volgens Bert Engel is dit geval ‘symptomatisch’ voor de stijl van leidinggeven in de Bijlmerbajes: ‘Niet de klacht wordt aangepakt maar de klager moet weg. Dat kweekt een gevaarlijke cultuur van de andere kant uitkijken.’
Aan VN geeft de directie hierop alleen commentaar in algemene termen: ‘Naar klachten van medewerkers wordt altijd serieus gekeken.’

De Abvakabo krijgt regelmatig meldingen van bedreiging en intimidatie van personeel in de Bijlmerbajes. Daar is niet altijd iets aan te doen. Emile Biesheuvel werkt als vrijgesteld kaderlid van de vakbond in de Bijlmerbajes: ‘Onlangs sprak een vrouw me aan omdat ze bedreigd werd, maar ze is bang om aangifte te doen. Er is corruptie in haar paviljoen en ze moet haar mond houden. Ze is alleenstaand met een kindje en wil haar baan niet riskeren. Maar zonder aangifte kunnen we niks doen. Het is natuurlijk wel een indicatie dat er veel mis is in de inrichting.’ De bond kan zoiets hoogstens intern aankaarten, bijvoorbeeld bij de ondernemingsraad of leden van de directie. Vorige maand maakte het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie bekend dat er geregeld geweld voorkomt in de Nederlandse gevangenissen. Bijna een op de vijf bajeswerknemers heeft te maken gehad met fysiek geweld van een collega.

Bert Engel heeft zich intensief bemoeid met de zaak van Iwan Blijd, die tot vorig jaar als bewaker in Over-Amstel werkte. Blijd is ontslagen wegens het overtreden van een aantal disciplinaire regels. Engel: ‘De ontslaggronden waren naar de mening van de bond deels onjuist, eenzijdig en gekleurd. Hij had nooit ontslagen mogen worden. De ware reden van zijn ontslag was mijns inziens zijn kritische houding. Mondige mensen die kritiek hebben worden er langzamerhand uitgewerkt.’

In hoger beroep constateerde de Commissie van Toezicht verstoorde verhoudingen en het ontslag werd definitief. Blijd runt inmiddels een succesvol bedrijfje maar kijkt nog steeds verbitterd terug. ‘Er heerst vriendjespolitiek. De beste mensen zijn weg. Wat er binnenkomt is van onvoldoende niveau. Dat brengt onveiligheid met zich mee.

Wegbezuinigd Bij de beveiliging van een gevangenis wordt steeds een afweging gemaakt tussen de gewenste totale veiligheid en wat praktisch haalbaar is. Hugo is een van de zeldzame zeer ervaren bewaarders van de oude stempel. ‘Los van de bezoekers gaan er elke dag zo’n zeshonderd personeelsleden naar binnen. Iedereen wordt gecontroleerd op wapens en drugs. Als er goede controle is, dan krijg je opstoppingen en dat wekt irritatie bij de collega’s.’ Ondanks die druk moet de beveiliging de controle op zowel de stroom naar buiten als naar binnen maximaal houden. Maar daar lijkt een en ander aan te schorten. Bij binnenkomst gaan personen weliswaar door metaaldetectoren en tassen door röntgenapparatuur. Maar als met die apparaten verkeerd wordt omgegaan, is er desondanks een veiligheidslek. Bijvoorbeeld als bewakers twijfelen, maar een tas toch niet controleren. Overigens worden sommige mobiele telefoons niet gedetecteerd door de scanapparatuur. Bert Engel: ‘Het hoofd beveiliging heeft wel eens tegen mij gezegd: laten we gewoon alle gedetineerden een mobieltje geven. Je houdt het toch niet tegen.’

Iwan Blijd zette regelmatig kritische kanttekeningen bij de verslapte controles: ‘Ik heb bijvoorbeeld wel eens tegen de leiding gezegd: ga eens werken met een politiehond. Gebeurt niet.’ Kritisch personeel wijst ook op de gebrekkige controle op auto’s die de inrichting binnengaan. Emile Biesheuvel stelt vast dat er geen systematische controle van de voertuigen plaatsvindt. ‘Als er een auto naar binnengaat, toont de chauffeur een identiteitsbewijs. Maar de bijrijder gaat vaak zonder controle naar binnen. Laat staan dat de inhoud van auto’s wordt bekeken. Er wordt al heel lang gepraat over steekproefcontroles maar het gebeurt nooit. Er is ook geen plaats voor in het rooster van het bewakingspersoneel. De portier die deze controle vroeger deed, is wegbezuinigd. Er is sprake van structurele onderbezetting bij de bewaking.’

De inhoud van de tientallen auto’s die dagelijks inchecken in de Bijlmerbajes, van bijvoorbeeld leveranciers, wordt dus zelden gecheckt. Overigens zegt de dienst Penitentiare Inrichtingen (PI) Amsterdam hierover: ‘Er vindt wél voertuigcontrole plaats.’

Als bewakers een gedetineerde moeten inchecken, hoort daar soms een visitatie bij. Ook bij die controle gaat het wel eens mis. Bert Engel van de Abvakabo geeft een voorbeeld: ‘Er staan drie bewakers. Eén van die drie ziet dat de twee anderen een briefje uitwisselen. Later vindt hij dat briefje verfrommeld in de prullenbak. “Ik visiteer hem wel, ik ken hem,” staat erop. Nog later blijkt dat de gedetineerde familie van die bewaker was. Dat is verboden en had meteen moeten worden doorgegeven door die bewaker.’

De affaire raakt bekend bij de leiding en de directie maar blijft zonder consequenties, evenals andere dagelijkse corruptiegevalletjes en incidenten. De vondst van drugs, een geluiddemper voor een pistool, zelden hoort het personeel er nog wat van. Bewaarder Hugo: ‘Een keer of zes heb ik collega’s echt verdacht van corruptie. Ik houd dat dan simpel. Ik zeg het eerst tegen hen rechtstreeks: doe het niet als ik dienst heb. Zo heb ik eens bijna staan vechten met een collega. Ik ben ook wel naar het afdelingshoofd gestapt. Dan is het van: jaja, hoe weet je dat dan. Nooit heb ik er wat van teruggehoord.’

Bert Engel: ‘Ik heb de kwetsbaarheid voor corruptie wel eens aangekaart bij de algemeen directeur. Wat is je beleid daartegen? Er zijn nu eenmaal personeelsleden met financiële problemen en daar hebben gedetineerden een neus voor. Eén keertje brengen ze iets naar binnen en ze hangen.’
Vaak begint beïnvloeding door gedetineerden piepklein. Hugo: ‘Dan zie je een collega een paar keer met een stapel gloednieuwe dvd’s naar huis gaan. Als hij zo elke week een stapeltje meekrijgt, reken dat maar eens uit per maand. En vervolgens gaat het verder.’

Roomblank
Begin 2006 kwam vanuit de bewaking een melding bij Emile Biesheuvel van de Abvakabo over een heuse cocaïnelijn. De informatie was behoorlijk gedetailleerd. Plat personeel regelde dat gesealde pakjes met coke naar binnen gingen tussen de pakketten van de winkel. Er zouden zeker vijf personeelsleden van verschillende afdelingen bij zijn betrokken. Biesheuvel kreeg deze informatie bij een bewaker thuis in het bijzijn van een groepje collega’s. Die maakten zich zorgen over de veiligheid van de tipgever. Afgesproken werd dat deze zeer omzichtig door het kader van de Bijlmerbajes benaderd zou moeten worden, zodat het platte personeel en de gedetineerden er geen lucht van zouden krijgen. Maar dat gebeurde geenszins.

Tussen een grote groep collega’s ging het hoofd van de bewaking in het openbaar en zeer opzichtig met de jongen in gesprek. ‘Gevolg was dat die jongen uit angst zijn mond hield en de zaak doodliep,’ zegt Emile Biesheuvel. Vorig jaar vond een bewaarder in een paviljoen in de toren Het Schouw een zakje met wit poeder. Het lag in een kast in de arbeidszaal. De bewaarder die er melding van maakte taxeerde het spul als cocaïne. Van werken in de bajes word je niet rijk. Volgens de Abvakabo is er mede daardoor onvoldoende gekwalificeerd personeel. In theorie kunnen er voldoende fte’s zijn, maar in de praktijk vallen er veel gaten.

Er zijn veel werknemers met onbetaalde vakantie-uren of veel te veel vrij dagen. Functies worden soms gevuld door stagiaires en het niveau van het personeel daalt. Bewaker Glenn: ‘Het gewone bewakingspersoneel is vaak niet berekend op de taak. Maar het kader soms ook niet. Ik heb meegemaakt dat er een alarm afgaat en dat leidinggevenden niet weten wat ze moeten doen. Bijvoorbeeld bij paniektelefoontjes over een mogelijke gijzeling of een vechtpartij.’

Bert Engel: ‘Ik zeg niet dat de mensen die worden aangenomen eigenlijk nooit geschikt zijn. Maar wel dat geschiktheid geen criterium is. Dat geldt ook bij het interne promotiebeleid. Nieuw benoemde leidinggevenden verzamelen heel snel gelijkgestemden om zich heen. Dat brengt een bepaald cultuurtje met zich mee dat zichzelf in stand houdt.’ Nieuwkomers in Over-Amstel zijn vaak bekenden van leidinggevenden, en het liefst roomblank. De PI Amsterdam gaat niet in op deze zaken, maar zegt hier beleid op los te laten. ‘Zo is er een Bureau Integriteit opgericht, is een gedragsprotocol voor medewerkers opgesteld (…) en ‘in de opleiding en bijscholing van medewerkers en leidinggevenden vormen integriteit en omgangsvormen belangrijke aandachtspunten.”

Boegaloegoe
Een bewaker van Surinaamse afkomst begint zijn dag. Hij loopt de portiersloge binnen en ziet iets wits op zijn stoel liggen. Het duurt even hij door heeft dat hij een puntmuts van de Ku Klux Klan te pakken heeft. Het incident dateert van een paar jaar geleden, maar racisme is in de Bijlmerbajes nog altijd aan de orde van de dag. Emile Biesheuvel van de Abvakabo: ‘Surinaamse jongens worden aap genoemd. Hé aap, doe die deur eens open, horen ze dan, apen horen in de dierentuin. Witte meisjes met een Surinaamse vriend zijn “negerhoer”.’ Glenn en Blijd zijn allebei geconfronteerd met het woord ‘boegaloegoe’: ‘In het bijzijn van donkere jongens spreekt het leidinggevende kader over hen als “boegaloegoes”. Zeggen ze aan de telefoon: “Ik zit hier met een boegaloegoe.” Dat racisme gaat echt aan je vreten.’

In de Penitentiaire Inrichting Over-Amstel zijn leidinggevenden zonder uitzondering wit. Het gewone bewakingspersoneel is voor een belangrijk deel Surinaams of Turks. Bewaarder Hugo: ‘Er is veel te weinig doorstroming van allochtonen naar leidinggevende functies. Bij de afdeling bewaking sijpelt het racisme ook door in het personeelsbeleid. Donkere jongens stromen niet door naar een seniorpositie. Iwan Blijd gold onder zijn collega’s als invloedrijk en gezaghebbend maar mocht niet doorgroeien. Blijd: ‘Dan zag ik dat Hollandse jongens zonder veel ervaring snel een vaste aanstelling kregen en stiekem periodieken extra kregen.’

Algemene regels blijken voor wit en zwart verschillend te zijn. Het hoofd beveiliging dat ieder sieraad bij Surinaamse jongens verbiedt, loopt zelf met een ringetje in zijn oor. Glenn en Iwan kennen allebei het verhaal van een donkere collega die de pech had ’s nachts een ruimte te betreden waar twee blanke leidinggevenden de liefde bedreven. ‘Hij werd eerst geïntimideerd dat hij zijn mond moest houden, later is hij is ontslagen. Pas na jaren procederen kon hij weer aan het werk.’

Dat overkwam ook een bewaakster van Turkse afkomst die met haar collega ‘iets vrouwelijks’ besprak en niet tegen de teamleider wilde zeggen wat er aan de hand was. Een hindoestaanse bewaker wilde zich bij een oefening niet helemaal uitkleden. Glenn: ‘Hij zei: ik ben dat toch niet verplicht? Ik ben toch geen gedetineerde? Waarop zijn teamleider hem begon te jennen. Hij zei: “alle donkere jongens zijn toch gedetineerden?”’

De leiding mag dan beweren dat ‘tegen uitingen van racisme of discriminatie altijd wordt opgetreden’, racisme en corruptie veroorzaken wel degelijk spanningen bij het bajespersoneel. Iwan Blijd: ‘Mensen zijn bang voor sommige collega’s.’ Wantrouwen en achterdocht zijn gevaarlijk in de bajes. Bij een gevaarlijke situatie mag assistentie niet lang uitblijven en moeten deuren snel opengaan. Ook de relatie tussen personeel en directe chefs laat te wensen over. Iwan Blijd: ‘Er zijn gevallen bekend van mensen die vertrouwelijke gesprekken voerden met teamleiders. Binnen een dag was die informatie op de afdeling bekend. Als je dat weet dan ga je toch nooit meer iets vertellen aan je chef?’

De gevangenis is per definitie een heel bijzondere werkomgeving. De wereld binnen is anders dan de wereld buiten. Iwan Blijd: ‘Als je binnen werkt sta je in een hele andere wereld. Een wereld met risico’s.’ Bewaarder Hugo: ‘Je kan binnen niet normaal doen want binnen is het niet normaal. Je moet snel kunnen schakelen tussen de burgermaatschappij buiten en de harde criminele wereld binnen met zijn eigen regels en grenzen.’ Die geheel eigen criminele wereld binnen probeert de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) onder controle te krijgen met procedures en regels. Hugo: ‘Als ik alles precies volgens de regels zou doen, hield ik het niet vol. Soms moet je juist niet de regels toepassen. Bij grote spanning tussen twee gedetineerden halen een paar klappen over en weer soms de kou uit de lucht. Ik spring er wel snel tussen, maar ze weten dan dat ik er geen rapport van opmaak. De opgekropte spanning is dan weg.’ Alle regels en procedures kunnen volgens Hugo verraderlijk zijn. ‘Als je alleen kijkt naar de rapporten dan lijkt het alsof alles rustig is. Maar je ziet dan niet de onderhuidse spanningen. Veel directeuren hier hebben geen idee wat er op de werkvloer speelt. Ze lezen de rapporten maar de waarheid staat heus niet op papier.’

Bert Engel: ‘In de rapporten aan de directie staat niet de waarheid beschreven omdat het voor je positie beter is misstanden niet te melden. Zo is een cultuur ontstaan die zichzelf in stand houdt.’ Terwijl enerzijds allerlei regels worden overtreden, gebruikt de directie anderzijds dezelfde regels om zich van kritische werknemers te ontdoen. Een kritisch kaderlid van de Abvakabo die in een van de torens deels is vrijgesteld voor vakbondsactiviteiten kreeg een andere functie aangeboden. Nadat hij zich bemoeide met de klacht over het niet opdraven van het calamiteitenteam kreeg hij onderzoeken aan zijn broek. Hij zou verschillende regels van het protocol hebben overtreden. Bert Engel: ‘Ik ben bang dat ze hem op dezelfde manier aan de kant proberen te zetten als Iwan Blijd. Kritische mensen dulden ze niet.’

Volgens Emile Biesheuvel misbruikt de directie van de Bijlmerbajes het ambtenarenreglement (ARAR). ‘Het wordt volstrekt willekeurig toegepast en gebruikt om mensen die lastig zijn te sanctioneren. Zo gaan lastige klagers of aangevers van misstanden eruit. Ze zoeken de zaak niet uit, nee, ze gaan kijken wat er mis is met de klager.’ Ten slotte: wat gebeurt er met al die min of meer ernstige incidenten binnen de Bijlmerbajes die nooit naar buiten komen? Een woordvoerder van DJI laat weten dat de wijze waarop de dienst incidenten afhandelt onder de huisregels valt en niet openbaar is. Aantallen incidenten zijn dus geheim. Overigens is in Nederland het aantal ontsnapte gevangenen sterk afgenomen, van twintig in 2002 naar drie in 2007. Of Harry M. bij die drie is inbegrepen wil het ministerie van Justitie niet zeggen. Eind december is M. weer aangehouden. Vorige maand is het ontslag van Stella teruggedraaid.

Het platte personeel dat de post van Fred R. regelde is nooit aangepakt. Onderzoek naar de vermeende cocaïnelijn leverde niets op. Wat het onderzoek naar de Ku Klux Klan muts opleverde is onbekend. Volgens personeelsleden was er wel een verdachte in beeld. De muts bleek trouwens de dag van de vondst al verdwenen te zijn, slordige ‘schoonmakers’ zouden hem hebben weggemaakt. Maanden na de vondst van het witte poeder op de arbeidszaal van Het Schouw kreeg het personeel te horen dat het slechts waspoeder was geweest.
*)
De namen Hugo en Stella zijn op hun verzoek gefingeerd.

Kader:
Het gevangeniswezen In Nederland verzorgen achttienduizend bewakers en bewaarders de detentie van rond de zestienduizend gedetineerden. De laatste jaren daalt het aantal mensen dat vastzit. In absolute zin nemen de kosten voor de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) dus af, maar DJI moet rondkomen van een bedrag per gedetineerde. Vanaf de eerste kabinetten Balkenende wordt er naar hartelust bezuinigd op de bajes, overigens met brede instemming van de Tweede Kamer. Opsluiten is genoeg, zo is het devies. Een kwart van de gedetineerden pleegt binnen een jaar opnieuw een misdrijf. Binnen zeven jaar gaat zelfs driekwart opnieuw in de fout. Als het toch niet helpt, waarom zou je dan veel geld uitgeven aan resocialisatie, redeneert een Kamermeerderheid.

Abvakabo-bestuurder Jan Willem Dieten: ‘Twee op één cel, zelfs zes op één cel. Minder arbeid en minder recreatie en minder aandacht voor resocialisatie. Dat is slecht voor de motivatie van je personeel. Als je niet meer kunt werken aan resocialisatie door mensen te helpen er beter uit te komen gaat dat ten koste van het trots zijn op je werk.’

Zijn de problemen in de Bijlmerbajes een landelijk probleem?
‘DJI heeft een groot probleem om goed personeel te krijgen. Toch gaat er desondanks een heleboel goed in de gevangenissen. Veel mensen werken hard en gemotiveerd. Het niveau van het leidinggevend kader is een probleem. Aan de andere kant doet DJI veel aan bijscholen van personeel. Tot aan rollenspelen en neurolinguïstisch programmeren toe.’

Hoe is het te verklaren dat kritische en goede mensen lijken te worden afgestoten in de Bijlmerbajes?
‘Die cultuur zie je vaker in hiërarchische en naar binnen gerichte organisaties. Mensen weten normaal gedrag en normafwijkend gedrag niet meer te scheiden. Een klager die normafwijkend gedrag meldt, is een risico voor de organisatie en wordt buitengesloten. Dat kritische mensen in de Bijlmerbajes worden gekoeioneerd en naar buiten gewerkt is kortzichtig van de directie. Het zijn juist gouden krachten. Het is ook geen goed signaal naar de rest van het personeel toe om kritische collega’s zo te behandelen.’

Maakt u zich zorgen over de Nederlandse gevangenissen?
‘Tot nu was de situatie in Nederland relatief goed. Maar door invloed van de bezuinigingen is Nederland nu aan het afglijden. Ik ben er voor te investeren in detentie en gedetineerden. Je kan het ook omdraaien en kijken waarom mensen geen recidive plegen.’

Bron: Onderwereld Blog

 

In P.I. Lelystad is het net zo treurig gesteld op het stukje racisme na. Daar is feitelijk sprake van racisme naar de blanken toe. Zelf heb ik niets tegen buitenlanders maar in P.I. Lelystad valt mij op dat hun cultuur “lekker koken, zitten en babbelen” toch wel de boventoon voert.

Laag opgeleidde werknemers die liever hun mond houden dan hun baan te verliezen is ook een bekend verschijnsel. Van gemotiveerde werknemers kun je dan ook niet spreken. Op enkele na waaronder ook gekleurde nederlanders.

Ja mensen, er wordt wat afgeruzied, afgelebberd, gevreten en geluierd  door de medewerkers en leidinggevenden, . Nogmaals niet iedereen, maar die weten dan ook heel goed wat hun functie en taakomschrijving inhoudt. Die hebben beslist geen cursus “dierenoppas” gekregen.


jan 18 2009

Fred Teeven toch!

 

Profiel van advocaat Jillis Roelse

Je bent geen beter mens omdat je rechter, officier, gevangenbewaarder of rechercheur bent. Je verheven voelen boven anderen, dat is een gevaarlijk trekje dat je vaak ziet in de manier waarop er met verdachten wordt omgegaan. Het is mijn diepe overtuiging dat het belangrijk is de belangen van een verdachte goed in het oog te houden er ervoor te zorgen dat de Staat zich aan haar eigen regels houdt.’

Jillis Roelse is geboren in Schiedam op 14 februari 1975. Hij groeide op in Gouda. Van 1994 tot 1999 studeerde hij rechten in Maastricht. In die periode vechten de IRT-zaak en het proces tegen O.J. Simpson om de aandacht, “ik zat aan de buis gekluisterd, ik vond het allebei fascinerend. In de Simpson-zaak was het vooral het openlijk racisme van de openbare aanklager en de blanke agent Furman dat me is bijgebleven, de macht van de overheid ten opzichte van het individu. Dat heeft voor mij wel de doorslag gegeven om advocaat te worden.”

In de Verenigde Staten is de term crimefighter een soort geuzennaam en ook in Nederland lijken sommige officieren van justitie er trots op te zijn als ze zo worden genoemd, Roelse heeft er niet veel mee. Hij verdedigde Rusky R., een van de verdachten in de zaak tegen top-crimineel Mink Kok, die was aangehouden voor de liquidatie op drugshandelaar Jaap van der Heiden in Alkmaar, in 1993. Vooral de manier waarop er met kroongetuigen werd omgegaan stuitte Roelse tegen de borst.

“Ik vond het ontluisterend en schokkend dat een deel van de verklaring van kroongetuige Peter Dijkstra onder tafel werd gemoffeld. Dat ging om een passage waarin hij officier van justitie Fred Teeven beschuldigde van het aannemen van smeergeld en andere magistraten van bezoek aan bordelen. Die beschuldigingen klopten niet, maar de rest van zijn verklaringen werd wel als ‘betrouwbaar’ gebruikt. In hetzelfde onderzoek gooide een teamleider een voor de verdachte ontlastend deel van een verklaring gewoon in een la en er werd alles aan gedaan dit buiten het dossier te houden. Toen de teamleider werd opgeroepen als getuige, meldde hij zich ziek. Mijn cliënt dreigde de dupe te worden van de verklaringen van kroongetuige Mike Verfuurt, een jongen die al liegt vanaf zijn melktandjes. Volgens hem had Rusky op het knopje geduwd om de bom voor Van der Heiden te laten afgaan. Het was evident dat dit niet klopte, maar de belangen om de één (Mink Kok) te kunnen pakken waren zo groot dat een ander in de slipstream wordt meegezogen.”

Roelse studeert in 1999 cum laude af en begint in dat jaar als advocaat in Nijmegen. Hij valt met zijn neus in de boter van de Nieuwjaarsrellen rond de eeuwwisseling, waarbij de politie met molotov-cocktails werd bekogeld. “Ik had drie verdachten, die alle drie vrij kwamen. Daarna stond ik een Turkse man bij tegen wie acht jaar werd geëist voor 228 kilo heroïne. Hij werd daarvoor vrijgesproken. Als jonkie val je dan op en toen is het balletje gaan rollen.”

In 2003 gaat hij aan de slag bij Cleerdin & Hamer in Amsterdam. Cleerdin was toen al geen advocaat meer: hij was rechter geworden. Roelse: “Gerard Hamer was iemand met een enorme creatieve inspirerende inbreng, heel bepalend voor de advocatuur in het algemeen.” Voor iedereen die hem kende komt het als een enorme schok dat Gerard Hamer eind december 2008 totaal onverwacht overlijdt aan een hartaanval. Hij was onder anderen de advocaat van Jesse Remmers, in het grote liquidatieproces, met kroongetuige Peter La Serpe.

Mensen die vaak in gevangenissen komen, hetzij als gedetineerde, hetzij als bezoeker, ergeren zich vaak aan de mentaliteit van het personeel. Die verschilt ook nogal. Maastricht, bijvoorbeeld, staat bekend als ‘vriendelijker’ dan Amsterdam. Roelse: “In Zwolle zetten ze zwaar-verslaafden op op cold-turkey. Dat is barbaars. Het heeft heel erg te maken met hoe je tegen je medemens aankijkt. Als advocaat roei je altijd tegen de stroom op. Er zijn vijf keer zoveel gedetineerden als tien jaar geleden, we bouwen meer gevangenissen dan Engeland en Duitsland, dat heeft te maken met de huidige politiek en de manier waarop men denkt de criminaliteit te moeten oplossen. Je moet de oorzaken aanpakken. Opsluiten, daar wordt geen mens beter van.”

Veel advocaten weigeren kroongetuigen bij te staan, hoe kijkt Roelse daar tegenaan? “Ik doe het ook niet. Als je kijkt naar wie er de afgelopen jaren de revue zijn gepasseerd… Angelo Diaz, in de zaak tegen de Hells Angels. De gebroeders Van Lent. Mike Verfuurt en Peter Dijkstra in de zaak tegen Mink Kok. Het zijn allemaal uitermate onbetrouwbare figuren, die hun eigen moeder nog voor een kwartje zouden verkopen. Ik begrijp ook niet dat je dit als strafadvocaat kunt doen. In de ene zaak ben je faliekant tégen de inbreng van een kroongetuige, als je dan wel de belangen van zo iemand behartigt laat je toch alle principes varen?”

 

In mei 2008 is Jillis Roelse een eigen strafpraktijk begonnen, aan de Prinsengracht in Amsterdam, in samenwerking met Jan-Hein Kuijpers. “We werken geregeld samen, je kunt voor elkaar inspringen en dat is erg prettig, in je eentje kun je dit werk eigenlijk niet meer doen, er zijn te vaak tegelijk dringende zaken.”

De meeste tijd van een advocaat gaat op aan zittingen en aan het bezoeken van cliënten. Roelse: “Ik heb zelf meestal een nauwe band met de mensen, daar besteed ik vrij veel tijd en aandacht aan. Elke advocaat gaat daar op zijn eigen manier mee om, het hangt er heel erg van af hoe je daar zelf in staat.”

In een van de nog lopende zaken kwam Roelse in aanvaring met officier van justitie Koos Plooij. Het heeft te maken met de liquidaties van Magdi Barsoum (mei 2002, in de Bloedstraat in Amsterdam) en zijn broer Mounir (juli 2004, voor een stoplicht op de Jan van Galenstraat). De politietolk die in het onderzoek naar de moord op Magdi was ingezet, werd ervan verdacht informatie uit het onderzoek te hebben verstrekt aan de toen nog levende broer Mounir, ‘in ruil voor goederen en diensten’.

Roelse: “Plooij was kwaad dat die tolk het hele onderzoek dreigde te vernachelen en heeft het telefoonnummer van de tolk doorgegeven aan Mounir Barsoum. Dat was voor de tolk ‘redelijk gevaarzettend’, die dook meteen onder. Dat is niet het enige: er was ook sprake van dat de Criminele Inlichtingen Eenheid een bepaalde rol speelde, maar daar hebben we nooit een vinger achter kunnen krijgen, Plooij is daar meteen voor gaan liggen. Als advocaat maak je je er niet populair mee als je over dit soort dingen door blijft vragen.”

Bij het liquidatieproces in de Amsterdamse onderwereld zijn de belangen van justitie groot. Een van de azen is de nog altijd voortvluchtige Dino Soerel. Hij wordt verdacht van een oude smokkelzaak (75 kilo heroïne naar Engeland), maar inmiddels is justitie in zee gegaan met een Duitse kroongetuige, meneer Konte, op basis van wiens verklaringen Dino kan worden aangeklaagd voor het twaalf jaar lang leiding geven aan een criminele organisatie ‘van ongekende omvang’. Roelse is advocaat van een belangrijke medeverdachte. “De zaak gaat pas in september spelen, maar intussen laat justitie hier en daar al wat feitjes vallen, om de toon te zetten. Daaraan kun je zien hoe groot de belangen zijn en hoe ver ze gaan.”

Niet alle zaken genereren zoveel media-aandacht. Roelse: “De meeste spelen zich in stilte af, maar voor de cliënten zijn de belangen zijn even groot. De meeste hebben geen belang bij pers. Een van de schrijnendste zaken van de laatste tijd is die van een Marokkaanse jongen van twaalf jaar die Geert Wilders had bedreigd. Het is een lieve, vrome familie. Dochter op hbo, zoon op vwo, niks crimineels. De jongen van twaalf voelde zich boos en bedreigd door de film Fitna, ‘wat hebben we in godsnaam méér gedaan dan alleen maar in Nederland te zijn?’ en tikte op de computer van zijn oudere broer een mailtje aan Wilders: ‘Jij gaat dood mannetje.’ Politie erbij, de jongen wordt vermanend toegesproken, barst in snikken uit, eigenlijk gaat iedereen er goed mee om. Behalve het Openbaar Ministerie in Amsterdam, dat het ‘een ernstige zaak’ vindt en het toch nodig acht zo’n knulletje voor de rechter te brengen en te laten verhoren. Dan denk ik: Jezus Christus, waar zijn we nu mee bezig?”

Jillis Roelse is per e-mail te bereiken
j.roelse@kuijpersvanderbiezen.nl
of telefonisch (020-4202042)

 

Bron: met goedkeuring overgenomen van Misdaadjournalist

 


jan 18 2009

Peter in de val gelokt?

 
Hieronder lees je het verhaal van Peter R de Vries zoals hij dat op zijn website heeft staan. Ik zal tussen de alinea’s door correcties toe passen. de slimme wijze waarop journalisten trachten de lezers op het verkeerde been te zetten.

Op 5 maart 1984 worden in hun woning aan de Argonautenstraat in Amsterdam door een buurman de lichamen gevonden van de 33-jarige Corina Bolhaar en haar twee kinderen Sharon (6) en Donna (9). Corina’s derde kind, de 1-jaar oude Brian, staat in zijn bedje te huilen. De drie slachtoffers zijn waarschijnlijk de vorige ochtend door wurging en messteken om het leven gebracht.

Het was toen nog helemaal niet zeker of de slachtoffers de vorige ochtend om het leven waren gebracht daar de schouwarts noteerde dat de slachtoffers waarschijnlijk 12 uur voor aantreffen omgebracht waren. Dat zou dan neerkomen op zondagnacht/maandagmorgen. De slachtoffers werden maandagmiddag rond 17.00u aangetroffen door de buurman. Schouwarts moest nog komen.

De recherche vindt geen sporen van braak en concludeert dat Corina haar moordenaar waarschijnlijk vrijwillig heeft binnengelaten. Als enige andere aanwijzing staan er twee koffiekopjes en een thermoskan in de woonkamer. Maar daarop worden geen bruikbare sporen aangetroffen.

Beeldmateriaal laat zien dat er 1 koffiekopje op tafel stond en geen twee, zo ook dat het huis niet opgeruimd was zoals in het vonnis staat. Verders komen er details voor die nimmer onderzocht zijn, waaronder een doos met de naam Sprinter. Dat blijkt een sigaretten merk te zijn die in Belgie en Frankrijk verkocht werd. Corina rookte echter een ander merk. Van wie was dat doosje Sprinter?

In eerste instantie wordt de ex van Corina, die de vader is van Donna en Sharon, verdacht. Maar al snel blijkt dat hij op de dag van de moorden in Andorra verbleef. Twee weken later arresteert de politie dan een serieuze verdachte. Het is de 28-jarige Louis H. een nogal ruige motorrijder met een aanzienlijk strafblad voor geweldsdelicten. Maar hij ontkent iedere betrokkenheid.

Corina had ruzie met Haim, de vader van Donna en Sharon en die wilde in dat bewuste weekend langs komen. Hij heeft echter een alibi, die telefonisch is afgegeven. Door meerdere buurtbewoners werd verklaard dat er een auto uit Andorra gezien was.

Er wordt niet gesproken over Jo Baron, woonachtig in Belgie die ook als verdachte op de lijst stond. De meest agressieve persoon uit het hele verhaal die continue Corina bedreigde haar van het leven te beroven. Een persoon die letterlijk onder invloed van drugs de boel terroriseerde. Platgespoten is geweest door een huisarts i.v.m. agressie. Een man die na aangifte door Corina het land werd uitgezet. Een man die Corina zaken liet doen die het daglicht niet konden verdragen. Een man die zelfs eens flink gebeten heeft in het been van Corina. Een man waar Corina doodsbang voor was. Een man waar Louis niet bang voor was!

Laten we door het bevuilen/benoemen van de persoon Louis H. de boel alvast aanwakkeren door te vermelden dat hij een ruige motorrijder was met een aanzienlijk strafblad voor geweldsdelicten. Dat helpt namelijk heel goed voor een Trial by Media!

De rede dat Louis verdacht werd is omdat wijlen rechercheur Kok er vanuit ging dat Brian de zoon van Louis was. Dat bleek helemaal niet het geval. Brian blijkt de zoon van een griek te zijn. Hij woonde eerst in Zweden alwaar hij al vrouw en kinderen had. Hij hield er een buitenechtelijke relatie op na met Corina waaruit Brian voortkwam. De vader van Brian wilde in 1984 naar Nederland komen om te werken, Corina vond dat allerminst prettig wat ook blijkt uit haar agenda/notitieboekje.

Uit onderzoek blijkt dat deze Louis een los-vast-relatie had met Corina en dat hij op de dag van de moorden onder invloed van drank en peppillen door een taxi is afgezet in de buurt van Corina’s woning. Als de recherche hem hiermee confronteert, geeft hij toe dat hij er inderdaad aan de deur is geweest, maar dat er op zijn aanbellen niet werd opengedaan. Daarna zou hij met de tram weer zijn weggegaan. De politie gelooft er weinig van: het is immers onlogisch dat in de woning waar vier mensen aanwezig waren, niemand de deurbel heeft gehoord. Bovendien herinnert zich geen van de ondervraagde tramchauffeurs dat er op die vroege zondagmorgen een opvallende figuur als Louis H. is meegereden.

De taxichauffeur verklaard dat Louis in normale toestand is afgezet. Niemand zou de deurbel hebben gehoord noch zou er iemand het gehuil van Brian hebben gehoord die volgens het rapport uit 2002 ongeveer 36 uur zonder drinken of eten heeft gezeten. De tramchauffeurs werd niets meer gevraagd dan of zij een Hells Angel in hun tram hebben gezien. Ze hebben namelijk wel een man gezien die leek op een zuid-europees type.

Op 1 mei 1984 moet men Louis H. wegens gebrek aan bewijs weer laten gaan. En daarmee is direct het laatste nieuws uit de drievoudige moord gemeld. De gruwelijke zaak zakt weg in de vergetelheid.
Peter wilde daarom met het zicht op de snel naderende verjaring (5 maart 2002) in een ultieme poging, dus voor de dader voor altijd vrijuit zou gaan, nog een maal in een uitgebreid dossier aandacht aan de zaak besteden. Maar toen hij om medewerking van justitie en politie vroeg, stuitte hij op een muur van onwil en bureaucratie. Men was aanvankelijk zelfs het hele dossier kwijt en toen het eindelijk boven water was, vond men het te veel moeite om zelfs maar nog een keer door te lezen.

Peter geeft aan dat hij op een muur van onwil stuitte en bureaucratie. Nou Peter volgens mij viel dat wel mee. Ze moesten natuurlijk eerst even het dossier even opschonen anders had je bakzeil gehaald.

Een argument tegen inzage in het politiedossier is dat de privacy van de nabestaanden in het geding zou komen. Maar als Peter de nabestaanden dan zelf opzoekt, blijkt dat zij niets liever willen dan dat er juist aandacht wordt besteed aan de gruwelijke moorden. Corina’s zuster Riki, haar kind Brian die het drama als 1-jarige had overleefd en Brians stiefvader Fred machtigen Peter in een uitgebreide schriftelijke verklaring om alles te doen en te laten wat er nodig is voor zijn journalistieke onderzoek. In diezelfde brief roepen ze bovendien justitie op om Peter alle denkbare medewerking te verlenen.

Peter had al contact met de stiefvader Fred in oktober 2001 die reageerde op een artikel van Peter uit de Panorama. En naar Peter’s eigen zeggen had hij begin 2001 ook contact met een vrouwtje die een emailberichtje gestuurd had over de zaak Bolhaar.

Maar ook dit mag niet baten. Justitie wil niet meewerken. Pas als Peter zelf met iets nieuws komt, wil men de oude stukken nog wel van de plank halen, zegt een politiewoordvoerster. En dat is het startsein om zelf een uitgebreid onderzoek in te stellen. Peter sprak met oud-politiemensen, nabestaanden en andere betrokkenen en kwam tot een aantal opmerkelijke bevindingen. 

De enige echte verdachte was Louis H., de man die op de dag van de moorden bij Corina aan de deur is geweest. Het blijkt dat hij inmiddels niet minder dan 101 maal in aanraking is geweest met de politie, vooral wegens geweldsdelicten. Hij was bijvoorbeeld in 1987 betrokken bij een uiterst gewelddadige bankoverval in het Brabantse Nuenen. Daarbij werd een politieman in zijn been geschoten en gooide Louis een handgranaat naar een politie-auto. Louis H. is hiervoor veroordeeld tot 9 jaar celstraf.

Na zijn vrijlating in 1993 gaat H. gewoon door met het plegen van misdrijven en in 1998 loopt hij voorlopig voor de laatste maal tegen de lamp. Hij wordt opgepakt nadat hij zijn laatste vriendin heeft verkracht en bijna heeft gewurgd. De vrouw blijkt al twee jaar een relatie met hem te hebben en heeft zelfs een kind van hem. Louis H. wordt uiteindelijk veroordeeld tot zes jaar cel. Deze laatste relatie van hem is direct daarna ondergedoken en woont onder een nieuwe naam op een geheim adres, uit angst voor de wraak van H.
Deze vrouw kan een belangrijke getuige zijn: ze heeft immers twee jaar met Louis samengewoond en de kans is groot dat Louis in die periode iets heeft losgelaten over zijn criminele verleden. Peter was er daarop op gebrand haar te vinden. En dat lukte.

Het blijkt inderdaad dat Louis tegenover deze Renetta van der M. meerdere malen de moord op Corina en haar kinderen heeft opgebiecht. Peter zocht daarop direct contact met de Amsterdamse recherche die de vrouw uitvoerig heeft gehoord. Haar verklaringen zijn in een proces verbaal opgenomen dit heeft ervoor gezorgd dat de moordzaak een week voor de fatale verjaringsdatum van 5 maart 2002 kon worden heropend.
Na uitzending van ons uitzendingvullend dossier hebben zich meer belangrijke getuigen gemeld. Een daarvan was een vrouw tegenover wie Louis H. eveneens de moorden heeft bekend.

Hier maakt Peter er helemaal een potje van.  In 1989 werd Louis veroordeeld en in 1995 kwam Louis vrij.  Eind ’96 heeft hij Renetta leren kennen en hij werd begin ’98 veroordeeld. Dat is bij mij geen twee jaar Peter. Peter zocht niet direct contact op met de recherche. De recherche maakt namelijk een hele grote fout met het dateren van een verklaring van Renetta. Peter had al contact met de recherche en liet zich tevens informeren door Fred Teeven. Vanaf dan begint het spel der spellen.

Als je het verhaal van Peter leest dan kun je ook niet anders “suggereren” dan dat hij de moordenaar op het spoor is gekomen. Als je dan in een uitzending een eenzijdig verhaal gaat reconstrueren dan is dat zeer indrukwekkend waardoor ook weer de indruk gewekt wordt dat je met een “monster” te maken hebt.

Gelukkig weet ik meer, niet alleen ik maar velen met mij en de waarheid zal dan ook een keer uitkomen. Binnenkort deel II waarin Peter zijn journalistieke toverstafje gebruikt om de lezer te beinvloeden.
Haim en Jo Baron vertrokken beide naar Israel in 1998 alwaar Jo Baron een andere identiteit aanvroeg.  Jo Baron schijnt medio 2001 te zijn overleden. Haim en zijn vrouw Louise wonen daar nog steeds.

Bron: Peter R de Vries